Franse filosofen in de beklaagdenbank

HET ZAL zelden voorkomen dat een afstudeercijfer van een student als openlijke aanbeveling voor een boek van diens hand wordt gebruikt....

Deze academische lof mag het kritisch oordeel van een recensent natuurlijk niet vertroebelen. Is een 26-jarige student die afstudeert in zowel de filosofie als de geschiedenis, werkelijk in staat een afgewogen oordeel te vellen over zo ongeveer de hele naoorlogse Franse politieke filosofie?

Dát pretendeert Van Middelaar te doen door drie achtereenvolgende generaties Franse denkers in de beklaagdenbank te zetten: de existentialistische generatie van Sartre en Camus, de door Nietzsche geïnspireerde denkers als Foucault en Deleuze, en de 'mensenrechten'-generatie van Bernhard Henri Lévy en Luc Ferry. Volgens hem hebben ze geen van allen zicht gekregen op de werkelijkheid van de politiek.

Is dat geen erg boude bewering voor een jonge wijsgeer die zijn eerste publicatie presenteert? Maar lezing van Politicide doet aanvankelijke scepsis volledig verdwijnen. Het boek is meeslepend geschreven, de greep op de stof is fenomenaal, de anekdotes zijn verhelderend en de goed gekozen one-liners vatten de wijsgerige posities meestal treffend samen.

Voor Van Middelaar begint het allemaal in de jaren dertig, toen de uitgeweken Rus Alexandre Kojève in Parijs colleges gaf over de Phänomenologie des Geistes van Hegel. Onder zijn overigens niet al te talrijke gehoor bevonden zich denkers die na de Tweede Wereldoorlog in Parijs furore zouden maken: Merleau-Ponty, Aron, Bataille. Sartre was op dat moment leraar in Le Havre, maar werd door zijn vrienden in Parijs steeds uitgebreid bijgepraat.

Vooral Kojève's uitleg over de eeuwige strijd tussen heer en knecht maakte diepe indruk. Velen namen dit idee in hun latere werk over. Bij Sartre, de meest invloedrijke van hen, resulteert dit in zijn beroemde beeld van twee subjecten die elkaar met hun blik proberen te objectiveren, tot ding te maken. Toen hij na de Tweede Wereldoorlog de politiek ontdekte, leidde dit beeld tot een verheerlijking van het geweld, waaruit de onderdrukte zich alleen kan bevrijden door de onderdrukker te doden.

Zonder zich al te veel om de ingewikkelde sociale en politieke werkelijkheid te bekommeren, ontwaarde Sartre overal ter wereld onderdrukte groepen, met wie hij zich via ontelbare petities solidair verklaarde. Van Middelaar betoogt terecht dat de politiek als een eigen werkelijkheid waarin burgers elkaar met woorden proberen te overtuigen over de goede inrichting van de samenleving en waarin altijd compromissen moeten worden gesloten, hier totaal uit beeld verdwijnt. Sartre is eerder een moralist, die onbekommerd goed en kwaad op absolute wijze over groepen en individuen verdeelt.

Bij de volgende generatie, hoezeer deze zich ook tegen het humanisme van Sartre afzet, verandert er op het beslissende punt niets. Ook bij Foucault en Deleuze is sprake van een machtsstrijd die de hele maatschappij beheerst. Deze wordt door hen vooral als een 'interpretatieoorlog' geduid. Er zijn geen gemeenschappelijke waarheden of haalbare politieke idealen. Iedere partij probeert met machtsmiddelen zijn interpretatie van de werkelijkheid ingang te doen vinden.

Voor Foucault zijn de humanisten, die in naam van de mens met hun kennis en idealen schermen, hierbij nog ergere onderdrukkers dan de door Sartre aangeklaagde groepen. Op een verhullende wijze disciplineren en normaliseren zij de samenleving. Het individu kan zich slechts via een voortdurend anarchistisch getint verzet enigszins verweren tegen hun bemoeizucht. Politiek wordt hier tot machtsstrijd en individueel verzet gereduceerd. De gezamenlijkheid van de burgers die in een politieke ruimte kan ontstaan, is voor Foucault en Deleuze een illusie.

Foucault meende ook dat de kerkerarchipel in de westerse samenleving, die scholen, gevangenissen, ziekenhuizen en psychiatrische inrichtingen omvatte, de kapitalistische pendant was van de communistische Goelag archipel. Velen volgden hem aanvankelijk in dit soort gedachtegangen. Dat veranderde na de Franse vertaling van Solzjenitsyns De Goelag archipel.

Tegenover de totalitaire logica van het marxisme ontdekte de generatie van Ferry en Lévy plotseling de mensenrechten. Van Middelaar vraagt zich echter af of op het ethisch idealisme dat de mensenrechten centraal stelt, een politiek kan worden gebouwd. Vorige pogingen hiertoe - het begon natuurlijk al met de Franse Revolutie - leden steeds schipbreuk doordat de weerbarstige sociale en politieke werkelijkheid maar moeilijk in de lijn van de mensenrechten te plooien viel. Als Van Middelaar zijn boek later had voltooid, had hij ongetwijfeld naar de interventie in Kosovo verwezen, waarover door de Franse filosofen ook juist op dit punt hartstochtelijk is gedebatteerd.

Een beetje als een duveltje uit een doosje tovert Van Middelaar ten slotte de voormalige marxist Claude Lefort tevoorschijn als een denker die wel recht doet aan de eigen realiteit van de politiek. Lefort veroverde zijn nieuwe visie op de politiek en het belang ervan vooral door een intensieve bestudering van het werk van de aartsvader van de politieke filosofie, Niccolo Machiavelli.

Met een treffend citaat van deze grote Florentijn - 'Het goede is niet altijd en overal hetzelfde'- eindigt hij zijn bewonderenswaardige studie. Op overtuigende wijze verdedigt hij zo de politiek als een blijvende, maar steeds wisselende ruimte tegen drie generaties 'meesterdenkers' die 'politicide' probeerden te plegen door vooral in naam van de moraal het eigen domein van de politiek te ontkennen.

De vraag is natuurlijk hoe het mogelijk was dat generaties intellectuelen zich geschaard hebben achter de Franse meesterdenkers die nu door Van Middelaar in hun hemd worden gezet? Hadden Sartre, Foucault en Lévy in hun tijd misschien ook iets positiefs te melden of waren het van meet af aan keizers zonder kleren? En hoe komt het in dit laatste geval dat zo weinigen dit zagen?

Eerlijk gezegd hoort deze vraag eerder thuis bij de generaties filosofen die Van Middelaar voorafgingen. Misschien kan Lolle Nauta, die vroeger Sartre even enthousiast omhelsde als nu Van Middelaar, daar nog eens een interessante column aan wijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden