Galant wandelen door verzonken werelden

Zijn moeder heeft Louis Couperus nog horen voorlezen. Zelf heeft hij de grote schrijver nooit ontmoet - want F.L. Bastet werd drie jaar na diens dood geboren, in 1926, en de kennismaking met het oeuvre vond pas plaats in de hongerwinter....

Die dandyeske stijlfiguur, en de ironische toepassing ervan, deelt Bastet met Couperus, naast beider belangstelling voor de schoonheid der Griekse oudheid. Couperus acteerde met graagte dat hij alleen schreef tussen het flaneren door. De werkelijkheid was anders, zoals zijn gigantische productie bewijst. Ook Bastet heeft nooit stilgezeten: na zijn studie klassieke talen en archeologie werd hij hoogleraar in Leiden en conservator van het plaatselijke Rijksmuseum van Oudheden.

In 1987, het jaar dat zijn otium aanving, publiceerde Bastet de succesvolle biografie aan zijn held gewijd, een onmisbare bron voor ieder die Couperus wil leren kennen. Mede dankzij Bastet lééft Couperus nog.

De biograaf kreeg naast lof destijds ook verwijten: hij zou er te veel op uit zijn het leven van zijn Couperus aan de hand van diens fictie en geposeerde reportages te 'verklaren'. Dat verwijt pareerde Bastet met een citaat van de maestro zelf, toen die weigerde een interviewer te woord te staan: 'Begin met te lezen mijn feuilletons in Het Vaderland, en zoek daarna in mijn romans den auteur die er zich toch zo weinig verbergt.'

Voilà, kun je Bastet dan bijna hóren zeggen. Zo is zijn methode: soms speculatief (Couperus' homoseksualiteit en impotentie zouden de verklaring bieden voor zijn tomeloze werkdrift), maar wel immer gebaseerd op gedegen bronnenonderzoek. Zelfs als Bastet van het essayistische pad wandelt naar de poëzie (Catacomben, 1980), de biografische documentaire (Helse liefde, 1997, over Chopin, Liszt en George Sand), het autobiografische verhaal (De kat uit de boom uit 1998, over de deportatie van zijn broer), of zelfs de roman.

In 2000 verscheen in de laatste categorie De schele hertogin, de gefingeerde memoires van Marie-Caroline de Berry (1798-1870), een spilzieke, zotte, aanbiddelijke prinses. Bastet laat haar schrijven: 'De minister van Binnenlandse Zaken vond dat ik nu maar zo snel mogelijk moest ophoepelen richting Palermo. Daarna volmaakte stilte en over alles de sluiers der vergetelheid. Deksel op de doofpot. Wat niemand mocht weten gewoon onder de pet houden. Zo alleen regeert men met succes en voorkomt men onaangename vragen aan de koning. Door de eeuwen heen een beproefde formule, ik weet het.' De reminiscentie aan de parlementaire enquête over de Bijlmerramp is duidelijk.

Zo'n stoutheid is Bastet wel toevertrouwd. Maar de prinses had dit kunnen schrijven. Vraag Bastet maar naar de bronnen. Die heeft hij altijd, waarheen zijn gesoigneerde verkenningen ook voeren: of het Carel Vosmaer is, de hoeveelheid olie die gebruikt is voor de crematie van Couperus, de wandschilderingen in Pompeji (twintig jaar lang bestudeerde Bastet de Derde Pompejaanse Stijl!) of de Griekse bronzen die in 1972 werden opgedoken bij het Zuid-Italiaanse plaatsje Riace.

Als esthetisch erudiet weet Bastet wat het is, te 'reizen met gepeizen/ Naar palleizen, uit het slick'. Eén van de delen met 'wandelingen' noemde hij naar dit Vondel-citaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.