RecensieBoeken

Ga niet naar Ghana ★★★★☆

Dagelijks trekken duizenden westerlingen naar de tropen om goed te doen. Dat pakt niet altijd even goed uit. Om teleurstellingen te voorkomen, maakte Judith van de Kamp een ‘praktische gids’.  

Judith van de kamp, De derde wereld op je cv.Beeld rv

Een paar dagen voordat Judith van de Kamp (1983) naar Ghana vertrok voor haar afstudeeronderzoek, kreeg ze last van angstaanvallen en huilbuien. Alle vooroordelen over het ‘donkere continent’ drongen zich aan haar op. ‘Ik zou worden achtervolgd door hordes Afrikaanse kinderen met hongerbuikjes die me smeekten om voedsel. Ik zag mezelf ontvoerd worden door zwarte mannen op paarden met imposante wapens. Mijn onderzoeksmateriaal zou worden verbrand in een groot vuur. Mijn half verscheurde lichaam zou ondersteboven aan een boom in de woestijn worden gehangen en nooit worden teruggevonden.’

Van de Kamp schaamde zich rot, schrijft ze in De derde wereld op je cv, een ‘praktische gids’ voor tropengangers. Juist zij, als medisch antropoloog in spe, zou toch beter moeten weten? Haar scriptie ging nota bene over westerlingen die in Afrika komen werken – met alle dilemma’s die daaraan kleven. Ze was op het onderwerp gekomen door een artikel in de Volkskrant uit augustus 2006, waarin tropenartsen hun zorgen uitspraken over onervaren westerse collega’s die een paar weekjes meedraaien in een Afrikaans of Aziatisch ziekenhuis, vaak met een fijne vakantie eraan vast. ‘En dan gaan ze naar huis met een map foto’s en prachtverhalen over een geslaagde missie’, zei een van de artsen. ‘Terwijl het ziekenhuis er weinig mee is opgeschoten.’

Sindsdien is het aantal westerse tropengangers alleen maar toegenomen (volgens Van de Kamp vertrekken er inmiddels zo’n negenduizend per dag) – en daarmee ook de kritiek. Want is de komst van al die weldoeners wel zo zinvol als we in het Westen altijd dachten? En vooral: zinvol voor wíé? Als er elke twee weken een nieuw westers operatieteam klaarstaat om de boel over te nemen, kun je je voorstellen dat het de dagelijkse gang van zaken niet bespoedigt. En dan gaat het nog niet eens over de échte misstanden – denk aan de uitwassen van het ‘weeshuistoerisme’, waarvan kwetsbare kinderen de dupe zijn. De afgelopen jaren organiseerde het Better Care Network al diverse campagnes om aankomende vrijwilligers te ontmoedigen. ‘Een vol weeshuis betekent een volle kassa, dus worden kinderen, vaak onder valse voorwendselen, naar weeshuizen gelokt’, aldus de website stopweeshuistoerisme.nl ‘Als vrijwilliger houd je deze commercie in stand, hoe goed je bedoelingen ook zijn.’ Ook vind je online veel verhalen van teruggekeerde tropengangers die hun twijfels delen: hadden ze dit wel moeten doen?

Ondertussen doen sommige reisgidsen alsof de kwestie niet bestaat. In 2017 verscheen er nog een editie van Lonely Planet over vrijwilligerswerk, waarin mogelijke nadelige effecten nauwelijks ter sprake komen. De tips in het boek dienen vooral om westerse bezoekers een aangenaam verblijf te bezorgen, met antwoorden op prangende vragen als: waar haal ik mijn vaccinaties, hoe voorkom ik een cultuurschok?

Hoe moet het dan wel? Of kunnen we er beter helemaal mee stoppen? In haar goed gedocumenteerde boek zoekt Judith van de Kamp naar de nuance die het debat in haar ogen mist. Ermee stoppen is geen goed idee, vindt zij: het werk kan wel degelijk nuttig zijn. Ook is het niet erg realistisch, met die negenduizend westerlingen per dag. Van de Kamp zorgt liever dat zij zich beter voorbereiden; met simpele adviezen (ga nooit op slippers naar je werk, stel je bescheiden op) zijn al veel frustraties te voorkomen. Daarbij put ze uit haar – overigens zeer positieve – ervaringen in Ghana en later Kameroen, waar ze twee jaar meekeek in een ziekenhuis voor haar proefschrift over hetzelfde onderwerp; 116 westerse medewerkers zag ze komen en gaan.

Hun verhalen illustreren hoe complex de verhoudingen zijn, hoeveel er kan mislopen. Een stagiaire die in huilen uitbarst als ze ontdekt dat ze helemaal niet nodig is in het lab waar ze is geplaatst; ze heeft zelfs, als enige, geen idee hoe de geavanceerde apparatuur werkt. Goedbedoelde gastlessen over ‘betere’ methodes en materialen, die vooral beledigend zijn voor de lokale staf: als er geld was voor dat soort spullen, hadden ze die wel in huis gehad. Bovendien is het met elke nieuwe ploeg weer hetzelfde liedje.

Stuitend zijn de citaten uit blogs van westerlingen, die gaan van stereotyperend tot ronduit racistisch, vaak met instemmende reacties van het thuisfront erbij. Deze verslagen spelen volgens Van de Kamp een belangrijke rol in de beeldvorming, doordat ze aannames vaak onbewust bevestigen.

Met De derde wereld op je cv wil zij dit gebrek aan bewustzijn bestrijden. Dat vraagt om een toegankelijk boek, dat elke reiziger aanspreekt. Daar heeft de vorm wat onder te lijden: de opzet is wel erg schools (‘Dit hoofdstuk gaat over…’) en het vlotte taalgebruik bevat net iets te veel clichés.

Maar de inhoud is heel overtuigend, juist doordat de auteur ook zichzelf niet ontziet. Iedereen heeft vooroordelen, zegt Van de Kamp, en dat is niet erg. Wel is het belangrijk te beseffen dat onze blik beperkt is: alleen dan leer je begrijpen (en beoordelen) wat je ziet. Dat gaat nu eenmaal beter in twee jaar dan in twee weken.

Beeld Tzenko

Judith van de Kamp: De derde wereld op je cv

Nieuw Amsterdam; 224 pagina’s; € 17,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden