Garcia-Fons etaleert vooral vingervlugheid

Festival Les Trois Jours, met Renaud Garcia-Fons en het Godard/..

MUZIEK

Mengelberg Kwartet. Bimhuis, Amsterdam, 7 mei. Tournee.

Les Trois Jours de la Grande Musique heet het festival officieel, en het vindt sinds 1991 jaarlijks plaats in Groningen, waar het Europese improvisatoren presenteert en duidelijk maakt hoeveel origineels er op dit continent te horen is, buiten de Amerikaanse mainstream. Dit jaar toeren de meeste acts van het festival door het land: vandaag en morgen vinden er behalve in Groningen ook concerten plaats in Utrecht en Rotterdam.

De twee groepen die donderdag in het Bimhuis aantraden vormden een studie in contrasten. Het Alboreá Kwartet van de Spaanse Fransman Renaud Garcia Fons stelde de niet geringe instrumentale vermogens in dienst van composities en gedisciplineerd samenspel.

De gelegenheidsformatie rond tubaspeler Michel Godard en pianist Misha Mengelberg improviseerde zonder vooropgezet plan. Het eerste optreden was soms wat gelikt en voorspelbaar, maar toonde wel de voordelen aan van een uitgewerkt concept en een ingespeelde band; het tweede kende naast geïnspireerde momenten, zoals zo veel vrije verkenningen, ook veel perioden van vruchteloos zoeken.

Alboreá is duidelijk een vehikel voor het talent van Garcia-Fons. Zijn strijktechniek op de vijfsnarige contrabas maakt vele collega's jaloers, hij bereikt er de zangerigheid en de snelheid mee van violisten of cellisten. De stijlen die hij vermengt in zijn composities zijn ook vaak gebaseerd op niet-Westerse muziek waarin de stem een grote rol speelt, zoals de Indiase, Arabische, en de flamenco. Het laatste genre kwam aan bod in een vurige hommage aan de legendarische zanger Camarón de la Isla. Maar Charles Mingus werd eveneens geëerd, want funky spelen in vieren was voor de vier heren ook geen enkel probleem.

Meestal waren de maatsoorten echter een stuk minder simpel. Toch zorgden tweede bassist Yves Torchinsky en slagwerker Jacques Mahieux voor een enorme vaart. Accordeonist Jean-Louis Matinier vulde de melodieuze stukken in met vinnige riffs, en had wel wat meer solo's mogen krijgen, want zijn persoonlijke bijdragen waren opwindend en origineel.

Maar zoals gezegd draaide alles om de leider, wiens instrument ook het meest versterkt werd. Een zekere eenvormigheid was hiervan het nadeel, want ofschoon hij sterke thema's schrijft is Garcia-Fons in zijn solo's iets teveel geneigd om met dezelfde trucs zijn vingervlugheid te etaleren, en zijn inderdaad vorstelijke toon nog verder aan te dikken met een elektronische harmonizer.

Misha Mengelberg maakte onlangs een cd met een serie spontane improvisaties in duo- en trioverband. Eén van zijn tegenspelers was Michel Godard, die de nogal hermetische piano-frasen melodieus en harmonisch eenduidig omspeelde. Een interessante combinatie, en de hoop was dat de toevoeging van een bassist en drummer de charme ervan wat explicieter zou maken.

Dat was echter nauwelijks het geval. Op de lange baan bleek Godard een alleskunner met weinig te melden, en de boeiendste confrontatie was die tussen Mengelberg en de Zwitser Pierre Favre, die met lichte toets een klein orkestje wist te maken van zijn slagwerk. Maar hij noch bassist Tony Overwater wist voldoende eenheid aan te brengen in de korte, wat richtingloze set.

Frank van Herk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.