Frivool bouwwerk Gaudí herbergt sombere Delvaux

Buiten het grillige gebouw, met zijn golvende façade en zijn overdaad aan franje en frutsels. Een en al speelsheid en vrolijkheid, van de trappen en binnenplaatsen tot op het dakterras....

CEES ZOON

Van onze correspondent

Cees Zoon

BARCELONA

Antoni Gaudí en Paul Delvaux zijn in Barcelona een tijdelijk huwelijk aangegaan. Op het eerste gezicht is het een merkwaardige beslissing geweest de overzichtstentoonstelling van de Belgische meester onder te brengen in een van de spectaculaire panden van de Catalaanse architect. De creaties van beiden ademen bijna tegengestelde sentimenten uit. Maar de combinatie blijkt verrassend goed uit te pakken.

De Passeig de Gràcia in het hart van Barcelona wordt wel omschreven als het museum van het Catalaanse modernisme. Op de brede avenue mochten aan het begin van deze eeuw de frivole nieuwlichters van de lokale architectuur zich uitleven.

Wellicht het beroemdste gebouw in de reeks is het Casa Milà, in de volksmond La Pedrera (de steengroeve) geheten. Het is een van de bouwwerken waarmee Gaudí Barcelona in een nieuwe jas stak. De stad is de architect van de onvoltooide kathedraal Sagrada Familia hiervoor zo dankbaar, dat onlangs de eerste stappen zijn gezet om hem door de paus zalig te laten verklaren.

La Pedrera is een proeve van de uitbundigheid die het werk van Gaudí kenmerkt en die in dit geval zijn bekroning krijgt op een plaats die vanaf de straat moeilijk is te zien: het dakterras. Gaudí heeft, met wit marmer, mozaïek en bakstenen, de schoorstenen en ventilatiepijpen zó aangekleed dat zij tot levende figuren lijken te zijn geworden.

Surrealistisch is dit dak meer dan eens genoemd. Dat kan de link met Paul Delvaux zijn, die zelf geïnspireerd werd door het surrealisme. Niet dat Delvaux (1897-1994) zich ooit tot deze avantgardistische stroming bekende, maar het kennisnemen van het werk van collega's als René Magritte en Giorgio de Chirico was van doorslaggevende betekenis voor de zienswijze van de Belgische schilder:

'Het surrealisme betekende voor mij de bevrijding en was daardoor buitengewoon belangrijk. Op een goede dag stond de beweging mij de vrijheid toe buiten de rationalistische logica te treden. Wanneer die logica eenmaal doorbroken is, tonen de relaties zich onder een nieuw licht en word je je plotseling bewust van andere mentale relaties tussen objecten en personages.'

Wanneer je de eerste verdieping van La Pedrera betreedt, stap je letterlijk een andere wereld binnen. De vrolijkheid van Gaudí blijft buiten en maakt plaats voor de sombere, bedreigende, soms zelfs deprimerende wereld van Delvaux. Zijn schilderijen zijn bevolkt met naakte figuren die met wezenloze blik tussen klassieke tempels en ruïnes rondzwerven. Deze figuranten, zoals Delvaux ze placht te omschrijven, lijken niets te zien, geen verleden te hebben, en geen onderlinge band. De mens is teruggebracht tot een onderdeel van het landschap.

Voor het oeuvre van Delvaux zijn twee ervaringen zeer bepalend geweest: een kermisattractie en een boek van Jules Verne. De attractie was een Venuspop die de schilder op een Brusselse kermis te zien kreeg in het Grote Anatomisch-Etnologisch Museum van Dr. P. Spitzner: een Venus van was, die door een ingenieuze constructie kon ademen.

De Venus drong begin jaren dertig het werk van Delvaux binnen en zou er niet meer uit verdwijnen. Zij keert steeds terug, veelal in een desolaat landschap vol Romeinse en Griekse tempels, waaruit het leven zo goed als verdwenen is. Haar belangrijkste vervangster op veel doeken is het skelet, dat zich gedraagt als een levende - en ook levendiger overkomt dan de echte levenden om hem heen.

Het lezen van Verne's Reis naar het Middelpunt van de Aarde was eveneens een ervaring die Delvaux voorgoed heeft beïnvloed. In Barcelona is dat te zien op bijvoorbeeld De Astronomen, een schilderij van een verzameling druk gebarende geleerden met zeer Belgische gezichten, die zich niets aantrekken van de groep naakte vrouwen die uit het bos tevoorschijn komt.

De vervreemding en het mysterie die uit het werk van Delvaux opstijgen, zijn bedrukkend. Zoals Gisèle Ollinger-Zinque zegt, de samenstelster van de expositie: 'De kunstenaar bewoont dat gebied waar de kastelen van Kafka opbloeien.'

Gelukkig kun je in Barcelona de opgeroepen somberheid direct afschudden door bij het buitenkomen de blik nog even over La Pedrera te laten scheren.

Paul Delvaux. Fundación Juan March/Fundació Caixa Catalunya La Pedrera. Passeig de Gràcia, Barcelona. Tot eind augustus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden