Freddie is een knap geconstrueerde, collectieve beleving

De toeschouwer die met deze voorstelling werkelijk durft mee te doen, zal momenten van diepe existentiële ontroering beleven. Het publiek zit in cabines en geeft zich bloot in een gezelschapsspel. Hoe emotioneel ook, inhoudelijk en artistiek schiet het geheel tekort.

Beeld Sanne Peper

De performance Freddie van mimeduo Boogaerdt/Vanderschoot stelt de recensent voor een dilemma. Doorgaans dient die zich immers te onttrekken aan zoiets als 'de sfeer in de zaal'. Vooral op premières kan dat lastig zijn, met een welwillend publiek in feeststemming. De recensent moet dan proberen zich niet door dat collectieve enthousiasme te laten meeslepen. Niet omdat hij een zuurpruim is, maar omdat hij een onafhankelijk artistiek oordeel moet vellen, zonder dat het zaalsentiment dat vertroebelt.

Maar wat nu als dat 'zaalsentiment' het doel is van de productie? Als de bereidheid van het publiek mede het slagen van de voorstelling bepaalt? Bij Freddie is de toeschouwer een essentieel onderdeel en de recensent is óók een toeschouwer. Die kan zich nu dus niet nuffig achter zijn opschrijf-boekje verschuilen om wat kritische observaties te noteren over dramaturgie of inhoudelijke aspiraties. Nee, hij moet meedoen. Wie dat kan opbrengen en tijdelijk zijn afstandelijke, kritische harnas aflegt, maakt bij Freddie momenten mee van diepe existentiële ontroering.

Freddie
Theater
Door Boogaerdt/Vanderschoot.
14/5, De Wasserij, Rotterdam-Noord.
Te zien t/m 4/6.
Speellijst

In de kale betonnen ruimte van een voormalige wasserij in Rotterdam-Noord wordt het publiek, zo'n honderd man, verdeeld over drie 'gates', die ons toegang geven tot The Unicomplex, een mysterieuze scifiwereld bevolkt door androgyne mannen en vrouwen in zwart-witte kostuums. De sfeer onder de toeschouwers, nu medereizigers, is nerveus-sceptisch. Ik krijg Gate A toegewezen, en een nummertje, 27, dat correspondeert met een kleine cabine. Glurend om het hoekje maak ik kennis met mijn 15-jarige buurvrouw in cabine 28.

Dan gaan de gordijntjes dicht en wordt de ruimte gehuld in diepzwart. Een tijdlang luisteren we, samen maar alleen, naar een schitterende cellosolo (compositie Michael Rauter). Heel in de verte doet die denken aan een cellosonate van Bach, hoe die uitweidt en meandert, en gretig de noten verkent. Soms zijn er, kort, bijna plagend, referenties aan Queens Bohemian Rhapsody; onverwachte momenten van herkenning, die de luisteraar kippevel bezorgen.

Hierna volgt een soort live theatraal gezelschapsspel. Een zanger-acteur stelt de groep persoonlijke vragen (Ben je eenzaam? Vind je jezelf succesvol?). Indien op jou van toepassing, dan stap je in de 'zone': een centrale plek in het midden van de zaal, onder een hemel van tl-balken. Het concept doet sterk denken aan All that we share, het populaire spotje van de Deense TV2 van begin dit jaar. Heel origineel is het dus niet.

Zelf deelnemen heeft niettemin een grote emotionele impact. Verrassend, hoe weinig mensen van onze groep zichzelf succesvol vinden. Ontroerend om te zien dat degenen die zich eenzaam voelen niet alleen zijn. Als ik in de zone stap na de vraag wie er pijn lijdt, sta ik rug aan rug met vier anderen. Als ik, terug uit de zone, opkijk na de vraag of zelfmoord een optie is, staat opeens mijn 15-jarige buurvrouw daar. Steeds opnieuw is er verbazing: jij? Of: jij óók? Meteen gevolgd door ontroering: wat lijken we op elkaar. Wat delen we veel. Dat inzicht wordt nog eens versterkt in het laatste, vrolijke deel van de voorstelling, met een hoofdrol voor, opnieuw, Bohemian Rhapsody.

Met hun serie Playgrounds willen Boogaerdt/Vanderschoot performatieve 'samenkomsten' creëren waarin de ontmoeting in het theater centraal staat. In die zin is Freddie geslaagd, hoewel dat elke avond zal verschillen en staat of valt met de bereidheid van de toeschouwers deel te nemen en zich bloot te geven.

Er valt inhoudelijk en artistiek zeker het een en ander op de voorstelling aan te merken, zoals de gebrekkige samenhang tussen de delen, de te uitleggerige teksten en het ogenschijnlijk willekeurige en opportunistische gebruik van icoon Freddie Mercury als publiekstrekker.

Desondanks ging deze recensent dit keer graag op in de knap geconstrueerde, collectieve beleving. Om bij vlagen te worden beloond met een troostrijke, bijna bovenzinnelijke sensatie van mens-zijn. Zelf kwetsbaar durven zijn, is cruciaal om deze voorstelling te kunnen waarderen. En dat geldt voor álle toeschouwers.

Wie zijn Boogaerdt/Vanderschoot?

Confronterende, beeldende performances zijn het handelsmerk van het mimeduo.

Boogaerdt/Vanderschoot bestaat uit theatermakers Suzan Boogaerdt (1974) en Bianca van der Schoot (1973). Samen maken ze confronterende, beeldende performances die voortkomen uit maatschappelijke vraagstukken. Eerder maakten ze de performancereeks Visual Statements, over de spektakelmaatschappij en de rol van de beeldcultuur in het leven van vandaag, met veelbesproken voorstellingen als Bimbo, Small world en Hideous (Wo)men. Het duo maakt deel uit van de artistieke kern van Theater Rotterdam. Daar begonnen ze vorig seizoen aan hun nieuwe reeks, Playgrounds, waarin ze de spelregels van de samenleving onderzoeken en opnieuw trachten vorm te geven, met als uitgangspunt de 'live ontmoeting' in een gedigitaliseerde wereld. Deze zomer is het duo uitgenodigd op de Biënnale van Venetië. Daar verzorgt Boogaerdt/Vanderschoot in augustus een tiendaagse masterclass en zullen de voorstellingen Bimbo en Hideous (Wo)men te zien zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden