Geen idee wat de islam is

Geert Wilders noemt de islam kwaadaardig, anderen hebben het over een vredelievende geloofsleer. Maar echt weten doen ze het niet....

Wetenschappers moeten uit hun ivoren toren komen en zich gaan mengen in het debat over de islam, zei Job Cohen in oktober vorig jaar op de openingsconferentie van het Leiden University Centre for the Study of Islam and Society (LUCIS). Cohen deed zijn oproep vooral als burgemeester van Amsterdam, ‘waar het debat over de islam een constante onderstroom is geworden in maatschappelijke discussies’. In dat gepolariseerde discours valt het gebrek aan kennis over de islam op, en het ontbreken van de nuance. Wetenschappers kunnen dat veranderen.

‘Het zijn inderdaad steeds de extremen, Wilders-aanhangers of mensen die de islam als puur vredelievend afschilderen, die in dat debat op de voorgrond treden’, zegt Petra Sijpesteijn, hoogleraar Arabisch in Leiden. Sijpesteijn, tevens historicus, maakt deel uit van LUCIS, een interdisciplinair en interfacultair kenniscentrum op het terrein van islam en moslimsamenlevingen. Zij denkt dat ze met haar onderzoek naar Arabische papyri een belangrijke rol kan spelen in het maatschappelijke debat.

Sijpesteijn richt zich op de ontstaansgeschiedenis van de islam. Probleem is dat Arabische kronieken pas in de 9de eeuw verschenen, twee eeuwen nadat de daarin beschreven gebeurtenissen plaatshadden. Alle juridische bronnen, theologische teksten, hadith-collecties (in grote verzamelingen vastgelegde overleveringen over de profeet Mohammed) en de eerste exegese van de Koran stammen uit die latere periode. Zonder objectieve bronnen is het niet makkelijk geschiedenis te schrijven.

Sijpesteijn: ‘En juist de ontstaansgeschiedenis van de islam is het terrein waarover veel scherpe discussies worden uitgevochten en waar een waardeoordeel over de islam aan wordt opgehangen. Of je zegt: de islam komt van het Arabisch schiereiland en was al volledig gevormd vóór de grote veroveringen. Dan sta je sympathiek tegenover die geloofsleer. Of je zegt: de islam is een product van de veroveringsmaatschappij van de 9de eeuw in Bagdad, toen de Koran werd opgeschreven. Dan heb je minder sympathie.’

Het belang van die eerste twee eeuwen, prime time voor de vormingsgeschiedenis van de islam, illustreren islamoloog Sjoerd van Koningsveld en Arabist Hans Jansen. Van Koningsveld wordt door critici vaak in het kamp van de islam lovers gestopt, Jansen in dat van de islam bashers. Geen van beiden zijn specialist in die vroegste geschiedenis. Sijpesteijn: ‘En toch ging de afscheidsrede van Van Koningsveld vorig jaar over die periode en schreef Jansen er een boek over. Veelzeggend.’

De papyrologe vindt het belangrijk dat het besef doordringt dat ‘we eigenlijk geen idee hebben hoe de vroegste periode van de islam was’. Haar papyri, onafhankelijke schriftelijke bronnen, kunnen samen met inscripties en niet-islamitische, christelijke en joodse geschriften meer houvast bieden.

Duidelijk is volgens Sijpesteijn al wel dat vorm en functie van de islamitische tradities in die vroege periode niet volledig vaststonden. Met andere woorden: ‘Er bestaat geen pure, zuivere islam. Er is altijd verschil van mening geweest.’

Toch zie je in het publieke debat dat wetenschappers, politici en ook moslims zelf (vooral de salafisten, die hun leven modelleren naar de leefwijze ten tijde van de profeet Mohammed) het beeld hanteren van een monolithische, onveranderlijke islam. Volgens PVV-leider Geert Wilders, die om zijn uitspraken wordt vervolgd, bestaat er maar één islam: een kwaadaardige ideologie.

Puzzelstukjes
Sijpesteijn: ‘Ik hoor dat ook op verjaardagsfeestjes. Het idee is wijdverbreid dat de islam gewelddadig was van het begin af aan. Ik wil niet zeggen dat de islam helemaal vredelievend is, dat is ook onzin. Als wetenschapper wil ik puzzelstukjes aandragen om dat statische beeld, of we de islam nu interpreteren als serene volmaaktheid of als rigide onbuigzaamheid, bij te stellen.’

Daarom vindt ze het zo belangrijk dat zoveel mogelijk Arabische papyri, waarvan de eerste werden gevonden in de 19de eeuw, worden ontcijferd. ‘Er zijn zo’n honderdduizend Arabische papyri, waarvan nog maar 2 procent is uitgegeven.’ Haar onderzoek – ze is een van de zes Arabische papyrologen in de wereld – heeft duidelijk ‘momentum’, zegt ze.

Sijpesteijn: ‘Veel van die papyri gaan over het dagelijks leven, over handeltjes, huwelijken, conflicten. Tussen dat materiaal kan er zomaar een brokje informatie zitten dat een heel ander licht werpt op de geschiedenis.’

Uit de papyri die ze tot nu toe heeft ontcijferd, trekt Sijpesteijn de conclusie dat ‘de Arabieren van het schiereiland iets meenamen dat apart was. Een godsdienst waarvan we de contouren hebben, maar zeker nog niet weten hoe het in zijn details was.’ Zo heeft ze een tekst over de hadj, de bedevaart, een van de vijf plichten van moslims. Die tekst dateert van 50 jaar na de dood van Mohammed.

‘Er wordt een pelgrimstocht genoemd, waarvan zowel de schrijver als de ontvanger weet waarover het gaat. Het is duidelijk dat het iets belangrijks is. De kalief doet eraan mee. Maar er staat niet dat ze zeven keer moeten lopen rond de Ka’ba (een zwart, kubusvormig gebouw dat staat in de Grote Moskee in Mekka, red). Dat weten we niet, zelfs niet of die hadj naar Mekka ging.’

Boeiend noemt ze ook een tekst over sadaqa-zakat (aalmoezen) uit 720. Aalmoezen geven behoort ook tot de vijf zuilen (de meest fundamentele religieuze verplichtingen) van de islam. (De overige drie zijn: geloofsbelijdenis, rituele gebeden, vasten tijdens ramadan.)

Sijpesteijn: ‘Het is een brief van de Egyptische overheid aan een groep moslims die ervan overtuigd moet worden de zakat te betalen. Het is een belasting op hun vee, in goud. Uit literaire bronnen uit het begin van de 8ste eeuw blijkt dat er toen discussie was over de vraag of je aalmoezen zelf mocht geven aan de armen, of dat je verplicht was om ze aan de overheid te betalen. Die kon het geld ook aan andere zaken besteden. Het leek erop dat de staat extra geld moest hebben en religieuze voorschriften aanvoerde. Een politieke discussie.’

Terechtwijzing
De helft van Sijpesteijns studenten is moslim. Als ze die groep voorhoudt dat zakat een soort inkomstenbelasting is, wordt ze terechtgewezen. ‘Je begrijpt het niet, zeggen ze dan. Zakat is een vrijwillige belasting die ik aan de zwerver op de hoek geef.’

Sijpesteijn is zich ervan bewust dat haar onderzoek schokkende informatie kan opleveren voor gelovige moslims. Zo heeft ze een Egyptische phd-student die wil promoveren op Arabische papyrologie. ‘Pijnlijk wil ik het eerste gesprek met hem niet noemen, maar toch moest ik hem beloven dat ik nooit iets zou laten doen dat tegen zijn geloof in zou gaan. Ik zei: ‘Als je je met papyri wilt bezighouden, moet je weten dat je een tekst kunt vinden die gevoelig is. In het meest extreme geval dat de profeet Mohammed niet bestond.’ Gelukkig a antwoordde hij: ‘De waarheid gaat boven alles’.’

De meeste studenten Arabisch komen niet voor zo’n wetenschappelijke benadering, zegt Sijpesteijn. ‘Ze zijn geïnteresseerd in Hamas-retoriek, willen iets met diplomatie, of zien hoe hun cultuur was.’ De hoogleraar zegt niet te willen polariseren. Dus houdt ze haar studenten voor dat ze de islam kunnen bestuderen op een historische, tekstkritische manier, maar dat dat niets zegt over de islam als geloofsleer.

Gevoelige zaken zal ze niet vermijden, maar ook niet benadrukken. ‘Ik zeg wel dat de eerste verwijzing naar de islam en Mohammed pas in 720 opduikt, honderd jaar na zijn dood. Dat ligt gevoelig, want de geloofsbelijdenis is dat er vanaf het begin één God is en Mohammed zijn profeet was. Ik zeg er wel meteen achteraan dat het niet betekent dat de islam of Mohammed niet bestond. We hebben het alleen niet gevonden.’

Haar moslimstudenten hebben veelal vaststaande beelden over hoe de profeet zijn baard droeg of zijn tanden reinigde: met een siwaak , een stokje. ‘Dat is wat we nu denken’, reageert de hoogleraar dan. ‘Maar we weten het niet.’

Misschien dat er ooit papyri worden gevonden die daarover opheldering verschaffen. Sijpesteijn: ‘Arabische papyri zijn belangrijk omdat ze teruggaan naar de basis en nieuwe informatie brengen. Ze geven in elk geval een gelaagder beeld van de vroege islam dan datgene wat nu wordt gehanteerd door de spelers in het maatschappelijke debat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden