Fry maakt de Griekse goden weer fris: Mythos is zo'n boek dat je meteen wilt voorlezen aan je kinderen, aan je geliefden

****

Stephen Fry; Mythos. De Griekse mythen herverteld. Vertaald uit het Engels door Henny Corver, Ineke van den Elskamp, Pon Ruiter en Frits van der Waa. Thomas Rap; 422 pagina’s; € 24,99.

Zo enthousiast kan Stephen Fry over de Griekse goden vertellen dat hij ze weer helemaal tot leven brengt, in al hun menselijkheid. Want was Apollo niet een typische afwezige vader? En wat een geweldig huwelijk hadden Zeus en Hera! 

Taalkundig onberispelijk was de boodschap niet, aandoenlijk wel. ‘Ik hou van je, Nederlanders!’, twitterde de Britse schrijver, acteur en presentator Stephen Fry vorige maand. Aanleiding: zijn nieuwe boek Mythos belandde na een optreden bij Adriaan van Dis op slag hoog in de Nederlandse bestsellerlijsten.

In eigen land waren de reacties op Fry’s hervertelling van de Griekse mythen nogal zuinig. Was het nou nodig om die verhalen wéér te herkauwen? Is toch al vaak en fraai genoeg gebeurd? Dat geldt ongetwijfeld voor het Engelse taalgebied, in Nederland ligt het anders. De laatste echt goeie verzameling was die van Imme Dros. En haar Griekse mythen richtte zich op de jeugd.

Fry heeft geloof ik geen speciaal publiek op het oog – al verwelkomt hij in het voorwoord ‘heel in het bijzonder’ lezers die weinig tot niets van de materie weten. Bovenal lijkt hij zijn eigen fascinatie voor de klassieke mythologie (‘Het was liefde op het eerste gezicht’) met ons te willen delen. Dat is hem glansrijk gelukt. Niet eerder beleefde ik zoveel lol aan de wederwaardigheden van de Olympiërs en van de stervelingen met wie zij zoal betrekkingen onderhielden. Speciaal de dialogen zijn een lust om te lezen.

‘O Prometheus, je hebt geen idee hoe saai het is om oppergod te zijn van een wereld die af is, voltooid.’

‘Saai?’

‘Ja, saai. Ik betrap me er al een tijdje op dat ik me verveel en me eenzaam voel. Dan bedoel ik ‘eenzaam’ in ruimere zin. In kosmische zin. Ik ben kosmisch eenzaam. Blijft het zo, tot in de eeuwen der eeuwen?’

Inderdaad, bijna alle personages spreken alsof ze spelen in een bijdehante Britse komedie. Maar Fry komt er moeiteloos mee weg.

In hetzelfde voorwoord belooft hij de verhalen niet te zullen ‘uitleggen’ noch een analyse te geven ‘van de menselijke waarheden en psychologische inzichten die er mogelijk achter liggen’. Aan die toezegging houdt hij zich niet, gelukkig. Juist Fry’s losjes rondgestrooide commentaarzinnetjes maken Mythos tot zo’n feest – of ze nu in de lopende tekst staan of in de voetnoten (sla die vooral niet over). Juist zij geven de bekende, soms overbekende figuren nieuw reliëf.

Neem Hera, gemalin van gepatenteerd rokkenjager Zeus. Sinds mensenheugenis staat zij te boek als een jaloers, onhebbelijk en wraakzuchtig kreng. Fry noemt dat ‘gemakkelijk’, verklaart zichzelf tot haar ‘toegewijde fan’ en betoogt dat zij het was die de goden overwicht, aanzien en gezag verleende. Natuurlijk, schrijft hij, knetterde het regelmatig tussen de echtelieden. ‘Er waren spanningen, ongeduld en wantrouwen. Maar het was een geweldig huwelijk.’

Prachtig is ook de karakterschets van de oppergod zelf. Diens wispelturige gedrag weet Fry logisch, begrijpelijk, je zou bijna zeggen: menselijk te maken. Als Zeus weer eens ontvlamt voor een beeldschone stervelinge en haar omtovert in een koe (zodat Hera er niet achter komt), is hij zeer ingenomen met zijn eigen slimheid. Fry: ‘Wanneer de lust ons grijpt, moeten discretie, gezond verstand en wijsheid wijken, en wat voor iemand in de greep van de hartstocht listig verstoppertje spelen lijkt, is in de ogen van hen die wijzer zijn slechts doorzichtige, stuntelige domheid.’ Uiteraard valt Hera onder de laatste categorie.

Beeld Deborah van der Schaaf

Of neem het portret van Apollo. Op een dag zoekt zijn zoon Phaëton hem op in diens Zonnepaleis, voor het eerst van z’n leven welteverstaan. Onmiddellijk begint hij te klagen dat zijn vader nooit naar hem omkijkt. ‘Apollo’, schrijft Fry, ‘werkte de smoezen af die afwezige vaders altijd aanvoeren, maar eigenlijk was hij met zijn gedachten bij paarden, muziek, drank... alles liever dan dit verongelijkte, zemelende, zeurende kind.’

Bijzonder op dreef is Fry in zijn hervertellingen van de verhalen uit Ovidius’ Metamorfosen. De nimf Echo wordt straalverliefd op de beeldschone jongeling Narcissos. Maar zij kan alleen maar herhalen wat hij zegt, waardoor hij niks van haar moet weten. Sowieso snapt hij niet dat iedereen die hem ziet zo ondersteboven van hem is. ‘Liefde en schoonheid! Woorden, louter woorden.’ Totdat hij in een riviertje zijn spiegelbeeld ontdekt, en niet meer kan stoppen met staren en smachten naar zichzelf. Uiteindelijk veranderen de goden hem ‘in de ranke, bekoorlijke gele bloem die nog altijd zijn naam draagt’ en die tot op de dag van vandaag aan de waterkant zijn kopje laat hangen. Beide personages lieten hun sporen achter – in de psychiatrie zijn echolalie en narcisme erkende stoornissen. Fry: ‘Aan jou de keus om de eigenschappen die deze onfortuinlijke jonge mensen ons en onze taal hebben nagelaten te beschouwen als gangbare menselijke trekjes, of juist als problematische aandoeningen.’

Extra fijn bij al dit vertelplezier is de soepele vertaling. Wel schemert het Engels er in sommige hoofdstukken sterker doorheen dan in andere; zoals wel vaker blijft de hand van meerdere vertalers zichtbaar.

Het zijn kleine smetjes. Mythos is zo’n boek dat je meteen wilt voorlezen aan je kinderen, aan je geliefden. Bij voorkeur aan een warm Grieks strand.  

Beeld rv
Beeld Deborah van der Schaaf
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.