Geen groot zwart gat maar fluitend af

Vrijdag neemt het echtpaar Herman Gilis ( 65 ) en Alize Zandwijk ( 55 ) afscheid van het Ro Theater. Zij was daar artistiek directeur, hij acteur. Hoe nu verder? Gilis beëindigt met blij gemoed zijn loopbaan, Zandwijk zet in op een internationale carrière: in Bremen, Berlijn en Zürich.

Herman Gilis en Alize Zandwijk.Beeld Els Zweerink

Herman Gilis

(1951, Antwerpen)

Fluitend liep hij eind april in het Amsterdamse theater Frascati het podium af, doodgemoedereerd, alsof er niets aan de hand was. Herman Gilis had die avond zijn laatste rol gespeeld, in zijn laatste voorstelling: Bommenneef, een kleine, intieme productie die hij samen met Marjolijn van Heemstra had gemaakt. Zij vroeg hem nog wat hij nu verder met zijn leven ging doen. 'Ach, we zien wel. Misschien studeren, astronomie of theologie', antwoordde hij. Toen floot hij nog een keer en verdween in de coulissen.

Herman Gilis speelt sinds 1998 bij Ro Theater. Daarvoor werkte hij voornamelijk bij een aantal Vlaamse gezelschappen. Zijn doorbraak in Nederland kwam in 1992 met Een zwarte Pool van Karst Woudstra bij het Nationale Toneel. Belangrijke rollen bij het Ro Theater speelde hij in onder meer Leonce en Lena, Dood van een handelsreiziger, Vreugdetranen drogen snel en Leger. Voor zijn rol in Vrijdag van Hugo Claus ontving hij in 1997 de Louis d'Or. Gilis is een gerenommeerd acteur, die nauwelijks op de voorgrond treedt - interviews geeft hij bijna nooit. Hij is breed inzetbaar: kan zowel een rare, shabby clown spelen als een depressieve echtgenoot of vader, net zo makkelijk een zwerver als een getroebleerde intellectueel. In Vrijdag was hij een intens geïmplodeerde vader met een incestverleden, in Dood van een handelsreiziger van Arthur Miller een geweldige Willy Loman, geniaal losgezongen van al te veel sentiment.

Mooi geweest

Gilis: 'Ach, we zien wel, ja, dat zei ik op die laatste avond. Geen idee wat er komen gaat, maar in elk geval niet meer acteren, het is mooi geweest na 44 jaar. Ik ben 65 jaar geworden en dan houdt het op, voor mij althans. Ik besta niet alleen maar in functie van een publiek, ik heb daarnaast ook nog een leven. Nee, ik denk niet dat ik in een groot zwart gat zal vallen. Een leven zonder toneel lijkt mij heel goed leefbaar. Ik heb nooit het idee gehad dat ik die en die rol per se ook nog moest spelen. Hamlet op je 20ste, Macbeth op je 40ste en dan nu zeker nog King Lear met een eindeloze tournee door het land - dat is me gelukkig bespaard gebleven. Daarom was het fijn met dat kleine, rare Bommenneef in de luwte afscheid te kunnen nemen. Als je aan het eind kunt zeggen dat je vijf mooie rollen hebt gespeeld, is dat een luxe, en ik heb het gevoel dat ik boven die vijf zit. Voor de rest is het werk, waarin dingen goed gaan, of mislukken, of niet uit de verf komen.

Wat ik in het geheel niet zal missen, is het reizen dat wij als acteurs bijna elke dag doen, met de voorstelling het land in. Dat is een crime, schandalig dat het nog steeds een verplichting is. Ik spreek niet voor iedereen natuurlijk, maar die ellenlange dagen in de bus bederven het spelplezier. Toneelspelen wordt dan een klus.

Ik heb trouwens altijd veel liever gerepeteerd dan op het podium gestaan. Zoals een ambachtsman bezig is met het in elkaar zetten van een uurwerk; als het klaar is, loopt het en hij hoeft dat niet nog eens veertig keer te laten zien. Ja natuurlijk, ik speel graag, maar ik ben niet zo van het etaleren, dat zit niet in de aard van het beestje. Ik loop liever weg als de volgspot eraan komt.'

Op de bühne, uit de publiciteit

'Ik schuw de publiciteit, mijn werk is op de bühne. Interviews op televisie? Ik zou het niet kunnen, het lukt mij niet om in tien minuten iets over mijn vak te vertellen, ik twijfel te veel. Kranteninterviews doe ik eigenlijk ook nooit. In die zin heb ik een haat-liefdeverhouding met het vak. Toen ik eind april de allerlaatste voorstelling speelde in Frascati kwam Alize na afloop ineens het podium op en hield een toespraak. Ik wist van niets. Daarna kreeg ik 5 kilo bloemen in mijn armen geduwd alsof ik een wielrenner was die de Ventoux had beklommen. Dat raakte me wel, ik vond het aardig en ik heb het in dank aanvaard.

Overigens is het geen slecht moment om te stoppen. Het gaat niet goed met het theater in Nederland. Theater zit in een wurggreep. Dat kan ook niet anders met al die neoliberale politici van nu. We moeten ons steeds vaker verdedigen omdat we subsidie krijgen. De belastingbetaler betaalt voor kunst waaraan hij zelf geen behoefte heeft, hoor je dan. Maar ik betaal toch ook voor al die honderden agenten die bij een voetbalwedstijd staan? Het is allemaal zo kleingeestig.

Die miljoenen mensen die jaarlijks naar Amsterdam komen, gaan echt niet naar voetbal, die gaan naar al die musea, naar concerten, naar het theater, en die trekken tussendoor een Febo-kroket uit de muur of ze eten in een goed restaurant.

Elke euro die je als overheid in cultuur stopt, krijg je driedubbel terug. En toch zetten de boekhouders ons het mes op de keel. Een theatermaker hoort niet in de pauze een winkeltje te openen om zijn merchandise te verkopen, een kunstenaar wordt geacht goede kunst te maken en daarmee houdt zijn taak op. Theater als entertainment, het wordt ons bijna door de strot geduwd. De nieuwe generatie kunstenaars moet haar mond opentrekken en met de vuist op tafel slaan: nee, dit doen wij niet langer, wij willen iets anders maken!

Wil je met je naam groot op het affiche staan of ga je voor het avontuur, voor het ongewisse? Het zijn keuzen die je maakt en ik heb op mijn 21ste gekozen voor het ongewisse. Ik zou zo'n sterrenstatus ook niet eens aankunnen, ik zou er uitermate gestrest van raken.

Dus ik ben heel dankbaar voor hoe het uiteindelijk allemaal is gelopen en mede daarom ben ik fluitend afgegaan.'

Overzichtswerk

Ter gelegenheid van het afscheid van Alize Zandwijk verschijnt vrijdag het boek Alize Zandwijk - 18 jaar Ro Theater 1998-2016. Daarin staat een overzicht van de 38 producties die Zandwijk bij het Rotterdamse stadstheater heeft geregisseerd. Publicist Marijn van der Jagt schreef een interview met Zandwijk, recensent Karin Veraart een beschouwing over haar werk. Fotograaf Carel van Hees heeft de vertrekkende regisseur gevolgd tijdens haar laatste grote regie: Van Waveren.

Alize Zandwijk

(1961, Hellendoorn )

Vijf sterren kreeg de voorstelling Walden van het Ro Theater vorige week in de Volkskrant. Alize Zandwijk regisseerde daarin Arjan Ederveen en Jack Wouterse als twee oudere tuinkabouters en ze was er 'superblij' mee. Het is haar laatste productie bij het Ro Theater, een kleine bovendien, nadat ze zich al die jaren vooral in de grote zaal heeft gemanifesteerd. In Rotterdam kenmerkte het theater van Zandwijk zich door het stevig onder handen nemen van de klassieken (Oeidipous, Nachtasiel, Macbeth, Dood van een handelsreiziger) en het ontdekken van nieuwe schrijvers en nieuwe stukken. Zo introduceerde ze de Duitse Dea Loher (Onschuld), de Libanees Wajdi Mouawad (Branden) en de Nederlandse schrijver Rik van den Bos (Leger, Vreugdetranen drogen snel), stukken met maatschappelijk engagement.

Het theater van Zandwijk kan altijd alle kanten op, maar je bent er ook altijd nieuwsgierig naar. Soms gaat de theatrale fantasie behoorlijk met haar aan de haal, dan weer is het onthutsend, rauw en ontroerend tegelijk, een wake-upcall voor de toeschouwer. Altijd zijn haar voorstellingen uitermate beeldend, met decors vol uitbundige zingeving. Zandwijks theater gaat vooral over de zoekende, ploeterende mens, want 'in de mens is alles, ieder begin en ieder einde' (Nachtasiel van Gorki).

Met haar vertrek houdt ook het Ro Theater op te bestaan. Op 1 januari start Theater Rotterdam, waarin Rotterdamse Schouwburg, Ro Theater en nog enkele instellingen samengaan. Onlangs werd Melle Daamen aangetrokken als algemeen directeur, Johan Simons gaat in Rotterdam meewerken aan internationale producties.

Jack Wouterse (L) en Arjan Ederveen tijdens de première.Beeld Still uit premièreverslag

Verhalen van een veelkleurige stad

Zandwijk: 'Ik heb een heilig geloof in het theater zoals wij dat de afgelopen jaren hier hebben gemaakt, met veelkleurige acteurs en de verhalen van een veelkleurige stad. Voor een stadstheater is het van groot belang dat je een band hebt met je eigen bevolking, dat is belangrijker dan allerlei internationale ambities. Wij hebben hier Moeders gemaakt met vrouwen uit de wijk, een gekleurd ensemble opgebouwd met acteurs als Nasrdin Dchar, Bright Omansa en Yahya Gaier. Ik denk dat dat in deze tijd, in deze stad en eigenlijk voor heel Nederland ontzettend belangrijk is.

Wat er na het opheffen van het Ro Theater in Rotterdam gebeurt, volg ik uiteraard vanaf de zijlijn, want ik hoor er niet meer bij. Ik zie die nieuwe organisatie vooral als een veelkoppig monster, met een veel te zwaar management. Onze manier van theater maken wordt nu doorgeknipt, daar wordt weinig meer mee gedaan. Dat vind ik wel treurig ja, absoluut. Het geld gaat nu naar structuren en niet naar de kunst. Het is een tekentafelmodel geworden.'

Nieuwe stukken van nieuwe schrijvers

'Maar goed, ik kan dat allemaal wel vinden, maar ik ga weg. Na achttien jaar is het mooi geweest. In de vorige periode zijn we flink gekort op de subsidie en dat gaat je niet in je koude kleren zitten. Tegenwoordig gaat het in het theater vooral over economisch ondernemen, bekende titels, bekende namen - alles moet glad en sexy en toegankelijk zijn. Juist daarom heb ik vier jaar terug besloten alleen nog maar nieuwe stukken te brengen, deels van nieuwe schrijvers. Ik ben ook totaal niet bezig met virtuoze of gladde acteurs, maar juist gefocust op acteurs als Fania Sorel, Sylvia Poorta, Nasrdin Dchar, Jack Wouterse en Herman natuurlijk - allemaal persoonlijkheden met iets van een hoekje eraf. Dat er misschien eentje bijloopt die niet helemaal goed Nederlands spreekt, daar heb ik geen enkel probleem mee.

Vanaf 2004 heb ik regelmatig in Duitsland als gastregisseur gewerkt en dat is meer en meer geworden. Ik heb daar intussen een goede bedding. Het heeft wel even geduurd voordat dat in Nederland doordrong, ja. Het ging in de media vooral over Johan Simons en Ivo van Hove en hun buitenlandse successen. Ik ben overigens nooit jaloers geweest op Ivo, behalve toen hij met David Bowie ging werken. Dat vond ik als groot Bowie-fan natuurlijk fantastisch, daar was ik godverdomme jaloers op, man, ik kon het niet uitstaan!

Ik zit nu nog helemaal in mijn goede jaren en heb nog de lust en de hartstocht om dingen te maken. In Bremen word ik Oberspielleiter, een soort vaste huisregisseur, daarnaast ga ik werken in Berlijn en Zürich. Maar Bremen wordt mijn vaste plek, daar gaan we deels ook wonen. Komend seizoen begin ik daar met Der gute Mensch von Sezuan van Brecht, dat voor mij gaat over de vraag of en hoe je goed kunt zijn in deze tijd. Neem je vluchtelingen in huis of niet - op dat soort morele dilemma's word je aangesproken. Daarna maak ik een voorstelling op basis van de films van Lars von Trier met als onderwerp 'opoffering'. Met dansers, acteurs en operazangers - alles een beetje door elkaar mixen. En in Zürich ga ik onder meer GAZ van Tom Lanoye regisseren, zijn nieuwste tekst over een moeder wier zoon zichzelf en anderen heeft opgeblazen in de metro.

Ik ben zeker trots op wat ik heb gedaan, absoluut. Ik ben achttien jaar geleden begonnen met Nachtasiel van Gorki en toen ging het al over de stad en het plein dat hier vol zat met daklozen. Ik heb ook dingen gemaakt die niet gelukt zijn, je maakt maar eens in de zoveel tijd iets bijzonders als Branden of Moeders. Maar alles wat ik heb gemaakt, was altijd met een reden. Vrijdag nemen we afscheid hier, en nee, ik ben niet bang voor het grote zwarte gat. Ik ga in augustus gewoon weer opnieuw beginnen. Ik word wel Oberspielleiter, hè.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden