Geen aankoop van belang zonder 'Rembrandt'

Deze week maakte De Nederlandse Bank bekend een bedrag van ongeveer 110 miljoen gulden aan het Nationaal Fonds Kunstbehoud van de Vereniging Rembrandt te zullen schenken....

Van onze verslaggeefster

Lucette ter Borg

AMSTERDAM

Maarten Boll is trots. Afgelopen zondag nog liep de voorzitter van de Vereniging Rembrandt/Nationaal Fonds Kunstbehoud door het Rijksmuseum. 'Vier schilderijen van Vermeer bezit het museum, waarvan er twee - Het Melkmeisje en De Liefdesbrief - met steun van ons zijn verworven. En in de zaal met negen Rembrandts zijn er acht met steun van de Vereniging aangekocht.'

Boll spreekt er bescheiden over, want bescheidenheid, zegt hij, siert de Vereniging Rembrandt. 'Wij zijn geen flashy vereniging', zegt hij. 'Onze leden lopen niet te koop met de steun die ze geven.' En dus schuwde 'Rembrandt' - zoals de Vereniging kortweg wordt genoemd - in alle honderdvijftien jaar van haar bestaan de publiciteit. Maar haar rol bij de verwerving en het behoud van kunstschatten voor Nederlandse musea was er niet minder om - en wordt alleen maar belangrijker in de toekomst, met de schenking van 110 miljoen van De Nederlandse Bank. Het reguliere budget van circa 2 miljoen, dat de Vereniging jaarlijks aan de aanschaf van kunst kon besteden, wordt nu vijfenvijftig keer zo groot.

Welke kunstwerken daarmee moeten worden aangekocht in de toekomst, wil Boll niet zeggen, 'in verband met de prijsopdrijving'. Maar de verwerving voor Nederland van het laatste schilderij dat Mondriaan maakte in New York, de Victory Boogie-Woogie (1943/1944), zou voor Boll 'een droom verwezenlijken'.

Wie de lijst van museumaankopen doorneemt die sinds de oprichting van de Vereniging in 1883 zijn mogelijk gemaakt, tuimelt over de namen van zestiende- en zeventiende-eeuwse Nederlandse en Vlaamse meesters - van oorsprong het interessegebied van de Vereniging. De Vlaming Memling wordt vergezeld door Ter Borch, Pieter de Hooch, Hobbema, Saenredam, Rembrandt, Steen, Vermeer en nog vele andere beroemdheden. Pronkstukken in het Mauritshuis, het Rijksmuseum, museum Boijmans van Beuningen en tal van kleinere, provinciale musea zijn verworven dank zij de steun die de Vereniging gaf.

De geografische en historische horizon is in de loop van de jaren verbreed. Behalve oude kunst wordt ook geld aan moderne, niet per se Nederlandse kunst uitgegeven. Al is aan die verbreding een uitvoerige discussie binnen leden en bestuur vooraf gegaan. 'Aankopen van eigentijdse kunst steunen wij beslist niet', zegt Boll, zelf een groot liefhebber van eigentijdse kunst. 'Daar bestaan andere fondsen voor en instellingen zoals de Mondriaan Stichting. Bovendien willen wij als Vereniging niet als een keurmeester gaan fungeren.'

Beroemde voorbeelden van aankopen van moderne klassiekers zijn het landschap bij Aix met de tour de César van Paul Cézanne, dat vorig jaar door een Nederlandse particulier naar het buitenland dreigde verkocht te worden, maar door de bemiddeling van de Vereniging Rembrandt voor Nederland behouden bleef. Het schilderij was getaxeerd op 15 miljoen gulden, een bedrag dat A. Nuis, de toenmalige staatssecretaris van Cultuur niet wenste te spenderen. Ook bij de aanschaf van het eivormige beeldje Le Commencement du Monde (3,1 miljoen gulden) van de Roemeense beeldhouwer Constantin Brancusi door het Kröller-Müller museum in 1995 speelde de Vereniging een doorslaggevende rol. En het Van Abbemuseum dankt het bezit van zes abstracte, verticaal gestreepte doeken van de Franse, nog levende kunstenaar Daniel Buren mede aan de Vereniging. Geen aankoop van importantie is meer denkbaar zonder steun van de Vereniging.

Dit succes heeft een aantal oorzaken, waarvan de zorgwekkende situatie van de aankoopbudgetten bij de Nederlandse musea er één is. 'Die aankoopbudgetten zijn nooit met de tijd meegegroeid', zegt Boll. Daarom dringen zowel de Vereniging Rembrandt, de Mondriaan Stichting en verschillende directeuren van Nederlandse musea al lang bij de Nederlandse overheid aan om een speciaal aankoopfonds op te richten, met behulp waarvan de Collectie Nederland op internationaal niveau gehandhaafd kan blijven. Het bedrag van 750 duizend gulden bijvoorbeeld, dat het Rijksmuseum jaarlijks voor aankopen beschikbaar heeft, is een fractie van wat de National Gallery in Londen of het Louvre in Parijs besteden kan.

Het aantal van twintig à dertig verzoeken tot steun van Nederlandse musea die de Vereniging jaarlijks binnenkrijgt, is ondanks die nood relatief laag en stijgt nauwelijks. 'Men weet dat men bij ons alleen voor héél belangrijke aankopen kan aankloppen', zegt Boll. Ook geeft de Vereniging niet meer dan 30 procent van het totale aankoopbudget. 'De rest moet een museum uit andere middelen financieren.'

Dat lukt vrij gemakkelijk, omdat het ja-woord van de Vereniging voor veel andere geldschieters, zoals het VSB-Fonds, als garantiestempel fungeert. 'Rembrandt' is niet alleen het oudste, particuliere kunstfonds in Nederland, het is ook het meest constante en vertrouwenwekkendste. Bovendien kent de Vereniging van oudsher een machtige netwerkstructuur.

Sinds haar oprichting in 1883 door een aantal welgestelde Amsterdammers, die de uitverkoop van de tekeningenverzameling van Jacob de Vos wilden tegengaan, recruteert de Vereniging haar bestuur en commissie van adviesleden uit lokale en nationale politici, kunstkenners, museumdirecteuren, verzamelaars en captains of industry. Alle 'groten' van deze eeuw zijn in meer of mindere mate bij 'Rembrandt' betrokken geweest. Het is die combinatie van kennis, geld en politieke invloed die de Vereniging status en succes bezorgt.

Zo hebben in het dagelijks bestuur van nu onder anderen oud-directeur van het Rijksmuseum H. van Os zitting, oud-directeur van het Stedelijk Museum W. Beeren, en Th. Beels, oud-topman van de bank Mees & Hope. Voorzitter Boll is in het dagelijks leven lid van de Raad van State. Onder de oud (bestuurs-)leden tref je namen als A. Philips, havenbaron D.G. van Beuningen, E. Heldring, W. Koenigs en oud-minister E. Brinkman.

Ondanks de aankoopsuccessen is het aantal leden sinds enige jaren blijven steken op 25 honderd. Bovendien, zo heeft een ledenonderzoek onlangs uitgewezen, ligt de gemiddelde leeftijd van een 'Rembrandt'-lid inmiddels rond de zestig jaar.

Boll ziet het aantal van 25 honderd in de toekomst graag verdubbeld en de instroom van 'jongeren' verhoogd. Daarom zal aan het werk van de Vereniging meer ruchtbaarheid worden gegeven.

Maar ook moet er een mentaliteitsverandering in Nederland plaatsvinden. 'Het gaat ons in Nederland financieel goed', zegt Boll. 'En naarmate het jezelf beter gaat, vind ik, neemt de verantwoording die je als particulier voor de samenleving hebt toe. 'Rembrandt' is er voor dat particulier engagement '

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden