Boekrecensie Friedrich Dürrenmatt

Friedrich Dürrenmatt; onvoorspelbaar, opgewekt en lekker cynisch (vier sterren)

Het besproken boek Friedrich Dürrenmatt waarin het onheil al in het openingsverhaal op je af komt. Beeld rv

‘Zijn er nog mogelijke verhalen, verhalen voor schrijvers?’, vraagt Friedrich Dürrenmatt (1921-1990) zich af in 1955. Verhalen die niet over het eigen ik gaan, die geen bekentenissen, moralia of oordelen bevatten? Verhalen waarin de schrijver discreet terugtreedt en simpelweg schrijft, schept, vormgeeft? Zolang pech – natuurgeweld, verkeersongelukken, menselijk falen – het verloop van de dingen bepaalt, is er nog genoeg te vertellen, concludeert hij.

Deze overwegingen vormen de aanzet tot het middelste en sterkste verhaal uit De val/Pech/Smithy. Eerder bracht Athenaeum drie misdaadromans van de Zwitserse schrijver, nu is er deze verhalenbundel, opnieuw in de fraaie vertaling van Ria van Hengel.

In ‘Pech’ strandt Alfredo Traps, vertegenwoordiger in de textielbranche, met panne in een bergdorp. Hij hoopt op vertier met een van de dorpsmeisjes, maar belandt op de ‘herenpartij’ van zijn bejaarde gastheer. Zijn tafelgenoten blijken een voormalige rechter, officier van justitie en advocaat. Om bij de les te blijven, spelen zij iedere avond hun oude beroepen na. Of Traps misschien als verdachte wil optreden? Zo staat de argeloze reiziger plotseling terecht voor moord in een proces dat akelig echte trekjes krijgt. Dürrenmatt speelt op geniale wijze met de verwachtingen, werpt vragen op over gerechtigheid, schuld en boete, draait de zaken voortdurend om – tot de verdachte snikkend van ontroering zijn lot omarmt (‘Dank, beste rechter, dank!’).

Bijna medelijden 

Het onheil kondigt zich ook al gauw aan in het openingsverhaal ‘De val’ (1971), waarin we getuige zijn van een machtswissel in Sovjet-achtige setting. De grote leider van een reusachtig rijk – een ongecompliceerd type met een voorliefde voor ‘laatburgerlijke historische monsterschilderijen’ en sentimentele volksmuziek – heeft zijn hand overspeeld en ziet zich tijdens een zitting van het Politbureau ineens omringd door vijanden. ‘De macht, en daarmee de angst voor elkaar, was te groot om zuivere politiek te kunnen bedrijven. Het verstand kon daar niet tegenop.’ Je krijgt bijna medelijden met de nieuwe grote man, die het niet veel beter kan vergaan.

Al net zo ongelukkig loopt het af met Smithy, een sjacheraar die lijken opruimt voor de New Yorkse maffia in het korte laatste verhaal uit 1976. Wat de personages gemeen hebben, is de berusting waarmee ze hun tegenspoed ondergaan. Opgewekt en cynisch begeleidt Dürrenmatt hen naar de ondergang. De wereld is vol leed en ellende, lijkt hij te zeggen, en daar is niets aan te doen. Maar het levert wel mooie verhalen op.

Friedrich Dürrenmatt: De val/Pech/Smithy
Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel.
Athenaeum-Polak & Van Gennep; 152 pagina’s; € 17,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.