Recensie Olivier Latry

Franse organist Latry laat eeuwenoude orgelpijpen kreunen (drie sterren)

De beroemdste organist op aarde klautert behoedzaam naar boven. Niet dat de Fransman Olivier Latry (56) slecht ter been is, maar het trapje naar het fameuze orgel van de Waalse Kerk in Leiden is nu eenmaal al eeuwen krap en steil. In de hoogte verdwijnt hij achter een golvende rij metalen pijpen. Ze zijn versierd met guirlandes en goudverf.

Olivier Latry en het orgel in de Waalse kerk te Leiden. Beeld Simon Lenskens

In de mintgroene kerkbanken, meters lager, wacht een luisteraar of honderd. Voor de Leidse concertserie betekent dit een riante opkomst. Zonder mankeren lepelen vaste bezoekers de wetenswaardigheden van het orgel op. Kostbaar instrument, gebouwd door de barokmeesters Gerard Steevens en Pieter Assendelft. Opgeleverd in 1750, laatste revisie in 2014. Maar vooral stellen kenners elkaar de vraag: kan de wereldster Latry, bedwinger van kolossale orgels in machtige kathedralen, op dit Hollandse kleinood uit de voeten?

Jongleren met noten

Vanuit de hoogte komt gebonk. Trekkend aan houten schuiven brengt Latry de registers in stelling voor een hymne van Jehan Titelouze, de vader van de Franse orgelschool; hij leefde van 1563 tot 1633. Nog zo’n kwestie die de ingewijden bezighoudt. Latry heeft zijn lauweren verdiend met muziek uit de 19de eeuw en later. Hoe jongleert hij met noten die zijn geschreven in de Barok?

Het Leidse orgel wil best. Gretig geeft het z’n historische kleuren prijs, van warm en fluitend tot schallend en scherp. Na Titelouze komen Louis Couperin, Nicolas de Grigny en andere Franse helden. Maar met braaf spel oogst Olivier Latry weinig opwinding. Componist Jean-Baptiste Lully heeft in een Menuet meer swing verstopt. De ritmiek van een opera-ouverture kan brutaler. En een Mars zonder pit schiet z’n doel voorbij.

Beeld Simon Lenskens

Vuige akkoorden

Na drie kwartier katapulteert Latry zijn recital naar het heden. In zijn eigen, vrije bewerking van een barokstuk legt hij het Steevens-Assendelft-orgel brutaal over de knie. Op slag is het alsof Picasso zijn kubistische kijk geeft op een 18de-eeuws portret. Kelderdiepe registers ronken, vuige akkoorden stijgen op. Pijpen kronkelen van wellust onder klanken die in al die eeuwen niemand van ze heeft verlangd.

Onder klaterend applaus daalt Olivier Latry – voorzichtig, voorzichtig – de trap af. Hij lacht, buigt en klimt terug voor een toegift. Aha, een improvisatie. In hoge pieptonen klinkt een themaatje à la Vader Jacob. Langs amechtige pijpen glijdt de muziek omlaag naar agressieve registers. Slim speelt Latry met de wah-wah-effecten die het barokorgel in zich bergt: een vibrerende puls die ontstaat als conflicterende geluidstrillingen langs elkaar schuren. 

In de kerkbankjes wordt gelachen om Latry’s laatste kwinkslag. Hij speelt een dwars akkoord en schakelt de windvoorziening uit. Pfiew, zeggen de pijpen in een sippe glijvlucht.

Orgelmuziek van Titelouze, Lully, Couperin e.a, door Olivier Latry.
Leiden, Waalse Kerk, 30/11.

Olivier Latry in de Waalse kerk te Leiden. Beeld Simon Lenskens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.