Geen Einstein te bekennen in Reetveerdegem

Al waren wij nooit in Reetveerdegem, een vlek in de buurt van Aalst, dankzij de beeldende beschrijvingen die Dimitri Verhulst (1971) ervan geeft in zijn roman met de schone titel De helaasheid der dingen, voelen we ons er al snel op bekend terrein....

Armoe troef, de wc is er gewoon een gat in een plank, hele generaties blijven er plakken omdat het ze aan centen en hersens ontbreekt hun heil elders te zoeken; en waarom zouden ze, er zijn immers kroegen te keur, en behoren tabak en alcohol niet tot de noodzakelijke levensbenodigdheden?

Aan werken doen ze niet veel, maar is een avond stug pinten hijsen aan de toog dan geen arbeid, topsport zo u wilt, waarvan je de volgende dag moet recupereren zoals een klerk die van kantoor komt nooit hoeft? Ga maar na, zo’n gast ontwaakt niet met koppijn en in een omineuze zweetlucht, om zich meermalen op wankele benen en omhangen met slingers van snot, kots en slijm naar het gat in de plank te haasten.

Voze grappen, onsmakelijke toestanden en sterke verhalen voor wie over een sterke maag beschikt, Dimitri Verhulst grossiert er met welbehagen in. De auteur van de geestig wrange reportage Problemski hotel (2001) neemt dit keer een duik in het autobiografisch diepe. De nieuwe roman speelt in de jaren tachtig, toen de kleine Dimitri in Reetveerdegem bij zijn oma Maria woonde, dezelfde die zich blijkens de opdracht ‘de schaamte wou besparen en stierf terwijl ik de laatste bladzijden van het manuscript voltooide’. Och, uit het voorlaatste hoofdstuk wordt duidelijk dat oma al een tijd dement in een bejaardentehuis zat, dus vermoedelijk had ze er niet eens weet van.

Daarbij: zou Maria niet meer reden hebben fier te zijn op die kleinzoon, die op zijn eigen manier een ode brengt aan de tijd die hij doorbracht onder haar vleugels, met zijn vader Pierre (die nadat zijn vrouw van hem was gescheiden bij moeder kwam schuilen) én de drie ooms Potrel, Witten en Zwaren? Sluit zoiets niet uit. ’t Is waar, de jonge schrijver maakt zijn familieleden geen spat wijzer dan ze waren, maar dat kun je ook eerlijk noemen. En tegen niemand trekt hij van leer, of het moest zijn loeder van een moeder zijn – maar hé, die is er ook vandoor gegaan.

Ziedaar. In huize Verhulst, ja in heel Reetveerdegem was geen Einstein te vinden, daarover geen misverstand, en als Dimitri schrijft over het delirium waar nonkel Potrel zich gestaag naartoe zoop toen hij een alternatieve koers had uitgezet, in evenzovele etappes als de Tour de France kent, voor vijftien man plus ‘Dikke Zulma’ (een diesel die pas dorst begon te krijgen ‘als ze een ganse emmer binnen had’), een koers die in een caravan vol drank moest worden afgelegd, dan kun je grootmoeder Maria de zotste van allen noemen, want die vond het zo dapper van Potrel dat hij eindelijk iets anders te doen had dan zuipen, dat ze hem toen ie thuiskwam een fiets cadeau deed, een fonkelnieuwe wielrenfiets, om op te koersen, met gratis bijgeleverde drinkbeker – dan kun je schaterlachen om die dommekloten in de Vlaamse provincie, maar Dimitri roept alles zo aandachtig op dat je er ook door wordt getroffen, en niettegenstaande alle putlucht iets van behaaglijke warmte opsnuift.

Inmiddels is hij uit het dorp weg, heeft een vriendin, en een zoontje van vijf, van een eerdere vriendin, zo kan het lopen, en het kereltje lijkt als twee druppels water op zijn vader, die ook al is gestorven. Als hij terugkeert in het dorp en met gemengde gevoelens in de kroeg gaat zitten, dan zien zijn nonkels toe hoe zijn zoontje binnen korte tijd vijftienhonderd euro uit de bingokast trekt. Dimitri wil ze niet hebben. Uit schaamte bekent hij zijn ooms niet dat hij thans gelukkig is.

Hij lijkt wel een afvallige. En dan schrijft hij ook nog dit boek, en zet ze in hun hemd en onderbroek.

Die verscheurdheid is de kern van De helaasheid der dingen. Ook daarom komt de lezer zoveel bekends tegen. Met overtuiging roept Verhulst die avond terug dat hij met zijn vader en ooms naar een tv-registratie wilde kijken van een comeback-concert van de smartelijke zanger Roy Orbison. Bijna ging het feest niet door, want diezelfde dag had de deurwaarder hun tv weggehaald. Gelukkig konden ze terecht bij een Iraans echtpaar, Swasj en Mehti, dat een toestel bezat en het zootje ongeregeld nog wilde ontvangen ook.

Prachtig concert. Tranen met tuiten. Hoe Roy Only the lonely zong, oftewel Alleen de allenen. Blijf daar maar eens nuchter onder. Trouwens, ze hadden hun eigen bier meegenomen. Veel toffe artiesten bij dat concert, die Roy ondersteunden, behalve dan Elvis Costello met zijn ‘pseudo-intellectuele uitstraling’.

Verhulst kan alles nog steeds begrijpen, al is hij zelf mettertijd een ander leven gaan leiden. In taal kan hij terug, maar die woorden staan in welgekozen zinnen gerangschikt, en die zinnen vormen een roman, en daarmee vergroot hij de afstand tussen toen en nu. Want in Reetveerdegem kon en kan iedereen het af zonder literatuur.

Luuk Gruwez heeft ervan verhaald, Walter van den Broeck, Boon en Claus vanzelf, Erwin Mortier en Leo Pleysier weten ervan. Nu heeft ‘onze Dimmetrieken’ zijn eigen versie afgeleverd, waarin de drang om af te rekenen tegengas krijgt van de weemoed, en de snijdende humor het opspelende sentiment er haast onder krijgt maar nooit hardvochtig weglacht. Er blijft spanning, en die verheft de roman uit een onderdompeling in streekromantiek.

De zoon doet het anders dan zijn vader Pie, die zomaar op een dag besloot naar een ontwenningskliniek te gaan, om onderweg erheen nog één keer door te halen, wat uitliep op een tienkroegentocht. Na drie maanden keerde vader zowaar droog terug uit de inrichting, en ging met zijn zoon verwoed hardlopen, en wat al niet: ‘En omdat het vernissen van een staldeur geen uren duurt, zelfs niet voor een onhandige perfectionist, greep hij meteen daarna de grasroller beet en maaide hij het weinig vierkante meters tellende gazonnetje, hoewel ook dat compleet zinloos was. Er zullen nooit genoeg staldeuren en gazonnen op de wereld zijn om een ex-drinker de rust te geven die hij in een bak bier vond.’

Dit soort passages is, al bijt Verhulst zelf liever zijn tong af dan het te erkennen, overhuifd door tederheid.

Dimitri Verhulst: De helaasheid der dingen. Contact; 207 pagina’s; ¿ 18,90. ISBN 90 254 2773 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden