GEACHTE REDACTIE

Afgelopen vrijdag sprak Peter Jan Hagens echt het laatste woord in zijn programma Het Laatste Woord bij Veronica. Hiermee is een van de betere programma's van het scherm verdwenen....

Het Laatste Woord

Hopelijk kan Hagens, ofschoon hij de komende tijd nog onder contract staat bij Veronica, zijn kwaliteiten binnenkort weer op het scherm kwijt. Een terugkeer naar de publieke omroep is wellicht een optie, want gelukkig hanteert deze altijd nog andere maatstaven. Daar kunnen ze nog wel kwaliteitsprogramma's op het scherm brengen, zodat ook de kleine groep televisiekijkers die kwaliteit wel weet te waarderen, nog een beetje aan zijn trekken komt.

EINDHOVENPatricia Mansveld

Frank Iepema

Leve de onmin!

Terug in Amsterdam na een succesvol verblijf in de Verenigde Staten, viel ik met mijn neus in de boter van Rob van der Hilst's krachtige pleidooi op de Forumpagina van 6 maart, onder de kop: 'Dédain voor Nederlandse componist ongepast'. Daarin steunt hij de maatregelen van staatssecretaris Nuis tegen de orkesten als zijnde 'tegen onverschilligheid en onwetendheid, en voor een gezond kritisch besef van culturele eigenwaarde in de muziek'. Ook hoopt Van der Hilst dat dit 'de ouverture moge zijn van een mooie ''liefdesaffaire'' met die in ieder geval eigenzinnige en aparte, soms geniale, soms dertien-in-een-dozijn-achtige Nederlandse toonkunst. Want de concurrentie met buitenlandse meesters kan Nederlandse muziek gemakkelijk aan.'

Dat was ook mijn ervaring geweest in St. Louis, waar Hans Vonk mijn orkestwerk De Hemel op het programma gezet had van het Symphony Orchestra, naast werken van Schumann en Beethoven. Het orkest is een van de vijf beste van de VS, getraind ook in nieuwe muziek, en het is - samen met z'n maestro - heel geliefd in de metropool.

Helaas moet ik dat hier zelf vermelden, daartoe gedwongen door een weergave van die concerten in de Volkskrant van 21 februari, in de rubriek Rumoer. Die weergave is bedoeld om mij een hak te zetten, en hij druipt van dédain en eigenwaan. Eerlijke verslaggeving heeft hier plaatsgemaakt voor het uitvechten van een al jarenlang slepende brouille. Dat kan ik nu aantonen.

Achttien jaar geleden kreeg mijn opera Houdini een slechte recensie van Harold Schönberger in The New York Times. Daaruit werd in de Volkskrant toen niet zo maar geciteerd, nee, de gehele recensie werd integraal afgedrukt, met kop en al, als een groot buitenlands kanon, uitsluitend gericht op mij. Zelfs Reinbert de Leeuw sprak er toen schande van. Daarbij werden vijf lovende pagina's van Andrew Porter in The New Yorker geheel genegeerd.

Verantwoordelijk hiervoor was muziekredacteur Hans Heg, die ik ooit getypeerd had als 'een Zeeuwse boterbabbelaar - lekker om op te zuigen maar rot voor je tanden'. Het kanon was zijn wraak.

Kort daarop moest ik helaas ook zijn krantgenoot Roland de Beer van mijn zoldertrap gooien, honkerdebonk alle trappen af tot aan de voordeur, omdat hij geprobeerd had een privégesprek met de Amerikaanse ambassade via een interview de krant in te smokkelen. Sindsdien hoor ik dat heerlijke gebonk elke keer weer terug als hij zijn kans schoon ziet om mij in de krant te pakken. Terwijl de Rumoerredactie het doet voorkomen of ik niet tegen kritiek kan en daarmee een vet cliché hanteert, onthult ze tegelijkertijd haar gulden vlies. Jarenoude trefwoorden vallen nog steeds op ellenlange tenen: 'In de jaren daarop noemde (Schat) de muziekredacteuren van dit dagblad onder meer ''braakmiddel'', ''aardappeleter'' en ''stukgeweend nachtkussen''.'

Ja hoor eens, if you can't stand the heat, stay out of the kitchen. De redactionele verongelijktheid hierover is bepaald ontroerend, gezien ook het feit dat de elkaar zorgvuldig ontziende Nederlandse muziekcritici de indruk weten te wekken de enige beroepsgroep te zijn die boven alle kritiek verheven is.

Zij proberen de dienst uit te maken. Komrij had al gewaarschuwd: 'De recensent is een slaaf, een dienaar, en wil dus altijd voor meester spelen.' Maar 'hij bepaalt geen richting, hij maakt, op z'n hoogst, deel uit van een richting'. Zoals toen Hans Heg in de jaren zeventig heel modegevoelig de minimal music van Glass tot de 'muziek van de toekomst' uitriep, een ferm staaltje van gebrek aan instinct waar best weer eens aan herinnerd mag worden, nu Heg tegenwoordig Glass de grond in schrijft.

'Wij zijn de beroerdsten niet', meldt de Rumoerredactie in haar dédain-doordesemde verslag. Ik ook niet. Daarom: continuons la brouille!

AMSTERDAM Peter Schat

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden