Frits Spits over het perfecte Nederlandstalige lied: het is onze moerstaal, die staat heel dichtbij ons

Het perfecte

Mooie muziek wil je delen, aldus radiomaker Frits Spits. Wat maakt onze taal een goede muziektaal?

Frits Spits

'Nederlands is een prachtige taal om in te schrijven, in te dichten, in te zingen. Van artiesten heb ik wel begrepen dat het geen makkelijke taal is om met muziek samen te laten gaan. Maar als je ziet wat er aan platen en cd's met goed Nederlandstalig materiaal in mijn kamer staat, heb ik moeite dat te geloven.

'Het is onze moerstaal, die staat heel dichtbij ons. Als er een mededeling wordt gedaan, begrijp je onmiddellijk wat er wordt bedoeld. Laatst sprak ik Beatrice van der Poel, die zingt sinds 2006 in het Nederlands. Zij zei: ik ben daardoor veel kwetsbaarder geworden. En dat is natuurlijk zo. Achter zo'n andere taal kun je nog een beetje schuilgaan, in het Nederlands moet je met de billen bloot. Misschien worden sommige mensen daardoor afgeschrikt - en misschien hebben die ook minder te vertellen.

'Nederlandstalige liedjes laten zich grofweg opdelen in het levenslied, de rock-'n-roll-song, het theaterlied en het echte poplied. Binnen die genres wordt de taal op verschillende manieren gebruikt, dat is buitengewoon boeiend. Bij rock-'n-roll, bijvoorbeeld, zijn de teksten heel direct. Bij popliedjes kun je juist heerlijk wegdromen, daar zitten soms hele verhalen onder de oppervlakte.

Frits Spits 

Frits Ritmeester (1948), ofwel Frits Spits, is radiomaker en Neerlandicus. Hij is onder meer bekend van De Avondspits en zijn huidige programma De Taalstaat op Radio 1. Hij schreef De Standaards van Spits I en II, luistergidsen over zijn favoriete Nederlandstalige liedjes, waarvan de laatste vorig jaar verscheen. In 2017 kreeg hij de Gouden Harp en Visser-Neerlandiaprijs.

'Neem Binnen Zonder Kloppen van De Dijk. 'Ze kwam binnen zonder kloppen en ging weg zonder een woord.' Wat is daar in Godsnaam aan de hand? Sinds ik dat lied ken, vraag ik me dat al af. Dat maakt het vitaal en spannend. Bløf heeft ook dat soort teksten. Daarover wordt nog weleens lacherig gedaan, maar dat is echt te makkelijk. Het is poptaal, die vind ik zelf heel interessant.

'In de theatertaal is Annie M.G. Schmidt hét voorbeeld. Een perfect lied van haar vind ik Het is over. Een emancipatielied, over een vrouw die zich niet langer laat ringeloren door haar man, die haar verwaarloost. Hij mag opdonderen wanneer hij naar een ander vertrekt. Het schrijnende is dat ze ondanks alles nog van hem houdt. 'Nu geef ik net als in mijn jeugd, mijn speelgoed aan een ander kind', zegt ze, en besluit met: 'Je mag het hebben, want het is nou niet meer van mij, en veel geluk. Maar één ding vraag ik je: maak het niet stuk.' In die eindregels ligt haar hele liefde voor die man besloten, dat geeft mij elke keer kippenvel.

'Dan is er natuurlijk de hiphop. Daar vindt de taalvernieuwing plaats. Rapper Typhoon is een dichter, zijn teksten leunen tegen die van Paul van Ostaijen aan. En de uitspraak Watskeburt van De Jeugd van Tegenwoordig hoort nu bij ons taaleigen.

'Stukken tekst zullen zo altijd worden opgenomen in spreektaal. 'Ik zou je het liefst in een doosje willen doen' komt uit een liedje, maar mensen zeiden dat ook tegen elkaar in de jaren zestig. Liedteksten verrijken zo onze taal.'