Freejazz op film

Onlangs overleed nouvelle-vaguemeester Jacques Rivette. Op een net verschenen verzamelbox met zijn werk is goed te zien waarin hij uitblonk.

Beeld geen

Je zou ze filmische doolhoven kunnen noemen, of puzzels waarvan stukjes ontbreken. Zelf had de Franse regisseur Jacques Rivette het beste beeld paraat, als het om het effect van zijn films ging: het liefst, zei hij in 1972, zag hij een hoge stapel stoelen voor zich, met de toeschouwer erbovenop. 'En die vraagt zich voortdurend af wanneer de stapel zal instorten.'

Twee weken geleden overleed Rivette, 87 jaar oud. Vlak daarvoor verscheen in Engeland een aan hem gewijde, luxe blu-raybox, die met vijf films uit de jaren zeventig perfect illustreert hoe de meester zijn publiek destijds in een 'permanent instabiel evenwicht' bracht. Fragmentarisch opgediende intriges brokkelen af waar je bij staat, personages veranderen zomaar van identiteit; de filmmuziek wordt plompverloren in beeld uitgevoerd, met musici die in de achtergrond van de scène achter de piano schuiven.

Soms voelen die desoriënterende trucs gedateerd, maar veel vaker blijken Rivettes films je ook nu nog als toeschouwer uit het lood te kunnen slaan. En nergens werd de stoelenstapel hoger, wankeler én indrukwekkender dan in Out 1 (1971), Rivettes zelden geziene, uit de kluiten gewassen magnum opus, dat het pronkstuk van de uitgave vormt.

Dertien uur duurt dit met motieven van Honoré de Balzac en Lewis Carroll spelende avontuur rond geheime genootschappen, twee theaterensembles, een socialistisch boekwinkeltje, dievegge Frédérique (Juliet Berto) en de naar samenzweringen speurende harmonicaspeler Colin (Jean-Pierre Léaud). De hele film werd geïmproviseerd, van personages tot camerawerk; de plot fladdert en sloft alle kanten op, om regelmatig te stranden in oeverloze toneeloefeningen. Een nauwelijks te beteugelen monster van een film is het.

Beeld geen

Verrukkelijk monster

Maar wat een verrukkelijk monster. Out 1 is alleen al onvergelijkbaar als tijdsdocument van het Parijs van vlak na de studentenprotesten in 1968. Een tijd waarin het abnormaler was dan nu om met een filmploeg de straat op te gaan, en voorbijgangers onwennig in de camera keken; Rivette gaf er duidelijk geen donder om en liet ze gewoon kijken, die toevallige figuranten. Intrigerend ook hoe hij de locaties en personages eindeloos lang van elkaar gescheiden houdt: de theateracteurs in hun oefenruimtes, Colin en Frédérique in hun zolderkamers. Uren duurt het voor hun verhaallijnen enigszins samenkomen, alsof Out 1 uit parallelle werelden zonder doorgangen bestaat. Wanneer Colin na acht uur speeltijd eindelijk bij een van de theatergezelschappen binnenwandelt, is dat bijna magisch - puur dankzij de tijd die Rivette neemt om naar dat sleutelmoment toe te werken.

De toeschouwer langzaam losweken van alle filmconventies, dat beoogde Rivette in Out 1 met de mammoetlengte van dertien uur. Als je ervoor openstaat, verlies je gaandeweg inderdaad alle behoefte aan een helder verteld verhaal, aan scènes die beknopt hun punt maken, of aan duidelijk omlijnde personages waarmee je je makkelijk kunt identificeren.

Dan nog blijft het verwarrend wanneer na twaalf uur twee protagonisten opeens achterwaarts beginnen te praten: Rivette speelt fragmenten van de dialoog letterlijk achterstevoren af. Geestverruimend freejazzen met de geluidsband, dat is het.

Beeld geen

Aanstekelijke virtuositeit

Met incapabele acteurs waren die dertien uur een bezoeking geweest. Maar de cast van Out 1, met Franse vedettes als Michael Lonsdale en Bulle Ogier aan het begin van hun carrière, stortte zich vol aanstekelijke virtuositeit op het project, zes weken en dertig uur aan ruwe opnamen lang. 'Un improvisation sauvage', noemt Lonsdale het op de blu-ray, en het is een groot genot om de acteurs in Out 1 zo met elkaar bezig te zien, in hun ongeremde estafette van verzinsels.

Talloze prachtsolo's ook, waaronder die van Jean-Pierre Léaud, die nietsvermoedende cafébezoekers chanteert met zijn harmonicageklier, en van Juliet Berto die in alle eenzaamheid met zichzelf cowboytje speelt: als een kind rent ze met haar pistool op en neer in het trappenhuis van haar flat, boven zogenaamd schietend en beneden de denkbeeldige kogels opvangend. Léaud ging soms te veel op in zijn spel, zoals in de later door Rivette verwijderde scène waar zijn personage helemaal doordraait. 'Léaud werd zo gek dat-ie zijn eigen riem opat, ging kotsen en van de vierde verdieping dreigde te springen', herinnert cameraman Pierre-William Glenn zich. 'Ik kon hem nog net tegenhouden.'

De oerversie van Out 1, inclusief Léauds waanzinscène, is hoogst zelden te zien geweest. De première was op 9 en 10 oktober 1971, in een bioscoop in Le Havre. Rivette had de film in vier blokken gehakt en verdeelde deze episodes met pauzes over twee dagen - waarschijnlijk de beste manier om Out 1 te savoureren.

Het was de bedoeling dat de Franse televisie de film vervolgens als serie zou uitzenden, maar de omroepbonzen haakten af nadat ze zich hadden verslikt in de eindeloze scènes waarin de toneelacteurs expressie- en bewegingsoefeningen doen.

Beeld EPA

Schatgraven

Om Out 1 toch nog in roulatie te krijgen, bewerkte Rivette de film tot het vier uur durende, min of meer op zichzelf staande Out 1: Spectre (1972). In 1989 draaide de oerversie van Out 1 op het filmfestival van Rotterdam; een jaar later werd de film alsnog op tv uitgezonden, verknipt tot acht delen van ongeveer anderhalf uur. Diezelfde definitieve montage is nu opgenomen in de (gelimiteerd uitgebrachte) blu-raybox (ook verkrijgbaar als dvd). Zonder de scène met de doordraaiende Léaud - zo blijft er voor de hardcore cinefiel iets te schatgraven over.

De box bevat naast Out 1 en Out 1: Spectre ook het recalcitrante piratenavontuur Noroît (1976), de surrealistische fantasyfilm Duelle (1976) en de vage thriller Merry-Go-Round (1981). Uit die laatste film blijkt dat Rivettes improvisatie-aanpak niet altijd werkte.

Het script was slechts de warrige aanzet tot een detectiveverhaal rond een mysterieuze verdwijning; zeker niet genoeg voor Rivette om zijn hoofdrolspelers, Maria Schneider (Last Tango in Paris) en de met een drugsverslaving kampende Joe Dallesandro (uit de Andy Warhol-scene), in toom te houden. De opnamen van Merry-Go-Round verliepen zo gespannen en chaotisch dat Dallesandro niet eens merkte dat Schneider halverwege vertrok en door een andere actrice werd vervangen.

Out 1 is een wonder van tucht en discipline vergeleken bij de charmante janboel van Merry-Go-Round. 'Ik besefte dat deze film voor altijd zou kunnen doorgaan', zegt Dallesandro in zijn biografie. 'Als ze mij ook hadden vervangen, zouden ze daar nu nog steeds aan het draaien zijn.'

Vreemde titel

De titel Out 1 heeft weinig concrete betekenis. Eind jaren zestig werd 'in' een modewoord om alles te beschrijven wat hip en cool was; Jacques Rivette gruwde zo van de term dat hij zijn film recalcitrant 'Out' noemde. Toch had hij geen betere titel kunnen vinden voor een werk dat door zijn opzet gedoemd is om buitenissig, radicaal en onmodieus te blijven. Met gevoel voor humor plakte hij het cijfer 1 erachter; 'voor als de film succesvol zou zijn en er een vervolg zou komen'.


Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden