Frisse, onbevangen kijk op Wilhelm II in sterke monografie

De belabberde reputatie van Wilhelm II is niet helemaal terecht, stelt historicus Christopher Clark in een sterke monografie over de laatste Duitse keizer.

Welbeschouwd is de aanhoudende belangstelling voor Wilhelm II, Duitslands laatste keizer, nogal raadselachtig. In 1918, na de verloren Eerste Wereldoorlog, werd hij door zijn eigen volk bijgezet op de mestvaalt van de geschiedenis. In Amerongen, zijn eerste Nederlandse ballingsoord, ontkwam hij ternauwernood aan berechting door een internationaal tribunaal. Sindsdien staat hij bekend om een lange reeks ondeugden en is hij ongeveer de belichaming van alles wat op het erfelijk koningschap is aan te merken.

Hij staat te boek als 'abominabele keizer met een onsamenhangende, narcistische persoonlijkheid'. Als een 'psychisch ontwrichte, onaangename en sadistische bullebak'. Als een 'opgeblazen, verwaande idioot die leed aan zelfoverschatting'. Als de aanstichter van de Eerste Wereldoorlog - de 'oercatastrofe' van de 20ste eeuw. En zelfs als 'de ontbrekende schakel' tussen het keurige chauvinisme van het Duitse keizerrijk en 'de allesvernietigende haat van Auschwitz'.

Het lijkt onbegonnen werk om een oordeel te herzien dat gedurende vele jaren zo unaniem en zo negatief was. Toch is de Australische historicus Christopher Clark, auteur van (onder andere) het fenomenale boek The Sleepwalkers - over de voorgeschiedenis van de Eerste Wereldoorlog - erin geslaagd de laatste Duitse keizer te bevrijden van veel van de adjectieven die aan hem kleven. Met zijn boek Wilhelm II heeft hij geen apologie willen schrijven. Want ook Clark ontkomt niet aan de vaststelling dat het Wilhelm aan tact en beoordelingsvermogen heeft ontbroken en dat hij 'vaak handelde vanuit een besef van zwakte en het gevoel te worden bedreigd'. Ook Clark is, kortom, van mening dat Wilhelm slecht was toegerust voor zijn hoge positie in een jonge en rusteloze natie.

Non-fictie
Christopher Clark
Wilhelm II - De laatste Duitse keizer
Uit het Engels vertaald door Huub Stegeman.
De Bezige Bij; 496 pagina's; euro 39,99.

'Klein hartje, grote mond'

Wilhelm heeft daarmee echter niet zoveel schade aangericht als zijn inquisiteurs hebben gesuggereerd. Simpelweg omdat zijn constitutionele positie daarvoor te zwak was en omdat hij - ook in zijn dwalingen - niet consistent genoeg was. Bovendien was Wilhelm te zeer gehecht aan het comfort van de vrede om oorlog te willen. Uit zijn retoriek bleek het niet altijd, maar Wilhelm behoorde, aldus Clark, tot het type 'klein hartje, grote mond'. En het nageslacht heeft hem meer op zijn woorden dan op zijn daden beoordeeld, schrijft Clark. 'Het is merkwaardig te moeten vaststellen hoe groot de discrepantie is tussen de onbezonnenheid waarmee Wilhelm maar wat riep, en de ernst waarmee historici hem vervolgens citeren.'

In hun selectieve waarneming zijn de historici niet eens consequent geweest. Aan Wilhelms oorlogszuchtige taal, zoals de zogenoemde 'Hunnenrede' waarmee hij de Duitse troepen aanvuurde om de Bokseropstand in China neer te slaan, hechtten ze veel meer betekenis dan aan zijn 'openlijk beleden vreedzame intenties', die doorgingen voor pogingen de buitenwereld te misleiden. Tot op de dag van vandaag wordt de historiografie van de periode voor de Eerste Wereldoorlog, en de rol van Wilhelm in die tijd, bepaald door de blik van de toenmalige overwinnaars. 'De literatuur over deze periode - en het beeld dat we er nog steeds van hebben - vertoont de merkwaardige neiging om de zaken vanuit het perspectief van Westminster te zien, en om dus impliciet uit te gaan van het idee dat de Britse koloniale expansie en de rol die het land zou hebben te spelen de 'natuurlijke orde' vertegenwoordigden, in het licht waarvan de Duitse bezwaren provocaties leken.'

Tekst gaat verder onder de illustratie.

Beeld Deborah van der Schaaf

Clarks frisse onbevangenheid, die van The Sleepwalkers zo'n fascinerend boek maakt, manifesteert zich ook in zijn monografie van Wilhelm. Zo rekent hij af met de gangbare - zeg maar: sleetse - opvatting dat het Duitse vlootprogramma onvermijdelijk tot oorlog met Groot-Brittannië leidde. 'Het was namelijk niet alleen de wapenwedloop op zee die de Britse onrust en achterdocht wekte, maar de totale, spectaculaire industriële en commerciële expansie van Duitsland.' Groot-Brittannië misgunde Duitsland, met andere woorden, zijn plaats onder de zon.

Zeker zo opmerkelijk is dat Clark het Oostenrijkse ultimatum aan Servië na de moord op aartshertog Franz Ferdinand in Sarajevo als betrekkelijk mild beschouwt - en zeker niet als de wegbereider van een gewenste oorlog. Volgens Clark vormde het 'een veel minder grote inbreuk op de soevereine rechten van de Serviërs dan die welke de Servische delegatie in Rambouillet (door de Navo, SvW) in 1999 kreeg gepresenteerd'. Ter completering van zijn revisionistische kijk op de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog, voegt hij daaraan toe dat het Servische antwoord op het Weense ultimatum 'ook minder bereidwillig [was] dan vaak wordt aangenomen'.

Edelfigurant

Niettemin toonde Wilhelm zich er opgetogen over. 'Dit is meer dan we hadden mogen verwachten', schreef hij over de gedeeltelijke inwilliging van de Oostenrijkse eisen. 'Een grote morele overwinning voor Wenen, maar daarmee vervalt toch elke reden voor oorlog.' Dit is een van de vele uitlatingen van Wilhelm waaruit Clark opmaakt dat de keizer geen oorlog verwachtte, geen oorlog wilde en zich ook niet op een (preventieve) oorlog voorbereidde. Zeker: Duitsland had Oostenrijk militaire bijstand beloofd als dat land bij een oorlog betrokken zou raken (de zogenoemde blanco cheque), maar Wilhelm schrok hevig van de consequenties die dit in de praktijk bleek te hebben. Hij probeerde - te laat en te halfslachtig - onder de blanco cheque uit te komen en hij traineerde de mobilisatie van het Duitse leger.

Toen de oorlog toch uitbrak, werd Wilhelm - formeel 'Oberster Kriegsherr' - al snel door zijn generaals tot edelfigurant gereduceerd. 'Als de mensen in Duitsland denken dat ik het leger leid', zei hij in november 1914, 'dan vergissen zij zich ernstig. Ik drink thee, hak hout en ga uit wandelen, en dan hoor ik zo nu en dan over wat men zoal heeft gedaan, precies zoals het de heren uitkomt.' De buitenwereld is hem een rol blijven toedichten waarvan hij in werkelijkheid allang afstand had gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden