Geen broer of zus van de Nachtwacht, wel een buitenkans

Nederland en Frankrijk verdelen de portretten van het aanstaande huwelijkspaar Maerten Soolmans en Oopjen Coppit. Soolmans wordt gekocht door Nederland. Coppit wordt betaald met Frans geld. Het is het resultaat van maandenlang getouwtrek om de schilderijen tussen beide landen. Waarom zijn ze zo bijzonder? Kunstredactuer Wieteke van Zeil sprak daar in september over in het onderstaande artikel, kort nadat minister Bussemaker met een intentieverklaring aankondigde de schilderijen te willen aanschaffen.

Een van de twee Rembrandt-portretten die het Rijksmuseum en het kabinet willen aanschaffen. Het portret van de 23-jarige Amsterdamse Oopjen Coppit, geschilderd in 1634. Beeld Art Market Monitor

Van Zeil benadrukt dat het in het geval van de Rembrandt-schilderijen gaat om een intentieverklaring. Dat is een aanzienlijk verschil met het daadwerkelijk aanschaffen van de schilderijen. 'Maar dat een minister een intentieverklaring zo de wereld in brengt, is al bijzonder', zegt ze.

De twee werken betreffen portretten van een jong Amsterdams stel: de 21-jarige Antwerpse immigrant Maerten Soolmans en de 23-jarige Oopjen Coppit, een dochter van de Amsterdamse elite. Rembrandt schilderde ze in 1634.

Geen Nachtwacht, wel bijzonder

De doeken worden als 'broer en zus van de Nachtwacht' bestempeld. Van Zeil heeft geen idee waar de vergelijking met het meesterwerk van Rembrandt vandaan komt. 'Dat slaat echt nergens op. Het zijn geen schutters, het is geen groep. Het zijn gewoon Amsterdamse burgers.'

Wel hebben de werken een bijzondere plek in het oeuvre van Rembrandt, stelt Van Zeil. Het zijn namelijk twee van de weinige staande, levensgrote portretten die de Hollandse meester schilderde. 'Ze zijn twee meter hoog. Dat alleen maakt ze al indrukwekkend.' Naast de portretten van Soolmans en Coppit is er één ander levensgroot portret van de hand van Rembrandt bekend. Daarop is een vrijgezelle man afgebeeld.

Zoom in op het onderstaande portret van Maerten Soolmans (beeld: Art Market Monitor). Tekst loopt door onder afbeelding.

Nieuw geld

Van Zeil begrijpt waarom de minister en het Rijksmuseum een poging wagen de schilderijen te kopen, zeker gezien de koppeling met de Nederlandse geschiedenis. 'De portretten staan symbool voor de explosieve groei van Amsterdam als wereldstad in de Gouden Eeuw. Het zijn jonge mensen waar het mooiste nog niet goed genoeg voor is.'

Soolmans en Coppit vertegenwoordigen het nieuwe geld van deze periode. Ze dragen op de portretten de nieuwste mode uit Frankrijk. Soolmans heeft een zwart satijnen pak aangetrokken met een kanten kraag, manchetten en enorme witte rozetten op zijn schoenen. Oopjen poseert met een waaier, rozetten, parels en een ring vol diamanten aan een ketting om haar hals. Ze betaalden 500 gulden voor de portretten. In die tijd een jaarsalaris voor een ervaren werkman.

'Het was toen not done om je op zo'n manier te laten vastleggen als je niet van adel was. Ze zeggen eigenlijk: wij zijn vorstelijk. Ze wilden hun nieuw verworven rijkdom laten zien', legt Van Zeil uit.

Russen en oliesjeiks

Minister Bussemaker wil met het aanschaffen van de werken waarborgen dat de schilderijen in Europa blijven en, belangrijker, dat ze door veel mensen gezien kunnen worden.

De portretten waren bijna tweehonderd jaar in bezit van de Franse bankiersfamilie De Rothschild. In die tijd zijn ze door bijna niemand gezien. Van Zeil: 'Het schijnt dat ze ergens in een privévertrek hingen. Taco Dibbits, directeur collecties van het Rijksmuseum, heeft de schilderijen ook pas onlangs voor het eerst in het echt gezien.'

De kans is aanzienlijk dat een rijke Rus of oliesjeik met de schilderijen aan de haal gaat als het Rijksmuseum niet toeslaat, zegt Van Zeil. 'En dan verdwijnen ze waarschijnlijk ergens in een penthouse.'

Wat dat betreft is het volgens Van Zeil 'heel bijzonder' dat het Rijksmuseum überhaupt kans maakt de schilderijen toe te voegen aan de collectie, ook omdat de werken op de particuliere markt zo goed als zeker meer zullen opbrengen dan de genoemde 160 miljoen euro. 'Het zou daarom een goede deal zijn en ik vind het als kunsthistoricus een enorm goede zaak. Wel begrijp ik dat er ook mensen zijn die tegen een dergelijk bedrag aan hikken in deze tijd.'

Het standbeeld van Rembrandt op het Rembrandtplein in Amsterdam. Beeld anp

Buitenkans

De schilderijen kwamen in maart plots op de markt. Wat Van Zeil sindsdien misschien wel het meeste verbaasde, is dat Frankrijk zich de portretten niet heeft toegeëigend.

De Fransen hadden de doeken kunnen aanmerken als nationaal kunstbezit en daarmee de Rembrandt-werken in eigen land kunnen houden. Musea als het Louvre zouden de schilderijen dan kunnen aanschaffen. Dat gebeurde niet, tot ontsteltenis van de Franse pers.

'Dat is echt een domme zet van het Louvre', zegt Van Zeil. 'In een land als Engeland gaan alle alarmbellen af wanneer kunst op een dergelijke manier op de markt komt. Dat was een paar jaar geleden bijvoorbeeld zo met een Raphael. De Engelsen halen dan alle mogelijke manieren van fondsenwerving uit de kast om 'hun' Raphael te kunnen behouden, alsof hij een Brit was. Daarom zijn deze Rembrandt-schilderijen wel echt een buitenkans.'

Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes (links) met koning Willem-Alexander tijdens de opening van de tentoonstelling 'Late Rembrandt'. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden