Gedicht op muziek zetten is toch een verminking

Henk Bernlef Beeld null
Henk Bernlef

In Trouw van 15 augustus stond een interview van Arjan Visser met de schrijver Gerard Stigter. De Tien Geboden dienden als uitgangspunt. Stigter zegt: 'Over Gij zult niet doden gesproken! God liet al de leuke mensen die ik ken doodgaan. Kan Hij daar niet gewoon eens een keer meer ophouden?'

Tot die 'leuke mensen' behoorde natuurlijk Henk Bernlef, schrijver van romans, korte verhalen en gedichten. Bijna had ik geschreven 'schrijver en dichter', maar dat vind ik altijd een raar onderscheid.

Ik ben een liefhebber van jazz, net als Henk was, maar Henk wist er veel meer van. Hij was een deskundige, die bovendien heel vaardig jazzpiano kon spelen. Henk, musicus en componist Theo Loevendie en ik schreven elkaar een tijdje brieven, die ik onlangs met veel plezier herlezen heb. Ze zijn gebundeld in CC, een correspondentie (Bas Lubberhuizen, 2011). Ik ga er nu uit citeren. Een enkeling heeft me weleens voor de voeten geworpen dat ik soms wel erg veel citeer, maar naar mijn mening vormen de citaten nu juist de inhoud van deze column. Uit gemakzucht is het niet, want het vereist veel speurwerk in allerhande literatuur.

'Beste Henk', schreef ik. 'De laatste keer dat ik je zag was een maand geleden. Je zat toen met een in taai plastic verpakt keukentrapje in lijn 2. Ik was toen met een vlekkerige broek op weg naar de stomerij. 4 mei jl. trof ik mezelf aan in de Nieuwe Kerk waar ik een mooi stuk werk van Theo Loevendie beluisterde, geïnspireerd door een gedicht van mij. Ik zat achter Theo en hoopte uit zijn schouders en achterhoofd te kunnen opmaken hoe hij de uitvoering vond. Maar hij bleef onbeweeglijk, hoewel zijn oren soms licht trilden.'

Op dat keukentrapje reageerde Henk: 'Een paar dagen voor je mij met dat ding in de tram tegenkwam had ik in mijn werkkamer geprobeerd, op mijn tenen staande, een plaat van Bill Evans uit het platenrek te trekken. Een deel van mijn collectie kwam op mijn hoofd terecht.' Bernlef moest toen denken aan het lot van de componist Alkan die, op een stoel staande, een boek met commentaren op de Talmoed uit de kast wilde trekken, waarbij hij bedolven raakte onder zijn eigen bibliotheek en zo de laatste adem uitblies.

Over de Nieuwe Kerk schreef Theo: 'Remco zat achter me in de kerk en ik probeerde te voelen hoe hij het onderging, want het op muziek zetten van een gedicht is toch een verminking of, positiever geformuleerd, het wordt iets anders dan de dichter in zijn hoofd had. Toen het stuk uit was voelde ik Remco's hand in mijn nek. Het bleek geen worgpoging te zijn, dus het zat wel goed, vermoedde ik.'

Om bij de jazz te blijven een paar regels uit een gedicht dat Bernlef schreef na de dood van de saxofonist Warne Marsh. 'Het laatste moment: zijn binnenwaartse/ blik overzag in een flits alle ongespeelde/ mogelijkheden en doofde toen./ Het onderwerp is groter dan de man/ die daar op het podium ligt/ naast zijn saxofoon./ Melodieën lieten hem los/ fladderden weg uit hun harmonieën/ trokken zich terug in de muur/ Een deur heeft zich gesloten/ daarachter zullen wij nooit komen/ daarover horen wij niets.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden