Recensie (boeken) Een leven zonder einde

Frédéric Beigbeder op de ingewikkelde weg naar het eeuwige leven ★★★☆☆

Met veel ironie schrijft de Franse literaire ster Frédéric Beigbeder over zijn zoektocht naar onsterfelijkheid. Een roman vol gentechnologie.

Het boekomslag van ‘Een leven zonder einde’. Beeld De Geus

Als iemand het literaire sterrendom nieuw leven heeft ingeblazen dan is het wel Frédéric Beigbeder (1965), de meest glamoureuze schrijver van Frankrijk. Sinds zijn internationale bestseller 99 francs, waarin hij de reclamewereld fileert, is hij ook in de rest van de wereld bekend. Beigbeder beweegt zich in literaire én mondaine kringen, zit als criticus in allerlei literaire jury’s, is columnist voor radio en tijdschriften, schuift aan in televisieprogramma’s, schrijft filmscenario’s, regisseert en hij is ook nog hoofdredacteur van het mannenblad Lui, de Franse en dus per definitie meer exquise versie van Playboy. Met zijn voorkomen van een rockster en een jong fotomodel aan zijn arm (echtgenote Lara Micheli) doet Beigbeder het goed op de rode lopers voor filmpremières of het festival van Cannes. Zelfs zijn hobby, coke snuiven, heeft hem geld opgeleverd, nadat hij voor harddrugsgebruik in het openbaar twee nachten had vastgezeten, en die ervaring verwerkte in een roman.

Tussen alle bedrijven door schrijft deze voormalige marketingman ook nog af en toe. Vooral autobiografische romans, waarin hij de huidige tijd op cynische wijze duidt en tegelijkertijd zijn ijdeltuiterij graag op de schop neemt. Literatuur is een ernstige zaak voor de belezen literaire snob Beigbeder, maar gelukkig neemt hij zichzelf iets minder serieus.

Een leven zonder einde druipt dan ook van de ironie, maar aan deze roman ligt een oprechte zorg ten grondslag. Wanneer hij de 50 is gepasseerd en zijn ouders allerlei kwalen krijgen, realiseert hij zich dat hij binnenkort wees kan zijn. Het doet hem beseffen dat ook hij, het rijkeluiszoontje dat het opgroeien zo lang mogelijk heeft uitgesteld, een gewone sterveling is. En zo komt hij in een uitgestelde midlifecrisis terecht. De gedachte is niet bijster origineel, maar in plaats van een motor te kopen of Montaigne te gaan lezen en zich erbij neer te leggen, wil Beigbeder er wat aan doen. Hij wil onsterfelijk worden. En niet alleen op papier.

De schrijver zoekt zijn heil in de wetenschap (hoewel ook God zijn pad kruist) en bezoekt deskundigen in Zwitserland, Israël, Oostenrijk en natuurlijk de Verenigde Staten. Een leven zonder einde is het verslag van de gesprekken die hij met hen voert. Het resultaat is een roman over de laatste ontwikkelingen op het gebied van gen-technologie die wel wat weg heeft van een serie lifestyle-columns – een genre waarin Beigbeder uitblinkt.

Zijn 10-jarige dochter Romy, met wie hij wat kwaliteitstijd heeft in te halen, neemt hij mee op reis. Haar personage fungeert als specie in de complexe, baksteenzware kost die we te verstouwen krijgen. Dna-sequencing, induceren van stamcellen, het gebruik van het aids-virus als genetisch modificeerder van cellen, kiembaanmodificatie: de nieuwste technieken op het gebied van de bestrijding van erfelijke ziektes en veroudering komen aan bod. Vertaler Marianne Kaas heeft hier een pittige kluif aan gehad.

Tijdens een diner dat bestaat uit gerechten van genetisch gemodificeerde aardappelen en nieuwe sojavariëteiten in New York stellen twee wetenschappers Frédéric Beigbeder gerust. Zijn genen hoeven niet gecorrigeerd te worden om zijn vervette lever te herstellen. Oprichter van gentech-bedrijf DNAVision Laurent Alexandre: ‘Het is niet zo moeilijk de lever in te komen met bewerkte cellen, want de lever is een afzuigpomp die het bloed filtert.’ Maar een pionier in de analyse en het gebruik van mega-nucleasen in complexe genmodificatie, André Choulika, stelt iets anders voor: ‘Ik denk dat het simpeler is om uw orgaan opnieuw op te bouwen. Daarvoor volstaat het om huidcellen van u te nemen, die te heractiveren als IPS-cellen en uw lever helemaal opnieuw te maken met behulp van een BioPrint’. Jawel, we hebben het over een 3D-printer voor organen.

In dialoogvorm is dit prima te begrijpen, maar de lezer ontkomt niet aan een aantal ‘hoorcolleges’ over de laatste ontwikkelingen op gentech-gebied. Even doorbijten dus, en je samen met met Beigbeder verwonderen over hoe ver de mensheid op weg is naar het eeuwige leven.

Om de materie luchtiger te maken heeft Beigbeder ook wat flauwe lijstjes opgesteld. Hij zet de voor- en nadelen van de dood op een rij, somt de verschillen op tussen de robot en de mens en vergelijkt het leven van de 30-jarige vrijgezel met dat van de 50-jarige vader. ‘Gaat feesten op Ibiza’ vs ‘koopt een huis in Baskenland’, ‘versiert mannequins’ vs ‘versiert apothekeressen’, ‘draagt schoenen van Berluti’ vs ‘draagt espadrilles’, ‘seksueel losgeslagen’ vs ‘alleen met Cialis’. Ach ja.

Wanneer de schrijver eenmaal in Californië is, neemt de fictie, die tot dan toe vooral voorzag in de verhaallijn die de gesprekken met elkaar verbindt, het over. Een bloedtransfusie met jong bloed wordt Beigbeder fataal. Gelukkig is dat niet echt.  

Frédéric Beigbeder: Een leven zonder einde. Uit het Frans vertaald door Marianne Kaas. De Geus; 333 pagina’s; € 22,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden