De Vijfde Beatle Billy Preston

Funky friemelaar

De Vijfde Beatle: Billy Preston

How does it feel to be
One of the beautiful people
(Baby, You’re a Rich Man, 1967)

Billy Preston Beeld Getty Images

Hij was er toch in de studio, Billy Preston, en dan kon hij net zo goed mee omhoog gaan, de trap op, zo het dak op van het Applegebouw in Londen. John Lennon stond vooraan, de wind in zijn gezicht, net als Paul McCartney. Ringo Starr in een rood regenjack achter de drums, George Harrison in zijn groene broek aan de zijkant. Billy zat linksachter, half verstopt achter zijn elektrische piano. Maar hij was op 30 januari 1969 toch echt de Vijfde Beatle  en dat was te horen ook. Zijn funky gefriemel op Get Back en Don’t Let Me Down liften de nummers op, alsof ze nog hoger konden zweven dan het Appledak.

Moeten we Billy niet gewoon als de Vijfde Beatle binnenhalen, had John gezegd tijdens deze sessies. Pffff, nee, zei Paul, ik vind het met zijn vieren al moeilijk zat. George grapte dat hij dan ook Bob Dylan erbij wilde hebben. Aanvankelijk mocht Preston er vooral bij zijn om de gezelligheid erin te houden, bij de toen tobbende Fab Four. Want Billy, die kenden ze al uit de tijd dat hij nog met Little Richard toerde, en met Billy kon je lachen. Uiteindelijk was hij te horen op dertien Beatlenummers, op Fender Rhodes-piano of Hammondorgel.

Als je kijkt met wie Preston allemaal heeft gespeeld, dan kun je zeggen dat hij behalve de Vijfde Beatle, of ‘the Black Beatle’, ook de titel De Forest Gump van de Muziekgeschiedenis verdient. Nat King Cole, Ray Charles, Sam Cooke, Sly Stone, The Rolling Stones, Johnny Cash, Aretha Franklin, Eric Clapton, Whitney Houston, Red Hot Chilli Peppers – ze hadden allemaal Billy’s toetsenspel nodig.

Ondanks al die muzikale vrienden – Miles Davis schreef zelfs een ode aan hem – kreeg hij in het echte leven de boel niet op de rit. Misbruikt als kind, als trouw kerkganger worstelend met zijn homoseksuele voorkeur zocht hij verdoving in de drank en drugs. In 1991 werd hij opgepakt, omdat hij een 16-jarige Mexicaanse jongen zou hebben aangerand. 

Zeven jaar later stak hij zijn huis in Los Angeles in de hens, om de verzekering te tillen. Op Prestons begrafenis in 2006 liet Paul McCartney blijken zijn Vijfde Beatle niet vergeten te zijn: ‘I love you Billy.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden