boekrecensie

Geboren worden is een slechte zaak ★★★★☆

In zijn essaybundel Is dit alles? stelt Jan Postma vragen die voortkomen uit zijn recente vaderschap. Beklemmend, maar toch vindt de schrijver troost in een heilloze wereld.

De geboorte van een kind. Noem het een wonder, een life event, of, zoals essayist Jan Postma doet: ‘een moment van zeldzame bescheidenheid (…) waarop we tegenover onszelf toegeven hoe weinig we begrijpen.’

Weinig van het leven begrijpen, laat dat nou precies zijn wat Postma (1985) aan het schrijven zet. In 2017 verscheen zijn eerste essaybundel Vroege werken en ook voor De Groene Amsterdammer roert hij regelmatig in de troebele poel des levens, in een poging een glimp van de bodem op te vangen. Sinds hij vader is geworden zijn er alleen maar nieuwe vragen komen bovendrijven, die hij bespreekt in de bundel Is dit alles?

Het zijn vragen die in eerste instantie niet direct met het vaderschap in verband staan: waarom motten van die omineuze beestjes zijn, hoe te denken over het fotograferen van vreemden op straat, wat het werk van de Italiaanse schrijver Natalia Ginzburg en de Japanse fotograaf Rinko Kawauchi zo bijzonder maakt, en vragen over de bekende moderne onderwerpen zoals privacy, schermverslaving en klimaatproblematiek.

Postma geeft nooit een eenduidig antwoord, hij is wel wijzer. Want wie goed nadenkt – en dat doet hij – komt er al snel achter dat antwoorden zelden eenduidig zijn. Nuance is onvermijdelijk; Postma onderzoekt het begrip uitgebreid in het essay Puinhopen van een poging en komt (paradoxaal genoeg) tot een aantal kernachtige formuleringen en aforismen: ‘Nuance heeft niets te maken met denken in termen van enerzijds dit en anderzijds dat (…). Nuance is altijd het resultaat van het denken in een dit en dat.’

Het is niet verrassend dat een vertwijfelde humanist als Postma, in een tijd die stijf staat van polarisatie, fake news en complottheorieën, een lans breekt voor nuance: ‘Het gaat om het weten dat ruimte laat voor het eigen niet-weten.’ Toch waarschuwt hij ook voor de verheerlijking ervan: ‘Voortdurend wijzen op een grotere ingewikkeldheid van de situatie is een subtiele manier om jezelf boven kibbelende partijen te plaatsen zonder daadwerkelijk iets toe te voegen.’ En: ‘Nuance op een voetstuk plaatsen is een vorm van intellectuele luiheid.’

En dus zoekt hij in zijn essays naar de ideale nuance; een onderwerp niet smoren in hopeloze complexiteit, maar wel verrijken door almaar schakeringen toe te voegen. Hij doet dat door veel anderen aan het woord te laten. Te veel soms, het kan gebeuren dat je op één pagina van een verhaal van E.M. Forster in een boek van Erich Fromm rolt en dan via de Amerikaanse kunstenaar Jenny Odell naar de filosoof Martin Buber, om te eindigen met een quote van schrijver Annie Dillard.

Als lezer krijg je soms het gevoel midden in een groepsgesprek te zijn beland zonder een helder idee van de context. Je moet een tijdje enigszins verward meeluisteren om het te begrijpen. Postma fluistert je af en toe in waar het gesprek om draait, maar is zelf meestal ook geen deelnemer – hooguit de redacteur die alle sprekers in een logische volgorde aan de beurt laat komen.

Het zal bescheidenheid zijn, onzekerheid misschien, maar toch vooral Postma’s overheersende zekerheid dat hij het zelf ook gewoon allemaal niet weet – iets wat hij ruiterlijk toegeeft. Het is een troost voor de lezer: je begreep niet helemaal wat je net gelezen hebt maar dat geeft niets, de schrijver zelf begreep het ook niet. En onderweg kom je genoeg tegen wat het lezen hoe dan ook de moeite waard maakt; gedachten die ook los van de context interessant zijn of mooie literaire metaforen.

De grootste kracht van deze bundel zit in de persoonlijke spanning die alle essays bij elkaar trekt. Het is de spanning van de verwarrende en nog onbekende levensfase waarin Postma zich bevindt: de fase van het jonge-vaderzijn. In de meeste stukken benoemt hij het niet eens expliciet en toch is het voelbaar dat alles door het nieuwe vaderschap is ingegeven. Alle essays zijn uiteindelijk herleidbaar naar de grote vraag die Postma sinds de geboorte van zijn dochter moet overspoelen: wat is dit voor een leven, waarin ik mijn kind moedwillig heb gezet?

Telkens wordt die vraag in meer of mindere mate verkend, maar in het hart van de bundel zijn twee stukken tegenover elkaar gezet die samen een antwoord vormen. Een kleine apologie van de voortplanting gaat over wat we onze kinderen aandoen door ze geboren te laten worden. Postma gaat in op het werk van de Zuid-Afrikaanse filosoof David Benatar die zijn ideeën over de ‘tirannieke zinloosheid van het bestaan’ heeft beschreven in een boek met de sombere titel Better Never to Have Been.

De kern van dat boek is dat geboren worden altijd een kwalijke zaak is. Zelfs een ‘goed’ leven bevat nog altijd een onnoemelijke hoeveelheid leed, zo vat Postma het samen, en hij komt vervolgens uit bij de meest fundamentele vrees die onder zijn ouderschap zindert: ‘Het afgrondelijke besef dat we niet weten, en nooit volledig zullen weten, wat we onze kinderen aandoen.’ De benauwende conclusie: ‘Voortplanten is hopen op vergeving.’

Ademhalen lukt pas weer bij het volgende essay, Monsters voor altijd, over Mary Shelleys Frankenstein. De schrijver maakte volgens Postma met haar verhaal het idee van perfectie belachelijk: de uitvinder Frankenstein ontwerpt dan wel de perfecte mens, maar de werkelijkheid – het monster dat hij creëert – is vele malen complexer dan wat hij ooit heeft kunnen bedenken.

Zo kijkt Postma uiteindelijk ook naar Benatar. Diens theorie, hoe waterdicht die ook lijkt, heeft weinig met de geleefde werkelijkheid te maken. Het aardse bestaan is misschien wel zinloos, meent Postma, maar tegelijkertijd is die zinloosheid een duizelingwekkend complexe ervaring. Het gaat over zoveel meer dan lijden; het gaat ook over twijfel en verwondering en vooral over ‘een besef van het leven als een betekenis genererende aangelegenheid’.

En in die laatste, enigszins cryptische opmerking schuilt alsnog de troost van deze bundel, waarin Postma dapper maar onthutst door de wereld ploetert – een wereld die ondanks zijn inspanningen onbegrijpelijk blijft. Maar met het doorvoelde besef dat het leven iets van betekenis kan voortbrengen, of dat nou een boek is of een kind, kunnen we weer even door.

null Beeld DasMag
Beeld DasMag

Jan Postma: Is dit alles? DasMag; 261 pagina’s; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden