Gebouw mist sensatie van een dinosaurusrug

Natuurmuseum Naturalis, Darwinweg 2, Leiden. Architect: Fons Verheijen. Ontwerp: vanaf 1990. Opening: vandaag...

ARCHITECTUUR

Na Engeland en Frankrijk heeft sinds vandaag ook Nederland zijn grote, nationale Natuurhistorische museum. We zijn er wat laat mee, want het Parijse Muséum Histoire Naturelle opende zijn Galerie de Zoologie in 1889, en het Londense Natural History Museum ontsloot in 1881 voor het eerst zijn deuren. De Nederlandse collectie natuurvoorwerpen, waarvoor al in 1820 door Willem 1 het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie werd opgericht, was bijna voor niemand te zien.

Sinds 1912 was alles veilig opgeborgen in een eigen gebouw aan de Leidse Raamsteeg, ontworpen door J. van Lokhorst die uitsluitend onbrandbare bouwmaterialen gebruikte. Daar, in het schemerdonker, stonden decennialang al die schatten verborgen.

In 1986 besloot de regering dat aan deze situatie een eind moest komen. Voor een Nationale Natuurhistorische Presentatie werden miljoenen uitgetrokken en in 1990 viel de keuze op een bouwlocatie naast het voormalige Pesthuis in Leiden, op loopafstand van het station. Daar was ruimte genoeg en bovendien kon het oude Pesthuis (1662, H.C. van Duyvenvlucht), dat al als tentoonstellingsgebouw fungeerde, worden geïntegreerd in het nieuwe museum.

Inspirerend was die locatie niet. Terwijl het Parijse museum in een park aan de Seine ligt, en het Londense museum resideert aan een statige laan in South Kensington, staat Naturalis in een troosteloos 'bio- en sciencepark', omgeven door asfalt, in de schaduw van het plompe Academische Ziekenhuis. Ernaast staat weliswaar dat pesthuis, fraai van verhoudingen en mooi gerestaureerd, maar toch een somber en gesloten geval.

Krampachtig heeft de architect, Fons Verheijen, geprobeerd om zich met die omgeving te meten. Hij ontwierp een gebouw met eigentijdse uitstraling dat niet zou misstaan als modern kantoorgebouw. En hij verbond dat met het pesthuis. Letterlijk door een luchtbrug te maken die, dwars over een asfaltweg, dat oude gebouw met de nieuwbouw verbindt. Figuurlijk door de vierkante grondvorm van het pesthuis als grondvorm voor het nieuwe museum te gebruiken.

Grofweg verdeelde hij dit complex in vier kwadranten, waarvan er een, als toren van twintig lagen, omhoog rijst. De drie overige kwarten herbergen elk hun eigen tentoonstellingsruimten, al vloeien die op de eerste verdiepingen in elkaar over. Jammer genoeg is de helft van dit geheel omgeven door een schil waarin kantoren en de bibliotheek zijn gevestigd. Daardoor is, zeker aan de buitenkant, niets van die indeling te zien.

Alle bezoekers worden in het pesthuis verwacht. Daar is de ingang, daar moet je kaartjes kopen. Daar ook wordt meteen al duidelijk dat tussen het oude gebouw en de nieuwbouw geen enkele harmonie is bereikt. Als een schadelijk insect heeft de luchtbrug plomp een gat in een van de zijmuren geknaagd, waar het publiek via een luie wenteltrap naartoe wordt gestuurd.

Van buiten is die luchtbrug nog wel aardig, bekleed met een zebrapatroon. Maar binnen heeft de architect gemeend het uitzicht van de bezoekers stelselmatig te moeten beperken. In plaats van het gegeven van zo'n overgang uit te buiten, en een spannende, mooie, goed geproportioneerde brug te maken, ontwierp hij een tunnel waar men het liefst zo snel mogelijk doorheen wil zijn.

De filosofie hierachter is dat dan aan het eind het nieuwe museum zich ontzagwekkend opent. Iets indrukwekkend is er ook wel, want olifanten en giraffen kijken je glazig tegemoet. Maar ruimtelijk valt er niets te beleven. Je komt niet uit in een overweldigende zaal, maar op een bordes met twee knullige trapjes. Veel uitzicht heb je daar niet, al valt dat niet alleen de architect te verwijten. Een gigantisch doek waarop nota bene een slecht getekende impressie is te zien van precies dat uitzicht dat je wordt ontnomen, verpest het hele zicht op de zaal.

De loopbrug zet zich binnen voort, maar ook daar wordt het uitzicht grotendeels te niet gedaan. De conservatoren hebben kosten nog moeite gespaard om een gigantisch metalen frame te maken dat de stamboom van het leven op aarde voorstelt. Educatief vast verantwoord, maar nooit in staat eenzelfde sensatie op te roepen als het zicht op een heuse dinosaurusrug.

Hier doet zich een euvel voor waaraan het grootste deel van dit museum lijdt. Er is geweldig veel te zien maar het gebouw trekt zich daar niets van aan, laat staan dat het een poging doet om die collectie in grootsheid te evenaren. Verheijen had zo zijn eigen spelletjes. Zo heeft hij gezorgd dat de bezoekers vaak naar binnen kunnen kijken in gangen en kamers waar de wetenschappers werken. Ook heeft hij veel gangen en bordessen gemaakt waar je kunt dwalen, als overgangsgebieden tussen de grote zalen in.

Maar hoeveel magistraler had dit alles kunnen zijn, als hij niet zijn eigen architectonische hobbys, maar de collectie als uitgangspunt voor zijn gebouw had genomen. In de in 1994 door Paul Chemotov en Borja Huidobro ingrijpend gerenoveerde Galerie Zoologie in Parijs is zowel in maatvoering als materiaal veel meer rekening gehouden met de tentoongestelde pracht. En in Londen kreeg het Natural History Museum in 1992 een Dinosaurus Galerij, waar een 84 meter lange loopbrug zo'n schitterende staalconstructie kreeg dat deze kan concurreren met de skeletten waar hij overheen leidt.

Die kwaliteit ontbreekt in Leiden. En het wordt er niet beter op doordat ieder van de zeven permanente exposities zijn eigen inrichter kreeg, wat soms resulteerde in een kakafonie van modieuzigheid. Het blijft natuurlijk prachtig dat nu eindelijk tienduizend van de tien miljoen objecten te zien zijn (de rest zit in die hoge toren), in zo'n groot museum dat het publiek er zonder kans op verveling dagen tussen rond kan dwalen. Het gebouw is echter een gemiste kans.

Hilde de Haan

Ids Haagsma

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden