Interview

'Freek wordt de knuffelopa van Nederland'

Cabaretier Freek de Jonge begint morgen met een reeks colleges in het Rijksmuseum. In Freek de Leek, mijn koude oorlog vertelt hij hoe zijn persoonlijke leven altijd is beïnvloed door de actualiteit. V draait de rollen om en vroeg aan mensen uit zijn culturele omgeving wat Freek voor hén heeft betekend.

Cabaretier Freek de Jonge begint een reeks van twintig colleges in het Rijksmuseum. Beeld Frank Ruiter

Just Enschedé (68) manager van Neerlands Hoop

'Ik kende Freek eerst alleen uit de verte. Hij studeerde Nederlands, ik rechten. We waren allebei lid van het studentendispuut van de VU in Amsterdam en we hadden allebei een kaal hoofd, vandaar. Het hoorde bij de ontgroening. Een jaar later, in 1967, zaten we op zijn kamer, met onder anderen Bram Vermeulen en Johan Gertenbach. We gingen een cabaretvoorstelling maken voor het lustrum van het koor. Dat was het begin, we traden op in het Mikrotheater, als Cabariolet. Ik deed het licht, ik schreef het persbericht, het leek er al vroeg op dat ik een soort van manager zou worden. Johan stapte er al snel uit. Het klikte vooral tussen Bram en Freek, hij viel er een beetje buiten.

Ik vond Freek in het begin vooral een provinciaal. Hij kwam uit Goes, zijn vader was dominee, hij hield van voetbal en The Beatles en de Stones. Ik was Amsterdammer, ik had op hockey gezeten, ik luisterde naar jazz. Dat vond Freek niks, die lui speelden zo door mekaar.

Het was een geweldige tijd, begin jaren zeventig, met Neerlands Hoop in Bange Dagen. We zetten ons af tegen het establishment, we sterkten elkaar in eigenwijsheid, we hielpen elkaar over onze onzekerheden heen.

Nee, Freek is geen moreel kompas voor me geweest. We voelden ons allebei progressief, daar was eigenlijk nooit discussie over. Hij heeft wel mijn blik verruimd. Ik raakte ook geïnteresseerd in voetballen en de Stones en Bob Dylan.

In 1979 ben ik gestopt. Ik heb mijn vak nooit als een roeping gevoeld. Persoonlijk groeiden we wat uit elkaar, er was zakelijk verschil van inzicht hoe het verder moest. Freek wilde naar Engeland, meteen naar West End in Londen. Ik vond dat we voorzichtiger moesten beginnen, in The Midlands, of het noorden. Het is Londen geworden, zonder vervolg.

Ik ben nog altijd wel naar zijn voorstellingen gegaan, zij het wat minder de laatste tijd. Hij is zo ongelooflijk productief. Ik zie ook wel dat er een antistemming is ontstaan, zeker door enkele tv-optredens, waarin hij met anderen in aanvaring kwam. Hij heeft nu eenmaal de neiging de knuppel in het hoenderhok te gooien. Dat is slecht voor de beeldvorming, ook al heb je gelijk. Toch geloof ik dat het tij gaat keren. Als iemand ouder wordt, ga je meer kijken wat hij allemaal al gedaan heeft. Ik denk als de 80 in zicht komt, Freek de knuffelopa van Nederland wordt.'

Gasten

Voor de reeks van twintig colleges van 9 februari tot en met 9 april in het auditorium van het Rijksmuseum, heeft Freek de Jonge ook gasten uitgenodigd. Onder hen zijn eerste manager Just Enschéde, kunsthistoricus Henk van Os, cabaretier en publicist Jacques Klöters, psycholoog Douwe Draaisma, schrijver Geert Mak, sportpresentator Kees Jansma en Freeks vrouw Hella. Wat er precies gaat gebeuren, staat niet vast. Just Enschedé: 'Ik laat me verrassen.'

Jos Stelling (70) filmregisseur

'Ik was fan, sommige voorstellingen bezocht ik meerdere keren. Nadat ik begin jaren tachtig De Komiek had gezien, ben ik naar hem toe gestapt. Met sterren in de cast wordt de financiering van een film makkelijker. Hij kwam snel met het idee om De Komiek als basis voor het scenario van de film De Illusionist (1983) te gebruiken, de geschiedenis van twee broers, van wie er een doofstom is. We werkten samen aan een script als ik hem naar theaters reed.

Die film is belangrijk voor me geweest. Freek gaf me het idee dat alles mogelijk is. Telkens zette hij een ander raam open. Er moesten tienduizend witte muizen komen! We doen het zonder woorden! We hebben het wel geprobeerd, hoor, met tekst. Maar voor de camera komt dat niet over. Freek heeft publiek nodig, dat geeft hem de nodige adrenaline.

Het werd uiteindelijk wel wat minder leuk, toen er een discussie ontstond van wie de film nu eigenlijk was, van Freek of van mij. Dat begon te schuren, met zijn toenmalige manager, en ook wel met hem persoonlijk. Ik haakte af. Freek heeft daarna nog een film gemaakt, De KKKomediant. Die heeft weinig gedaan. Mijn volgende project was De Wisselwachter. Dat was een groot succes. Dus ik denk dat de vraag daarmee wel is beantwoord.

Maar ik heb geen zin om oude wonden open te rijten. We hebben het uitgepraat. Ik heb ook geleerd dat enige afstand wel prettig is. Als je te dicht bij sterren komt, verbrand je je. Ik vind hem nog altijd een groot artiest. Ik zag een van zijn laatste voorstellingen en misschien heb ik hem wel nooit beter gezien.'

Beeld ANP Kippa

Brigitte Kaandorp (53) cabaretière

'Neerlands Hoop begreep ik niet zo. Veel geschreeuw, jongenshumor. Ik begon Freek pas te volgen toen hij solo ging. Het was een openbaring. Volzinnen van vijf minuten zonder verspreking, één lang verhaal met tal van zijsprongen, een conclusie. Ik hou vooral van zijn slapstick; hij heeft er het lijf voor.

Een inspiratiebron is hij niet geweest. Ik heb hem wel ooit bezocht, in een moeilijke periode, toen ik me afvroeg of ik wel verder moest. Hella lag topless in de tuin, ik was meteen van slag. Freek zei: nou meid, als je het niet meer ziet zitten, dan hou je toch gewoon op? Dat vond ik wel verfrissend. Daar had ik echt wat aan.'

Cabaretier Tim Fransen (27) winnaar Leids Cabaret Festival 2014

'Nee, ik kan hier niks over zeggen. Ik ken zijn werk niet eens.'

Dennis van de Ven (42) cabaretier, tv-maker (Draadstaal)

'Thuis draaide mijn vader op zondag altijd opnamen van Neerlands Hoop. Mijn ouders moesten er enorm om lachen. Als kind probeerde ik dat een beetje na te doen, want je wilt ook dat ouders om jou lachen.

Toen Freek solo ging, kreeg ik voor mijn verjaardag een kaartje voor De Bedevaart (1985). Een oom van mij was portier van de schouwburg, ik mocht voor de voorstelling zijn attributen zien. Er zat een rolstoel bij. Een betoverend moment. Hij spuwde tijdens het stuk zogenaamd zijn tanden uit, dat waren kiezelsteentjes. Die heb ik na afloop allemaal opgeraapt en bewaard.

Later hebben we elkaar wel eens ontmoet. Jeroen van Koningsbrugge en ik hebben hem een bezocht. We waren te vroeg, we bleven in de auto zitten, bij iemand als Freek bel je niet te vroeg aan. Toen hij de vuilniszak buiten zette, zag hij ons zitten. Dat was meer een awkward moment. We hebben wat sketches laten zien, daar gaf hij zinnig commentaar bij. Daarna zijn we in zijn achtertuin gaan afslaan voor het golfen.

Ik vind hem eigenlijk geen cabaretier meer. Die status is hij ontstegen. Je ziet hem altijd een stap extra zetten in zijn denken. Het is meer een filosoof. Ach, hij ontspoort wel eens in een talkshow, maar dat telt voor mij allemaal niet als je ziet wat hij in het theater heeft gedaan en nog altijd doet.'

Beeld Marc Mildner

Jacqueline van Benthem (64) directeur Compagnietheater

'Freek kwam hier vanaf 2004 met regelmaat. Hij deed hier try-outs, maar ook reguliere voorstellingen. Freek heeft echt hart voor dit theater, hij kon hier altijd helemaal zijn gang gaan. Voor ons was dat zakelijk zeer interessant: de zaal zat altijd, altijd vol. Freek trekt een speciaal publiek. Ze komen uit het hele land, ze maken er een dagje Amsterdam van. 's Middags kopen ze al een kaartje en al vroeg in de avond staan ze al tegen de deur geplakt. Maar hij is nu al zeker twee jaar niet geweest. Hij kiest voor het DeLaMar Theater. Dat snap ik wel. Daar kunnen minstens twee keer zoveel toeschouwers in.'

Robert Jan Stips (66) toetsenist

'Toen ik nog in Supersister zat, kwamen we elkaar weleens tegen op festivals. We knipoogden dan naar elkaar, althans, dat vermoedde ik, want dat was bij Freek achter die dikke brillenglazen lastig te zien. Hij belde jaren later, halverwege de jaren negentig, ineens op: het wordt tijd iets samen te doen. Meteen begon de fax kilometers tekst te spuwen. Of ik daar muziek op kon maken. Met Freek en de Nits - dat werd al gauw Frits - maakten we in 1995 de hit Dankzij de dijken. Ik weet nog dat het eerste concert wel drie uur duurde, zoveel energie voelden we. Later ben ik hem gaan begeleiden tijdens solovoorstellingen. Daar was altijd ruimte voor improvisatie. Ik prijs me gelukkig dat ik kon meemaken hoe zo'n show tot stand kwam, vanaf de voorleesversie tot de allerlaatste voorstelling. Het was een complete stad, met zijwegen en pleintjes, en altijd keerde hij weer terug op de hoofdweg. Ik was vereerd dat ik door hem serieus werd genomen. In de popscene had ik al een bepaalde status bereikt en daarom vond ik het een verrijking van mijn leven dat ik met iemand uit een andere en kritische wereld kon werken.

Hij kon als muzikant wel wat meer zelfvertrouwen gebruiken. Ik heb geprobeerd hem dat bij te brengen, Bram Vermeulen had hem op dit terrein wel geregeld afgebrand, die was heel precies. Hoe dan ook, bij hem hoor je altijd passie voor muziek. Het is bezetenheid. Velen zeggen dat hij niet kan zingen. Dat zijn dezelfden die zeggen dat Bob Dylan niet kan zingen. Achter de piano hoor je soms dat hij niet helemaal zeker is van het volgende akkoord en het is geen groot gitarist - ik heb het hem geregeld afgeraden. Maar zo is Freek: kinderlijk enthousiast en schaamteloos. Hij loopt graag op het randje van het ravijn. Hij wilde in nummers soms echt terug naar nul. Dat nam ik ook mee: het minimale kan ook werken.'

Beeld Joost van den Broek

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden