Geen franjes, geen bullshit: The Rolling Stones als een klap in je gezicht

Als The Stones konden kiezen, dan hoorde iedereen ze in mono: hard, direct, alles door één kanaal geperst. Helaas, de opkomst van stereo was onstuitbaar. Gelukkig is er nu een monobox.

Beeld Studio V

Als het aan Keith en Mick had gelegen, dan hadden ze hun eerste platen opgenomen zoals de oude Amerikaanse blues- en countryhelden dat deden sinds de late jaren dertig van de vorige eeuw. Ingezongen in een microfoon en dan rechtstreeks in een schellakplaat geperst. Zonder tussenkomst van een producer, mixer, technicus of wie dan ook.

De Stones dweepten met de blues van John Lee Hooker, Muddy Waters en Willie Dixon en met het rauwe geluid dat van hun platen kwam. Een drilboor in het oor, knetterend en direct. En mono, vanzelfsprekend.

In de vroege jaren zestig werd al volop geëxperimenteerd met een stereofonisch geluid, dat werd opgenomen en weergegeven op meerdere kanalen, maar voor de Stones was dat te freaky en te kunstzinnig en bovendien bedoeld voor snobs die hadden geïnvesteerd in een duur geluidsmeubel dat die stereo kon reproduceren. Mono was voor de arbeidersklasse die muziek nog beluisterde door een krakerige transistorradio of een draagbare platenspeler. Voor die brakke apparaten, én voor de Stones, was mono uitgevonden.

In zijn autobiografie Life uit 2010 memoreert Keith Richards hoe hij als door de bliksem getroffen kon luisteren naar de mono-opnamen van Elvis uit de jaren vijftig, voor de Sun Studio-sessies in Memphis. 'Een totaal ander geluid, gestript, hitsig, geen violen, geen bullshit. (...) Je luisterde naar exact dat wat er gebeurde in de studio, je hoorde precies wat er was ingespeeld, geen franjes, niets.'

Cadeautips

Hoe minder cd’s er verkocht worden, hoe mooier en spectaculairder de speciale uitgaven worden want die verkopen wél. En terecht.

De Volkskrant selecteerde de mooiste.

De mono-opnamen zoals die voor veel jarenzestigplaten van de Stones werden gemaakt in de Londense Olympic Studios, waren geknipt voor de band: basaal en hard. Ze raakten volgens Richards het dichtst aan het live-gevoel dat hem zo had aangesproken op die oude bluesplaten. Bij het beluisteren van een monoplaat, waarbij je de hele band door één kanaal geperst kreeg, stond je volgens Richards gewoon in de oefenruimte of voor het podium bij een bandje.

Mono was eigenlijk half-live, en zo zijn de Stones te horen in de kolossale platenbox The Rolling Stones in Mono, met alle monoplaten heruitgegeven in een nog helderder en directer (want fris geremasterd) geluid. Het is een belangrijke Stones-verzameling, omdat de monoplaten uit de jaren zestig van de band alleen nog verkrijgbaar waren als tweedehands en peperdure collector's items.

Zelfs eind jaren zestig was het al lastig de Stones in hun geliefde monogeluid te pakken te krijgen. In Amerika was stereo in die tijd in opkomst en hip, en dus werden de platen van de Stones het liefst omgevormd tot stereo. Nep-stereo, tot stand gekomen door flitsende studiotrucs. De eerste Stones-plaat, The Rolling Stones, uit 1964, die in Amerika verscheen als The Rolling Stones (England's Newest Hitmakers) was voor Amerikaans gebruik door de echo's en geluidseffecten getrokken en stuiterde op een afgrijselijke manier heen en weer tussen het linker- en het rechterkanaal. 'Stereo - electronically re-processed', stond dan op de hoes, ter aanbeveling.

De Stones moesten zich uiteindelijk natuurlijk overgeven aan de stereomanie. De plaat Aftermath, de eerste Stonesplaat die werd opgenomen in de Verenigde Staten, werd in mono én in stereo gemixt.

Beeld Studio V

Op de nu voor het eerst weer verkrijgbare monoversie is prachtig het verschil te horen tussen die twee muzikale benaderingen, bijvoorbeeld in het lange jamnummer Going Home. In de stereoversie, zoals we die kennen van de meeste Stones-verzamelaars, horen we de bas en de riffs van Keith Richards in het linkerkanaal, en het gepingel van Brian Jones op het rechter. Ergens in het midden zweeft dan de stem van Mick Jagger - het klinkt allemaal erg psychedelisch, maar ook nogal vermoeiend.

In de monoversie van Going Home hoor je gewoon weer een bandje achter een zanger en Keith Richards die zijn jeugdvriend Mick Jagger optilt met gore gitaarlicks. Geen franjes, geen bullshit. De Stones als een klap in je gezicht en dus: de Stones in topvorm.

The Rolling Stones in Mono, (16 platen met boekwerk), ABKCO Music/ Universal, €349,99.

Pizzeria-versie

En zo werd ook 2016 weer een bijzonder Stones-jaar. De stokoude band liet een paar gekoesterde wensen in vervulling gaan. Allereerst natuurlijk met het optreden op Cuba in maart. En daarna toch ook maar eens met die nieuwe studioplaat, die al elf jaar op zich liet wachten.

Morgen verschijnt dan eindelijk 'de nieuwe Stones' Blue & Lonesome. Een plaat die perfect te linken is aan de boxset The Rolling Stones in Mono, omdat de Stones op hun vijfentwintigste album teruggrijpen op de liedjes uit hun sixtiestijd, en op covers van de welbekende blueshelden: van Howlin' Wolf, tot Little Walter en Willie Dixon.

Maar minstens zo mooi is het dubbele compilatiealbum Stray Cats, dat exclusief en als lokkertje is verschenen in de monoboxset: een collectie B-kantjes, alternatieve versies en rariteiten, uiteraard in een glashelder monogeluid. Hilarisch is de single Con Le Mie Lacrime, waarmee de Stones in de jaren zestig de Italiaanse hitlijsten wilden bestijgen. As Tears Go By in een pizzeria-versie: volkomen maf en een niet te missen Stones-curiosum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.