Gati trekt verrassende klankregisters open in Bruckners Negende

Daniele Gatti heeft de bedrading voor hedendaagse muziek, blijkt uit werk van Wolfgang Rihm. In Bruckners Negende trekt hij, frase na frase, verrassende klankregisters open.

Beeld Silvia Lelli

Dirigenten zijn net wielrenners: allen hebben hun specialisme. Zo draait de chef van het Concertgebouworkest, Daniele Gatti, soepel in muziek uit de decennia rond 1900. Beloof hem een Wagneropera en hij spuwt in zijn handen. Liever een atonale brok Alban Berg? Gatti is je man.

Op talent voor de uithoeken van het repertoire, zeg muziek van Nederlandse bodem, liet hij zich nog niet betrappen. Wie weet bloeit de liefde op in zijn tweede Amsterdamse seizoen. Volgend voorjaar dirigeert Gatti Musique pour l'esprit en deuil, een geladen meesterwerk dat Rudolf Escher schreef in de oorlogsjaren. Dan zal blijken of Gatti een kampioen is van de allermodernste klanken, met een wereldpremière uit de pen van de Franse componist Guillaume Connesson.

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti: Weber, Bruckner en Rihm.
30/8, Concertgebouw, Amsterdam.
De uitvoering in Londen van vanavond wordt rechtstreeks uitgezonden (BBC Radio 3, 19.30 uur).

Dat Gatti er de bedrading voor heeft, maakte hij woensdag aannemelijk met In-Schrift (1995) van de Duitse componist Wolfgang Rihm. De chef moest zijn orkest herschikken: (alt)violen vertrokken, slagwerk en lage blazers kregen er mensen bij. Cello's en contrabassen liet hij prachtig wenen. Trombones en tuba produceerden flodderscheten met smaak. En wat ketsten de hamers lekker op de buisklok, met blazers die gloeiden van schrik.

Toch werd In-Schrift niet het statement van een dirigent die koste wat het kost wil uitblinken in eigentijdse tonen. Gatti leverde veel controle en weinig roes.

Tijdens de tournee, die verder voert langs Luzern, Boekarest en Berlijn, kan ook Bruckners Negende symfonie nog groeien. De kolos is Amsterdams kernrepertoire sinds Willem Mengelberg het stuk in 1908 voor het eerst dirigeerde. Gatti komt net kijken in het Brucknervak en de lat van voorgangers als Bernard Haitink ligt hoog.

Sterk aan Gatti was het gevoel naar een orgel te luisteren. Frase na frase trok hij verrassende klankregisters open. Mooispelerij ging hij te lijf met een vuist op de toetsen - orkestherrie, heerlijk. Keerzijde van zijn mozaïekaanpak was verbrokkeling. Vooral in het uitgestrekte derde deel vielen gaten. Maar als de met doodsverachting benaderde overgangen en stiltes goed uitpakken, kan de combi Gatti-Bruckner-Amsterdam iedereen aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden