Gaan de Golfstaten ook hun éigen kunstgeschiedenis schrijven?

Het duurste schilderij ter wereld, van Gauguin, hangt niet in, zeg, Parijs, maar in Qatar. Perzische Golfstaten stampen met miljarden oliedollars in snel tempo een kunstimperium uit de grond. Let wel: opgebouwd uit westerse topstukken. De Volkskrant reisde er rond en vroeg zich af: is de liefde voor kunst te importeren?

Artist's impression van het Saadiyat-eiland, aan de oostkust van Abu Dhabi, waarop meerdere topmusea zullen verrijzen.

Zand. Heel veel zand. Tot zover het oog reikt. Heuvels, bergen, vlaktes. Zand waarover ooit kamelen dadels vervoerden, wapens en drinkwater. Zand dus, maar ook water. Zout water, waarin vroeger naar parels werd gedoken. Water voor de handel per dhow, het traditionele houten zeilscheepje in de regio. En tussen het zand en het water, op een strook strand van nog geen kilometer breed, kleine nederzettingen.

Wie in een tijdmachine zou kunnen reizen naar 1940, in het gebied dat nu de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar heet, zou niet weten wat hem overkomt. Oude foto's laten een verlaten gebied zien met kameelharen tenten, enkele palmbomen en een eenzaam stenen fort. Bevolkt door grofgeklede bedoeïenen.

Wie zou op het krankzinnige idee zijn gekomen uitgerekend hier een nieuw kunstcentrum op te zetten? Dat je zo'n plan verzint, geld bij elkaar harkt, de beste architecten uitnodigt en honderdduizenden buitenlandse arbeiders aan het werk zet (tegen een hongerloon, ondergebracht in deplorabele woonomstandigheden), met het vooruitzicht daadwerkelijk een fata morgana te laten verrijzen van glimmende kunsttempels? Waar jaarlijks twee miljoen toeristen en liefhebbers uit de hele wereld op af komen?

Je moet het hebben gezien om te het geloven. Het is van een megalomane schaal. In de zandbak die de Golfregio vroeger heette te zijn, reiken nu de spiegelende torens tot ver in de wolkenloze lucht, troeven Ferrari's en Lamborghini's elkaar op de achtbaanssnelwegen af, banen drommen toeristen zich een weg door de talloze vliegvelden, en is in een paar decennia tijd een gloednieuwe infrastructuur opgezet van musea, kunstbeurzen, biënnales, academies en veilinghuizen - en dat alles omdat een paar heersende families daartoe hebben besloten.

Een rondrit door de emiraten Qatar, Abu Dhabi, Dubai en Sharjah laat zien hoe deze vier Golfstaten zich de laatste jaren tot prominente kunstlanden hebben ontwikkeld, met als spectaculair middelpunt het Saadiyat-eiland (letterlijk: gelukseiland) aan de oostkust van Abu Dhabi. Wat nu nog een gigantische zandvlakte is - een halve Maasvlakte groot - moet over tien, vijftien jaar het culturele Las Vegas aan de Golfkust worden. Met Champs-Élysées-achtige winkelstraten, luxe residenties, paradijselijke strandresorts en een trits musea van de buitencategorie: het Zayed National Museum, het Performing Arts Centre, en dependances van het Louvre en Guggenheim Museum.

Spectaculaire gebouwen met een wowfactor, zoals oud-directeur van het Guggenheim Museum, Thomas Krens, het omschreef, ontworpen door wereldberoemde architecten als Sir Norman Foster, Zaha Hadid, Jean Nouvel en Frank Gehry; namen die wel iets zeggen over het ambitieniveau van de Golfregio. En over de kosten: een slordige 24 miljard euro.

Nafea Faa Ipoipo (Wanneer ga je trouwen?), Paul Gauguin, 1892.

Als de olie opraakt

De vraag hoe al deze investeringen mogelijk zijn, laat zich in deze streek eenvoudig beantwoorden: olie. Het moet ook voor de staatjes aan de Perzische Golf zelf een verhaal uit Duizend-en-een-nacht zijn geweest. Van de ene op de andere dag werd in de jaren vijftig vloeibaar goud uit de grond opgediept en werd heel de regio in een tijdsbestek van een paar decennia schathemeltjerijk.

Tegelijkertijd hoef je niet helderziend te zijn, nu de afgelopen tijd de prijs voor een vat olie drastisch is gedaald, om te kunnen voorspellen dat die inkomsten ooit weer afnemen. Met alle gevolgen van dien. De Golfstaten vragen zich terdege af wat te doen als over een jaar of vijftig de olie- en gasvoorraden zijn opgedroogd. En wat de alternatieven zijn.

Sinds een jaar of tien kent elke staat in de regio dan ook een 'vision', een 'long-term roadmap' die moet leiden tot 'duurzame economische groei en diversificatie', als compensatie voor de afnemende oliebaten. Door meer havenactiviteiten en grotere vliegvelden, de garantie van binnen- en buitenlandse veiligheid, meer toerisme en het opzetten van nieuwe industrieën, eersteklas onderwijs en gezondheidszorg van wereldklasse.

Artist's impression van het Zayed National Museum in Abu Dhabi.

'Lange tijd stuurden alle families in de Emiraten hun kinderen naar de beste universiteiten in Europa en de VS', zegt Michael Huijser, nu directeur van het Rembrandthuis in Amsterdam en tussen 2011 en 2013 werkzaam in Abu Dhabi. 'Nu halen ze die universiteiten naar Abu Dhabi: de Sorbonne, New York University. Van bedoeïenen in de woestijn zijn ze veranderd in hoogopgeleiden. Toch bijzonder. Net als de aandacht voor gezondheidszorg. In Abu Dhabi staat de Cleveland Clinic, het grootste ziekenhuis in het Midden-Oosten en een van de beste ter wereld.'

Voor kunst en cultuur in deze regio geldt volgens Huijser hetzelfde: als je het zelf niet bezit, koop je het in, tegen elke prijs. Schilderijen van Paul Cézanne en Paul Gauguin, beelden van Damien Hirst en Richard Serra, merknamen als Louvre en Guggenheim. Huijser: 'Alleen het allerbeste is goed genoeg in deze contreien. En laten we wel wezen: de dependance van het Guggenheim in Bilbao heeft die stad wel op de kaart gezet. Waarom dan niet ook in de Golf? Ze richten zich op de toeristen uit China, India en Rusland.'

Wie met een van de vliegmaatschappijen uit de Golf heeft gevlogen - Emirates, Qatar Airways, Etihad Airways, Air Arabia - begrijpt waar Huijser op doelt. De maatschappijen zijn niet alleen goedkoop, ze bieden ook de ultieme 'hub' tussen Europa, Amerika, Azië en Afrika - zeg maar de hele wereld. En waarom zou je dan niet, tijdens je tussenlanding op weg van Singapore naar Londen, voor enkele dagen een van de Golfstaten bezoeken? Het weer is er, op een paar kokende zomermaanden na, het hele jaar goed; het aanbod aan shoppingmalls en luxueuze hotels is overweldigend, en de aantrekkingskracht van Ferrari World en andere themaparken doet de rest.

Dit soort massatoerisme zou op termijn voor een nieuwe gestage inkomstenbron moeten zorgen. Waarbij de aanwezigheid van een paar 'wowmusea' geen kwaad kan.

Artist's impression van Guggenheim Abu Dhabi.

Kunstimport

En wat roept zo'n wowmoment beter op dan het nieuwe Louvre Abu Dhabi, zelfs in aanbouw? Het uitzicht vanaf het 'VIP Deck' biedt een verbluffend uitzicht op de ingenieus, van staal gevlochten koepel; op de kashba-achtige architectuur van de museumzalen; op het blinkende water dat het museumcomplex omringt.

De creatie van de Franse architect Jean Nouvel (70) is niet minder dan spectaculair te noemen - ook van een afstand bekeken. Volgens de architect moet het museum een 'spiritueel' symbool zijn van 'de woestijn en de zee en de medina ertussen'. Het gefilterde licht dat door de fijnmazige koepel zal stromen moet als 'de zonneschijn door een bladerdak' zijn. In beeldspraak zijn de Fransen altijd onovertroffen geweest.

Het idee voor het museum was onderdeel van een bilateraal akkoord in 2007 tussen Abu Dhabi en Frankrijk. Daarbij werden ook afspraken gemaakt over wapenleveranties en een Franse legerbasis aan de Golfkust (zie inzet op pagina V9). Een overeenkomst met wederzijdse belangen: wat Frankrijk kan bieden aan militaire bescherming, culturele expertise en gecertificeerde kunstwerken, biedt Abu Dhabi aan invloed in de regio. En geld. Veel geld.

Abu Dhabi betaalt Frankrijk, over een periode van dertig jaar, één miljard euro om het merk 'Louvre' te mogen bezitten. Abu Dhabi bekostigt ook de aan te kopen kunstwerken, zeshonderd stuks. En: het nieuwe museum krijgt een paar honderd bruiklenen uit dertien aangewezen Franse musea, voor een periode van tien jaar.

De overeenkomst werd destijds in de Franse pers kritisch ontvangen: 'Uitverkoop musea tegen oliedollars.' Niet alleen de naam Louvre zou te grabbel zijn gegooid aan de hoogst biedende, ook de collectie zelf.

Jean-François Charnier ziet dat anders. Volgens de hoofdconservator collectie moet het invliegen van middeleeuwse kunst uit Musée de Cluny en impressionisten uit Musée d'Orsay van Louvre Abu Dhabi een 'universeel, encyclopedisch museum voor de hele mensheid' maken. 'Een oase waar mensen uit alle windstreken samenkomen.'

Het museum heeft de lat hoog gelegd. De collectieopstelling zal in twaalf zalen de hele wereldgeschiedenis in beeld brengen, 'niet vanuit een eurocentrisch perspectief, maar vanuit het mondiale verleden, de wereldgeschiedenis', legt Charnier uit. 'Dat is moeilijk voor Fransen. Wij denken graag dat de Mona Lisa het centrum van het Louvre is, het Louvre het centrum van Parijs is, Parijs het centrum van Frankrijk, Frankrijk het centrum van Europa is en Europa het centrum van de wereld. Die veronderstelling hebben we moeten loslaten.'

Wat kun je nu al in de Golfstaten bezoeken? (1/3)

Qatar heeft veel te bieden aan musea die al voltooid zijn, zoals het Mathaf (het museum voor moderne kunst) of de bijzondere stapeling van blokken: het Museum of Islamic Art.

En verreweg een van de spectaculairste bezoekjes aan de Golfregio is het verlaten kunstwerk van Richard Serra. De Amerikaanse staalvreter, in Nederland bekend vanwege zijn roestige sculptuur op het Amsterdamse Museumplein, heeft in de woestijn vier buitenproportioneel grote staalplaten opgesteld. Voor wie het weet te vinden (goede taxichauffeur noodzakelijk!) is het een buitenaardse ervaring.

Hang naar prestige

Dat er desondanks geen bruiklenen van buiten Frankrijk in Abu Dhabi te zien zullen zijn, is volgens Charnier geen punt. 'We hebben genoeg.' De uitspraak bevestigt de kritiek dat Louvre Abu Dhabi in belangrijke mate een verlengstuk van de Franse cultuurpolitiek is.

Het mondiale verhaal van het nieuwe Louvre past goed in de onderscheidende rol die Abu Dhabi wil spelen: het zoekt zijn eigen niche, zoals elke Golfstaat. De vroegere stammenrivaliteit heeft zich, na de vorming van de Verenigde Arabische Emiraten in 1971 (zie kaartje op pagina V5), voortgezet in een hang naar prestige en een eigen identiteit. Bouwt de een de hoogste toren (in Dubai, 828 meter), dan koopt de andere het langste privéjacht (Abu Dhabi, 180 meter) of het duurste schilderij (Qatar, 260 miljoen euro voor Gauguins Nafea Faa Ipoipo (Wanneer ga je trouwen?) van omstreeks 1892).

In die profileringsdrang concentreert het olie-arme Dubai zich vooral op de kunsthandel. Qatar werpt zich (met het Museum of Islamic Art) op als het artistieke, panislamitische centrum van de Arabische wereld en koopt moderne kunst uit de regio en dure meesterwerken uit het Westen. Abu Dhabi neemt zijn toevlucht tot de import van grote musea uit het Westen.

Artist's impression van Louvre Abu Dhabi.

Wortels zoeken

Uitzondering is Sharjah, het kleine Golfstaatje ten noordoosten van Dubai. Hoor al Qasimi is hoofd van de Sharjah Art Foundation en dochter van de huidige heerser, Sultan bin Mohammed al Qasimi. De sjeika wil graag bewijzen dat je beter een kleinschalig kunstcircuit kunt opzetten dat bestendig is en meer in de gevestigde maatschappij is geworteld.

De kunststichting koopt geen dure meesterwerken en bouwt geen vestigingen van het kaliber Louvre of Guggenheim. 'Zulke instituten kun je niet verplaatsen en ergens anders opzetten', is Al Qasimi's reactie. 'We kopen liever oude gebouwen op, die we renoveren tot expositieruimten, om ze te behouden voor de toekomst, als een archief. Het is belangrijk erfgoed. De regio ontwikkelt zich zo snel, dat jongeren niet weten wat ons verleden is.'

Sharjah oogt bij binnenkomst vanuit Dubai inderdaad dramatisch anders dan de andere Golfstaten. Geen poenerige autozaken en glimmende kantoorgebouwen, maar kashba-laagbouw en stoffige straten. 'Mijn vader houdt niet van hoge torens. Hij investeert zijn geld liever in mensen en cultuur dan in beton. We hebben geprobeerd om hier een kunstbeurs als Art Dubai op te zetten, maar Sharjah is daarvoor niet commercieel genoeg.'

Al Qasimi, kunstenares en ooit tekenlerares, maakt nu tentoonstellingen en organiseert elke twee jaar de Sharjah Biënnale. Projecten die ze niet alleen voor de internationale kunstwereld, maar nadrukkelijk ook voor de lokale gemeenschap organiseert, legt de sjeika uit. 'Het is onze verantwoordelijkheid om onze eigen geschiedenis te schrijven. Waarom zouden we op het Westen wachten dat voor ons te doen?'

Museum van Islamitische Kunst (MIA) in Doha, ontworpen door de Chinees -Amerikaanse architect I.M. Pei.

In zekere zin wijst Al Qasimi op de nadelen van de kunstmatigheid die het veelal geïmporteerde kunstaanbod in de Golfregio eigen is. Etalagekunst die van hogerhand is aangeschaft, niet in de samenleving is geworteld en nauwelijks door de bevolking zelf wordt vervaardigd. Van oorsprong hebben de Emiraten en Qatar niets met beeldende kunst, musea, galeries, kunstbeurzen en veilingen.

'We hebben inderdaad een orale traditie', legt Abdellah Karroum, desgevraagd uit. Karroum is directeur van Mathaf, het museum voor moderne kunst in Doha, Qatar, dat verstopt zit tussen de recente aanbouw van wit-modernistische architectuur in Education City. De Marokkaanse veertiger runt er zijn museum met een vastberaden idealisme: er is weliswaar geen bezoeker te bekennen, maar de zalen hangen vol met moderne kunst, vanaf de jaren vijftig, uit de regio.

Karroum: 'Het idee van moderne en hedendaagse kunst komt niet uit de islamitische kunst zelf voort, het is westers. Wat niet wil zeggen dat we het idee simpelweg hebben geïmporteerd. Er was hier in de jaren zestig al een ontwikkeling gaande, parallel aan die in het Westen, met kunstenaars die naar Parijs vertrokken, daar hun opleiding genoten, terugkeerden en in de Arabische wereld iets gingen opzetten. Kleine samenwerkingsverbanden en biënnales, zoals in Bagdad en Marokko.'

Qatar verzamelt pas dertig jaar moderne kunst, maar wel breed: van Noord-Afrika tot China, van Soedan tot Turkije. 'We kopen niet een enkel beeld of schilderij van een bepaalde kunstenaar, maar een groep van werken. We willen encyclopedische kunst en kennis vergaren van de hele Arabische wereld.'

Het museum liet begin dit jaar werk zien van Hassan Sharif en Inji Efflatoun, kunstenaars die in het Westen weinig bekendheid genieten. Op de veilingen van de Dubai-vestiging van Christie's worden recordprijzen betaald voor schilderijen en beelden van de moderne klassiekers, die de westerse smaak tarten, maar in de Arabische regio grootheden zijn.

Wat kun je nu al in de Golfstaten bezoeken? (2/3)

Nieuwe museumgebouwen zijn of komen er genoeg in de Golfstaten. Neemt niet weg dat er door het kalenderjaar heen ook veel tijdelijke projecten en tentoonstellingen te zien zijn.

Voor de kopers van eigenzinnige kunst uit de regio zijn de kunstbeurzen een must: Art Abu Dhabi (in november) en Art Dubai (maart). Voorts is er elke twee jaar de kleinschalige en experimentele Sharjah Biënnale. De oude binnenstad van Sharjah biedt sowieso een keur aan vernieuwende tentoonstellingen. Voor wie iets grootschaligers wil zien zijn er de wisselende exposities in de Al-Riwaq kunsthal in Doha (Qatar), waar eerder kunstenaars als Damien Hirst, Takashi Murakami en Luc Tuymans exposeerden.

Haarscheurtjes

De noodzaak naar de historische wortels te zoeken, is dus groot in de Golfregio - net als de scepsis van buiten. Kun je aan de rand van de woestijn, enkel dankzij oliegeld - in een cultuur die van alles is maar niet beeldend - vanuit het niets een heel nieuw kunstcircuit opbouwen, met musea, kunstbeurzen en biënnales, die meer willen zijn dan alleen een façade voor een toeristisch doel?

'Het is hier snel gegaan', zegt galeriehoudster Salwa Zeidan. Ze verhaalt hoe ze in 1988 in Abu Dhabi haar kunsthandel begon, noodgedwongen in een kantoortoren. Zes jaar later opende ze haar eigen galerie, 'de eerste in de Emiraten.' Zeidan: 'Er waren geen verzamelaars, er was geen belangstelling voor hedendaagse kunst. Nu wel. Hedendaagse kunst speelt een belangrijke rol, net als onderwijs. Dat komt ook door de heersers. Ze zijn goed opgeleid, zeer begaan en zien het belang ervan in. We hebben een gigantische stap gemaakt.'

Of de ontwikkeling niet té snel is gegaan? Zeidan, resoluut: 'Nee, dat zijn oude, westerse maatstaven. Wat zich in Europa gedurende eeuwen heeft ontwikkeld, doen wij hier sneller. We volgen de snelheid van de tijd en handelen daarnaar.'

Vrouwen en een man bij de soek in Doha, de hoofdstad van Qatar.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Of dat zo zal blijven, is overigens de vraag. De olie-economie blijkt minder stabiel dan gedacht. Het recente kelderen van de olieprijs heeft ook zijn effect op alle kunstplannen. Al in 2011 ondervond de bouw van het Louvre ernstige vertraging door de economische malaise. Ook de 'voortgang' van het Guggenheim heeft tal van stagnaties gekend; de opening staat nu gepland voor 2020, hoewel er nog geen steen is gelegd. En onlangs werd 30 procent van het personeel in het Qatarse museumbedrijf naar huis gestuurd. Dat was te wijten aan tegenvallende inkomsten. Bovendien krijgt nu de bouw van de voetbalstadions voor het Wereldkampioenschap in 2022 voorrang.

Komt bij dat het mislukken van de onderhandelingen tussen de oliewinnende landen, onlangs in Qatar, het vermoeden versterkt dat de prijs voor een vat olie nooit meer zo hoog zal zijn als enkele jaren geleden. En dát was de prijs waarop de economie van Qatar en Abu Dhabi grotendeels was gebaseerd, net als de ontwikkeling en aanleg van musea. Het is een weinig bemoedigende ontwikkeling.

Vooralsnog ligt het Louvre Abu Dhabi er verlaten bij. Er wordt gestaag doorgewerkt, maar in de omringende zandvlakte is van de overige musea bijster weinig te zien. Neemt niet weg dat de opening van de Franse 'kunstoase' van Jean Nouvel voor eind dit jaar staat gepland. In de jaren vijftig werden dadels en parels ingewisseld voor olie. De opening van het nieuwe Louvre zal de voorbode zijn van een nieuw tijdperk, waarin kunst de olie als inkomstenbron zal gaan vervangen - insjallah.

Naast de geciteerde personen heeft de Volkskrant voor de totstandkoming van dit artikel gesproken met tal van betrokkenen, in Nederland en in de Golfstaten, telefonisch en in persoon.

Wat kun je nu al in de Golfstaten bezoeken? (3/3)

Of er veel emirati zullen gaan kijken is de vraag, maar de Opera van Dubai moet de kroon op het culturele werk worden. In september wordt het glazen gebouw in het centrum (net onder de hoogste toren van Dubai, de Burj Khalifa, 828 meter) geopend. Voor de openingsact zorgt Placido Domingo, met 101 'curtain calls' opgenomen in het Guinness Book of Records.

Waar de emirati wél nu al naar toe gaan is het Gallery District aan de Alserkal Avenue. Een oude marmer-werkplaats, die door een (slim) familielid van de heerser tot een goudmijntje van de kunsthandel werd omgevormd.

Waarvoor moet je over vijf à tien jaar terugkeren?

Abu Dhabi heeft zonder uitzondering de hoogste concentratie onvoltooide bouwwerken met een culturele Triple A-waarde. Het Guggenheim Museum, Sheikh Zayed National Museum en vooral Louvre Abu Dhabi. Maar even buitenissig, zo niet buitenissiger, wordt het Nationale Museum van Qatar. Het ontwerp is van de Franse sterarchitect Jean Nouvel (die ook voor Louvre Abu Dhabi tekende). De stekelige vorm is gebaseerd op een woestijnroos, door Nouvel opgeblazen tot reusachtige proporties. De bouw is nog in volle gang; de voor dit najaar geplande opening zal niet gehaald worden.

Nieuwe museumgebouwen zijn of komen er genoeg in de Golfstaten. Neemt niet weg dat er door het kalenderjaar heen ook veel tijdelijke projecten en tentoonstellingen te zien zijn. Voor de kopers van eigenzinnige kunst uit de regio zijn de kunstbeurzen een must: Art Abu Dhabi (in november) en Art Dubai (maart). Voorts is er elke twee jaar de kleinschalige en experimentele Sharjah Biënnale. De oude binnenstad van Sharjah biedt sowieso een keur aan vernieuwende tentoonstellingen. Voor wie iets grootschaligers wil zien zijn er de wisselende exposities in de Al-Riwaq kunsthal waar Damien Hirst, Takashi Murakami en Luc Tuymans hun spierballen lieten zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden