Franse cultuurfreaks blokkeren investeringsakkoord

Frankrijk kan tevreden zijn. De gevreesde 'globalisering' en het niet minder verafschuwde 'ultraliberalisme' zijn weer voor zes maanden buiten de deur gehouden....

Van onze correspondent

Martin Sommer

PARIJS

Volgens plan zou het akkoord gisteren door de 29 ministers van de OESO-lidstaten worden ondertekend. Maar de plechtigheid ging niet door, tot blijdschap van de Fransen. Die zagen hun subsidieregels voor film en tv bedreigd door een overeenkomst die als hoofdregel kent dat de thuismarkt niet mag worden voorgetrokken boven buitenlandse investeerders. Frankrijk heeft de kwestie hoog opgespeeld en haalde gisteren de overwinning binnen.

Minister van Economische Zaken Wijers, in Parijs voor de OESO-ministerraad, verhulde zijn irratie over de Franse opstelling maandag niet. Volgens Wijers hadden de Fransen hun 'culturele uitzondering' (exception culturelle) in de vorm van overheidsbijdragen aan Franstalige kunst- en mediaproducten ook mét akkoord kunnen blijven botvieren, als voorheen.

Vijf jaar geleden sleepte toenmalig minister Jack Lang na een bloedig gevecht een uitzonderingsregeling voor cultuurproducties uit het vuur, destijds in de onderhandelingen over de vrijhandel in de GATT. Die regeling 'wordt gekopieerd in dit investeringsakkoord' (Wijers). Het desondanks aanhoudende politieke rumoer is dus achterhaald. Maar dat lijkt in Parijs niet uit te maken.

Bijna drie jaar is er in de boezem van de OESO onderhandeld over het Multilaterale Investeringsakkoord. 'Misschien in te kleine kring', erkent Wijers. Want na drie jaar mediastilte 'onthulde' het maandblad Le Monde Diplomatique in het februarinummer 'het nieuwe manifest van het mondiale kapitalisme'. De tekst was even alarmistisch als de kop. Een dereguleringsoperatie van ongekende omvang dreigde; multinationals zouden regeringen voor de rechter kunnen slepen in verband met elke nationale regeling (minimumloon, 40-urige werkweek, milieu-voorschriften). Allemaal onzin volgens de OESO.

Desondanks zat het Parijse theater Odeon in een oogwenk vol protesterende cineasten en ministers die de toch al bedreigde Franse cultuur kopje onder zagen gaan in een vloedgolf van met name Amerikaanse films. Immers, volgens het non-discriminatiebeginsel zouden buitenlandse investeerders moeten kunnen profiteren van dezelfde behandeling als Fransen.

Frankrijk kent al sinds de oorlog een uitgebreid stelsel van bescherming van de nationale cultuurproductie, vooral op cinematografisch gebied. Zestig procent van de televisieprogramma's moet uit Europa komen, 40 procent uit Frankrijk zelf. Niet meer dan 20 procent van het eigendom van een radiostation mag in buitenlandse handen zijn. Er bestaan subsidies voor producties die in Frankrijk worden gemaakt, en die in Franse handen zijn.

Wie schampert dat de Fransen via kunstmatige bescherming verbergen dat ze niet meer in staat zijn goede, dat wil zeggen internationaal concurrerende films te maken, krijgt in het kabinet van minister van Cultuur Catherine Trautmann bestraffend te horen dat 'nog altijd 35 procent van de markt bestaat uit Franse films'. Met andere woorden: het Franse publiek wíl Franse films zien.

Ofschoon ook Frankrijk niet ongevoelig is voor de lokroep van Disneyland en McDonald's, is de 'culturele uitzondering' een principiële zaak waarvoor woorden niet gauw groot genoeg zijn. Zoals minister Trautmann in het Odeon zei, gaat het om 'de toegang tot het weten, de toegang tot een veelvoudige visie op de wereld, waaruit de verhouding tot de wereld, tot de ander voortvloeit'.

Voor de onderhandelaars van de OESO daarentegen is sprake van een 'erg emotionele, verwarde discussie'. In het OESO-kantoor is de irritatie over de Franse opstelling voelbaar, ook tijdens de persconferentie van secretaris-generaal Johnston van maandag. Johnston haalde uit naar degenen 'die deze onderhandelingen wilden ondermijnen, en die in hoge mate worden geleid door tegenstanders van liberalisering en een open markteconomie'.

In OESO-kringen wordt verwezen naar de manier waarop de tegenstanders van het investeringsakkoord zich hebben georganiseerd. Het artikel uit Le Monde Diplomatique was overgenomen uit Amerika, waar 'een zeer goed georkestreerde campagne' tegen dit akkoord is gevoerd.

De onderhandelaars mogen het over een half jaar nog eens proberen. 'Frankrijk eist serieuze discussies, zoniet dan werpen we over zes maanden een blokkade op', heeft Parijs meteen gedreigd. De Nederlander F. Engering, topambtenaar op Economische Zaken, heeft de onderhandelingen tot dusverre voorgezeten. Hij houdt ermee op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden