Reportage Cannes Film Festival

Gaat de Gouden Palm dan eindelijk weer eens naar een vrouw? Het Filmfestival van Cannes is begonnen

De 72ste editie van het Cannes filmfestival is aangevangen. Met zombies, mazelenvrees, Bill Murray, ecologische rampspoed en iets meer vrouwelijke regisseurs

Regisseur Jim Jarmush (midden) poseert met de cast van zijn film 'The Dead Don't Die’ op het Cannes Film Festival. Beeld AFP

Met Bill Murray zit je altijd goed, als je een filmfestival opent. Eerst fluistert de 68-jarige Amerikaanse acteur in het zicht van de honderden flitsende camera’s op de rode loper iets in het oor van zijn veel jongere collega Selena Gomez, precies zoals hij dat ooit deed bij Scarlett Johansson in de bekende eindscène uit Lost in Translation; meteen hét fotomoment van de avond. Vervolgens lijkt Murray in de  galazaal in het festivalpaleis  weg te doezelen tijdens de wel heel lange speech van de Mexicaanse juryvoorzitter Alejandro G. Iñárritu, voorafgaand aan Jim Jarmusch’ openingsfilm The Dead Don’t Die (met Murray, Gomez en Iggy Pop). Om de volgende ochtend dag bij de persconferentie van die zombiehorrorkomedie, nu in oogverblindend oranje overhemd, alle vragen droogkomisch te ontregelen. Nee, zombies vindt Murray niet eng: ‘Ik vind Cannes angstaanjagend.’

Adam Driver in The Dead Don't Die. Beeld Frederick Elmes / Focus

‘Ik heb anders geen zombies op de Croisette gezien’, probeert de Franse spreekstalmeester. ‘Dat zeg jij’, kapt Murray af. En, met een blik op zijn collega’s uit de film, onder wie ook de immer scherp gestileerde Tilda Swinton: ‘We zien er hier dan wel geweldig uit, maar denk ook aan het gevaar dat we liepen om zelfs maar in dit gebouw te geraken.’

Dat gebouw, een helwitte bunkerrots midden in het centrum van de Franse badplaats, wordt elk jaar weer iets beter beveiligd, wat vooral op de eerste festivaldagen leidt tot geduw en getrek. Meerdere Amerikaanse bezoekers lieten zich dit jaar nog even rap inenten, uit angst voor een eventuele mazelenuitbraak. Het vakblad The Hollywood Reporter droeg bij aan de onheilspellende sfeer door ’s werelds grootste filmfestival weg te zetten als Sodom en Gomorra, in een artikel over jonge actrices die ook in deze post-Weinstein tijden (seksueel) zouden worden uitgebuit door schimmige financiers, met het vage vooruitzicht op een rolletje in een Amerikaanse film. De Franse festivalleiding wil het imago wat oppoetsen: dit jaar zijn er voor het eerst borstvoedingsruimten ingericht en er is een crèche die 24 uur per dag geopend is. 

Bill Murray en Adam Driver in The Dead Don’t Die.

Én er dingt een recordaantal van vier vrouwen mee naar de Gouden Palm, op een totaal van 21 filmmakers. Nog steeds geen gelijke verhouding, maar artistiek directeur Thierry Frémaux zei vooraf heus zijn best te doen. Het probleem van zijn programmeurs (van wie wel de helft vrouw is): slechts een kwart van de inzendingen was van vrouwen. 

Toch was er al de eerste rel: is het wel kies om een erepalm uit te reiken aan speciale gast Alain Delon? Nogal wat petitietekenaars menen van niet, want die 83-jarige steracteur uitte zich in interviews ooit weinig vrouw- of homovriendelijk. ‘We geven hem niet de Nobelprijs’, suste Frémaux.

Cannes ligt nog altijd overhoop met Netflix; films van de betaalzender mogen niet meedingen naar de prijzen, omdat de Franse bioscoophouders eisen dat de competitiefilms eerst – en heel lang – exclusief in de bioscoop draaien. Zo liep Cannes vorig jaar de prominente Netflix-titel Roma mis (die in Venetië de Gouden Leeuw won), maar de schade bleef beperkt: ook zonder die ene titel was het competitieprogramma hoogwaardig.

(vlnr) Acteur Bill Murray, actrice Chloe Sevigny, regisseur Jim Jarmush, actrice Selena Gomez, actrice Tilda Swinton en actrice Sara Driver tijdens het Cannes Film Festival. Beeld EPA

Ook dit jaar heeft Cannes films van vooraanstaande regisseurs, die vaak al eerder een Palm (of zelfs meerdere) wonnen, zoals de Waalse gebroeders Dardenne, de Brit Ken Loach en de Amerikanen Terrence Malick en Quentin Tarantino. Die laatste presenteert precies 25 jaar na de Cannes-doop van Pulp Fiction (in 1994) zijn negende speelfilm, het Hollywoodepos Once Upon a Time in Hollywood, met onder anderen Leonardo DiCaprio en Brad Pitt.

Ook selecteerde Cannes een aantal door kenners gewaardeerde, maar nog niet bij het brede publiek bekende makers. Zoals de Roemeen Corneliu Porumboiu en diens La Gomera, een ongetwijfeld onorthodoxe misdaadfilm over een corrupte agent die op het Spaanse eiland Gomera een eeuwenoude fluittaal leert, om heimelijk te kunnen communiceren met Roemeense gangsters. Wie hoopt dat de Gouden Palm voor de tweede keer in de geschiedenis van het festival (opgericht in 1946) naar een vrouw gaat (Jane Campion won in 1993 voor The Piano), zou zijn of haar geld kunnen zetten op Céline Sciamma. De 40-jarige Française en coming-of-age specialist (Naissance des pieuvres, 2007) dingt mee met Portrait de la jeune fille en feu. Een film over een 18de-eeuwse schilder die een huwelijksportret moet maken van een jonge vrouw (de Belgische actrice Adèle Haenel).

Ook Jarmusch maakt kans op de Palm, maar zijn The Dead Don’t Die lijkt geen al te serieuze kandidaat: een vermakelijke maar ook erg melige film over een Amerikaanse stadje dat te maken krijgt met een zombie-uitbraak. De ondoden kruipen uit hun graven als gevolg van een al te driftig boren naar gas op de Noordpool.

Iggy Pop in The Dead Don't Die. Beeld AP

Eerder maakte Jarmusch al eens een uitstapje naar het vampiergenre met Only Lovers Left Alive (2013), maar de 66-jarige Amerikaan wilde géén echte splatterfilm maken. ‘Als je deze zombies onthoofdt, vallen ze in stof uiteen. Dat vond ik nodig, anders werd het te veel een bloedbad. Alleen bij de koffiezombies is het iets bloederiger.’ Een van die naar koffie zuchtende zombies wordt gespeeld door popster Iggy Pop, die eerder optrad in Jarmusch’ Coffee and Cigarettes, in 1993 in Cannes bekroond met de Palm voor beste korte film. 

The Dead Don’t Die zit vol verwijzingen naar het werk van zombiefilmpionier George Romero (Night of the Living Dead) en de actuele ellende in de wereld, van de dorpsracist (met rode Keep-America-White-Again-pet) en ecologische rampspoed tot mobiele telefonie; diverse ondoden blíjven geobsedeerd door hun beeldschermpjes. Zijn angst voor de vernieling van de natuur is niet politiek getint, benadrukt de filmmaker. ‘Politiek is enkel afleiding, daar gaat het niet om. De politiek van grote bedrijven, dát is het probleem. En ik ben net zo schuldig als ieder ander. Ik maak deze malle film, maar ik zou ook bepaalde bedrijven kunnen boycotten. Die macht hebben we, maar de tijd raakt op.’

Rembrandt

Voor Nederlandse regisseurs die niet naar de naam Alex van Warmerdam of Paul Verhoeven luisteren, blijkt Cannes alweer (te) lang een onneembaar bastion. Dat zeurt wel wat, zeker voor wie langs de stand van de Belgen wandelt op het festivalterrein. Wat een op filmposters geëtaleerde rijkdom, wat een verscheidenheid: oude én nieuwe voor Cannes geselecteerde filmauteurs. En ook nog de nodige Belgische acteurs die opduiken in internationale, hier op het festival vertoonde producties. De Nederlandse stand te Cannes moet het doen met wat er is: daar pronkt men met het Rembrandtjaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.