Fuchs' museum van stilte De directeur van het Stedelijk roeit al vijf jaar tegen de tijd in

Altijd al was het zijn ambitie directeur van het Amsterdamse Stedelijk Museum te worden. Rudi Fuchs zetelt bijna vijf jaar aan het hoofd van, zoals hij zelf zegt: 'het mooiste museum op het gebied van de moderne kunst in Nederland'....

OP EEN gewone zondagmiddag is het druk in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Er is een bijzondere tentoonstelling in het museum: 79 tekeningen van de Russische avant-gardist Kasimir Malevitsj uit de collectie-Chardzjijev worden voor het eerst in de geschiedenis aan het publiek getoond. Maar er wapperen geen opzichtige banieren aan de gevel van het gebouw, de advertentie-afdeling heeft haar taken bescheiden vervuld.

Van de vaste collectie van het museum zien de bezoekers veel schilderijen - van Baselitz, Dubuffet, Rouault, Monet, Martin, Förg en Lüpertz, gebroederlijk naast en door elkaar. De negentiende-eeuwse impressionist 'debatteert' met de twintigste-eeuwse minimalist, de expressionist met de geometrisch-abstracte schilder. Het is het avontuur van de moderne kunst dat Fuchs wil tonen, het avontuur van afstoten en aantrekken, van verleiden en eindeloos liefhebben. Daarom ook doet hij aankopen: van zijn generatiegenoot de Duitse schilder Markus Lüpertz bijvoorbeeld, wil hij niet één, maar wel drie grote schilderijen verwerven dit jaar.

Dit is het ideaal van directeur Rudi Fuchs (55). Bezoekers die afkomen op de vaste collectie - het hart van het museum - en bij toeval een tentoonstelling 'meepikken'. Bijna vijf jaar zwaait hij nu de scepter aan de Paulus Potterstraat. Bijna vijf jaar drukt hij zijn stempel op het museum en de toekomstige nieuwbouw, die op zijn initiatief van architect is veranderd: in plaats van de Amerikaan Venturi de Portugees Siza. Bijna vijf jaar bepaalt vooral hij hoe de collectie en het tentoonstellingsprogramma eruit zien.

Want het moet gezegd: de directeur van het Stedelijk Museum is een alleenheerser, geheel in de traditie van het museum. Fuchs' voorganger Edy de Wilde was een autoritair man (al zwichtte hij weleens voor de 'demokratiese' geest van zijn tijd), Wim Beeren was het, en deze in Brabant geboren en in Leiden afgestudeerde kunsthistoricus is het ook - op zijn eigen impulsieve, intuïtieve en hardnekkige wijze.

Varen het museum en de kunst wel bij die vijf jaar Fuchsiaans bewind? Gaat het het museum zakelijk voor de wind onder de directeur, die wethouder Ernst Bakker van Cultuur zó graag wilde 'hebben', dat hij hem tegen alle gebruiken in als enige kandidaat aan de Raadscommissie voor Cultuur voorstelde, en de andere twee serieuze gegadigden, de Vlaamse museumdirecteur Jan Hoet en Concertgebouw-directeur Martijn Sanders, niet meer noemde? En is het museum gebaat bij een hoofd bij wie op 1 februari 1993 ten minste twee belangrijke kanttekeningen waren te plaatsen?

Zelf zegt Fuchs 'niet zoveel talent voor administratieve zaken' te hebben. Fuchs was nooit een zakelijk wonderkind; dat is hij in het Stedelijk nog niet en dat wordt hij vermoedelijk nooit. Bij zijn afscheid van het Van Abbemuseum in 1987 was er een door de gemeente 'goedgekeurd' tekort van 1,7 miljoen in zijn begroting, en ook zijn latere broodheer, de gemeente Den Haag, bleef na zijn vertrek uit het Haags Gemeentemuseum in 1993 met een negatief saldo van vier miljoen zitten.

Dit tekort - uitgegeven aan te veel tentoonstellingen en reizen - was bij zijn aantreden in Amsterdam nog niet in z'n volle, traumatische omvang bekend. Wél was bekend dat Fuchs' voorganger Wim Beeren ook een tekort had nagelaten van bijna een miljoen gulden.

Om te voorkomen dat het in Amsterdam op dezelfde manier uit de hand zou lopen als in Den Haag, beloofde wethouder Ernst Bakker van Cultuur in 1993 'iedere maand overleg' te voeren met de directeur en diens financiële rechterhand, Hugo Bongers. Bovendien moest Fuchs van de Amsterdamse gemeenteraad beloven dat hij Beerens tekort 'ultimo 1997' zou aanzuiveren.

Bongers werd bij het aantreden van Fuchs bevorderd: van hoofd Algemene Zaken werd hij financieel en plaatsvervangend directeur. Daarmee kreeg Bongers, zoals hij het nu uitdrukt, 'beslist meer macht in het museum dan vroeger'. Bongers houdt de hand op de knip, waarschuwt Fuchs waar tekorten dreigen te ontstaan, en is in de praktijk een soort vliegende keeper, die de jaarlijkse, 'structurele' overschrijdingen in bijvoorbeeld het tentoonstellingsbudget, compenseert op andere plekken in het museum. 'Praktisch hebben wij de afspraak in huis, dat ik hem bescherm voor wat misstappen dreigen te worden.' Maar: 'Rudi is algemeen directeur. Als hij wil mag hij zijn budgetten overal overschrijden.'

Al is een debacle als in Den Haag tot nu toe uitgebleven, helemaal vlekkeloos is de operatie-'Fuchs aan de leiband' niet verlopen. In het laatste jaarverslag van het museum staat dat het wat tentoonstellingen betreft 'over de gehele linie aan voldoende budgettaire discipline' heeft ontbroken. De overschrijdingen op het tentoonstellingsbudget schommelen tussen de twee en vijf ton per jaar.

Als begrote en werkelijke uitgaven en inkomsten van het Stedelijk Museum worden vergeleken, resteert voor de eerste vier jaar van Fuchs' directoraat een negatief saldo van ruim 940 duizend gulden. Dat dit een relatief 'laag' bedrag is, komt onder andere doordat de inkomsten sinds 1994 zeer bescheiden worden begroot.

Volgens Bongers is het negatieve saldo te verklaren uit 'wijzigingen achteraf in de begroting, bijvoorbeeld door een verhoging van het cao-loon voor ambtenaren'. Bongers bedoelt dat onder Fuchs weliswaar budgetten worden overschreden. De uitgaven boven de begroting in het onderstaande grafiekje bevestigen dat. Maar wethouder Bakker en de Amsterdamse gemeenteraad sanctioneren dat achteraf. 'Dus komen wij ieder jaar op nul uit,' zegt Bongers.

Bij Fuchs' aantreden waren ook zijn kunsthistorische voorkeuren en aversies bekend. Fuchs' kunsthistorische bagage, die hij al eerder in het Van Abbemuseum, en in 1982 op Documenta 7 had geëtaleerd en nu 'uitlaadde' in het Stedelijk.

Fuchs' kunsthistorische wieg staat ferm in het klassieke modernisme, zoals hij zelf omstandig betoogt in interviews, catalogi en - onlangs nog - in het tamelijk dweepzieke 'interviewboekje' Onvervulde Verlangens. Het boek Art and Culture van de Amerikaanse criticus Clement Greenberg werd midden jaren zestig Fuchs' bijbel. Het hielp hem 'een oriëntatie te vinden in de nieuwe verhoudingen in de kunst'. Die oriëntatie is duidelijk: de twintigste-eeuwse kunst opgevat als een schoksgewijze ontwikkeling van de figuratie naar de abstractie: van de landschappen van Cézanne, via Picasso, Kandinsky en Mondriaan naar Pollock, Judd, Carl Andre en Robert Mangold.

Maar er verschenen 'breuken' in die lijn. Fuchs de modernist ontdekte de 'tegenstemmen' van zijn generatiegenoten. Hij ontdekte het 'dialect' van Kounellis' arte povera, van kunst-sjamaan Joseph Beuys, van neo-expressionisten als Baselitz, Lüpertz en Penck, van Nederlanders als Jan Dibbets, René Daniëls en Ger van Elk. Hun 'spreektaal' heeft hij lang en vurig lief, daar heeft hij nooit geheimzinnig over gedaan.

Deze namen zijn de 'paddestoelen uit Fuchs' heksenkring', zegt Kasper König, de internationale tentoonstellingsmaker die de afgelopen zomer voor de derde keer de spraakmakende beeldenmanifestatie Skulptur. Projekte in Münster organiseerde.

Keer op keer, ruim twintig jaar lang al, zie je die 'paddestoelen' terug op tentoonstellingen, eerst in het Van Abbemuseum, daarna in het Haags Gemeentemuseum en nu in het Stedelijk. Het weerspiegelt ook zijn aankoopbeleid.

Fuchs' manier van verzamelen is 'antropologisch, sterk op de traditie, op kunstenaars, gegrondvest', zegt König.

Legitiem natuurlijk, maar wie de aankopen van twintig jaar geleden kent, kan voorstellen als die drie schilderijen van Lüpertz nu voorspellen. Bovendien is Fuchs' smaak weinig avant-gardistisch.

'Ik wil op een goede manier geïnformeerd worden over wat in deze tijd gebeurt op het gebied van beeldende kunst', zegt de Nederlandse beeldend kunstenaar Berend Strik. 'Maar ik heb het gevoel dat die eigen tijd me in het Stedelijk onthouden wordt.' Hij doopt het Stedelijk Museum dan ook om in 'een museum voor de negentiende eeuw'.

Het verwijt dat Fuchs geen oog heeft voor jonge en eigentijdse kunst, klinkt des te harder nu hij in Amsterdam zit. Want het Stedelijk heeft juist een traditie van avant-gardisme hoog te houden, sinds Willem Sandberg het museum daarmee in de jaren vijftig en zestig op de culturele wereldkaart zette.

König herinnert zich hoe hij in die Sandberg-tijd 'heel, heel vaak' naar het 'kosmopolitische' Stedelijk ging. Maar de laatste jaren heeft hij zijn route verlegd. In plaats van naar Amsterdam gaat hij nu naar Witte de With of Boijmans van Beuningen in Rotterdam om eigentijdse kunst te zien.

Rini Dippel, plaatsvervangend directeur onder Fuchs' voorganger Wim Beeren en voorstander van Fuchs' komst naar Amsterdam, moet bekennen dat ze 'meer van Fuchs had verwacht toen hij kwam'. 'Het is net alsof hij veranderd is', zegt ze. 'Hoe kan het dat de tentoonstellingen die hij in het Van Abbemuseum bracht heel spannend waren en die van nu niet meer?' 'Spannender' vindt zij op dit moment het expositiebeleid in de Stadsgalerij Heerlen of De Pont in Tilburg. 'Daar tonen ze Schwitters in Nederland, of jonge kunstenaars als Hans Broek, Robert Zandvliet en Douglas Gordon. Waarom doet het Stedelijk dat niet?', vraagt zij zich af.

Fuchs zelf bestrijdt dat hij geen oog voor jonge kunstenaars heeft en hij somt op: hij toont werk van de 'jonge' Duitse schilder Günther Förg (1952), van Nederlanders als Han Schuil en Marien Schouten, van Robert Zandvliet en Avery Preesman. Hij koopt ze aan, bezoekt ze in hun atelier en moedigt ze aan om door te gaan. Zelfs op het gebied van nieuwe media en videokunst heeft hij dingen aangekocht - al heeft hij daar 'een beetje moeite' mee. 'Maar we zullen dingen op dat gebied blijven aankopen, zoals Douglas Gordon of Georgina Starr, omdat dat nu eenmaal ingeburgerd is in het museum.'

Toch blijkt uit de Jaarberichten die het museum elke twee jaar uitgeeft en uit verkoopcijfers van internationale galeriehouders als Michael Werner, Heinz Holtmann, Pace Wildenstein of Leo Castelli, dat het grootste deel van Fuchs' aankoopbudget (circa 2,1 miljoen per jaar) opgaat aan zijn oude liefdes - Baselitz, Judd, Lüpertz, Nauman, Andre - en aan jonge liefdes die op oude liefdes lijken: Förg, Schuil, Schouten, Preesman.

'Ik maak mezelf niet beter dan ik ben', zegt Fuchs tussen het kantoormeubilair van Donald Judd in zijn werkkamer. 'Je raakt enthousiast over een kunstenaar, je gaat een tentoonstelling van hem maken, je koopt zijn werk. Wim Beeren had dat met Jeff Koons, ik heb dat met Georg Herold of Günther Förg.'

'Als je een kunsthal bent - zoals bijna alle musea in Nederland - kun je je veroorloven achter de modieuze dingen aan te lopen. Tegelijkertijd moet je als museum interesse en grote aandacht blijven vragen voor de dingen die vergeten dreigen te raken', zegt Fuchs. Daarom ook heeft hij ook gebroken met de tentoonstellingspraktijk die Wim Beeren erop nahield - minstens twee grote publieksklappers per jaar. 'Onder Beeren was de relatie tussen collectie en tentoonstellingsbeleid wat uit evenwicht geraakt. Het museum dreef toen op grote tentoonstellingen van Jeff Koons en Malevitsj.'

In plaats daarvan toont Fuchs werken van verschillende kunstenaars uit verschillende perioden en stijlen bij elkaar in één ruimte, zoals in zijn serie groepstentoonstellingen onder de naam Coupletten en zijn toekomstige reeks Vertellingen. Hierin wil hij de samenhang of het contrast tussen bijvoorbeeld Cézanne en Penck, tussen Matisse en James Lee Byars laten zien. Maar wat zijn geoefende oog aan samenhang onderscheidt, is voor het publiek vaak niet zichtbaar.

Het publiek blijkt hem zijn kunsthistorische aanpak niet in dank af te nemen. Vooral de eerste twee jaar van zijn bewind bleven zij massaal weg - het Stedelijk trok toen zo'n honderdduizend bezoekers minder dan in 1992, het laatste (top)jaar van Wim Beeren. Zelfs in het jubileumjaar 1995, toen het Stedelijk honderd jaar bestond, werden de vijfhonderdduizend bezoekers niet gehaald.

Wethouder Bakker van Cultuur doet de cijfers af met een geërgerd: 'Bezoekersaantallen zijn niet zaligmakend.' Sterk verhoogde investeringen in de afdeling marketing van het museum leidden vooralsnog niet tot meer bezoekers. 'Dat baart mij ernstige zorgen', zegt Hugo Bongers onomwonden.

Of er meer bezoekers in de toekomst hun weg naar het Stedelijk zullen vinden, is twijfelachtig. Fundamenteel andere plannen voor de toekomst heeft Fuchs immers niet. Ja, het museum wordt uitgebreid, volgend jaar gaat de eerste paal in de grond, zodat er méér ruimte komt voor de vaste collectie en een aparte ruimte voor de tentoonstellingen. En het museum wordt 'minder rumoerig'.

Het museum moet 'drijven op zijn museale verzameling'. Toch stuurde uitgerekend Fuchs de afgelopen jaren veel kunstwerken op reis naar het buitenland - ook topwerken als van Malevitsj, Mondriaan, Cézanne en Picasso. Onder zijn bewind verdubbelde het aantal bruiklenen: van 555 in 1993 naar ruim 1100 in 1996.

Het Stedelijk, zo bepleit hij, moet 'een museum van stilte' worden. Daarom is hij nu in gesprek met zijn conservatoren: hij maakt ze duidelijk dat het eerste recht in het museum de verzameling is en dat daarna pas tentoonstellingen komen. 'Dat is niet altijd makkelijk voor ze', zegt hij. 'Want het is natuurlijk het leukste om exposities te maken, bij kunstenaars op bezoek te gaan, reizen te maken.'

'Wat ik wil in Amsterdam gaat tegen de trend van de tijd in.'

Vertellingen, deel 1. Vanaf half december in het Stedelijk Museum, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden