Frans Pointls aankondigingen van de dood

In zijn laatste werk komt Frans Pointl naar voren als de eenzame man die hij zo vaak beschreef. Biograaf David de Poel heeft de laatste schrijfsels van Pointl nu gebundeld.

De sappelende schlemiel die nooit lacht, dat was de rol van de meeste mannen in de grotendeels autobiografische verhalen van Frans Pointl (1933-2015) en met die rol was de schrijver ook geheel en al vergroeid. Toch moest het hem sinds zijn 56ste in elk geval financieel niet slecht zijn gegaan, dankzij de verhalenbundel De kip die over de soep vloog (1989), die een groot succes werd na Pointls tv-optreden bij Adriaan van Dis. Maar in interviews, en ook in de latere bundels, bleef de schrijver putten uit de vroege jaren die hem hadden gevormd: moeder Joodse pianiste, vader kunstschilder, ouders gescheiden toen hij 5 was, kindertehuis, ondergedoken, kantoorbaantjes, hospita's, volksgaarkeukenvoedsel, afgedragen broeken en zwerfkatten. Door de soms wrange humor waarmee hij over dat beklemmende universum kon verhalen wist hij zijn publiek geregeld aan het lachen te maken, en dat was hij zich bewust, maar zelf vond hij het allemaal zo lollig niet.

De laatste jaren kon Pointl nauwelijks meer lopen. Hij zat in een rolstoel in het Amsterdamse Sarphatihuis. Met grote moeite maakte hij af en toe nog een tekstje of een gedichtje op zijn oude typemachine, dat hij dan naar Hollands Maandblad stuurde. Hij was de man geworden die hij een jaar of twintig geleden beschreef in het verhaal Sterven in de zon: een man alleen wiens lichaam hapert, die bijna geen bezoek meer krijgt, die zichzelf heeft overleefd. Natuurfilms op tv, daar kijkt die man nog met plezier naar. 'Hij moest lachen - en dat gebeurde zelden meer - om die kolonie pinguïns; wat wonderlijk dat het pinguïnmannetje zijn eigen vrouwtje terug kon vinden in die enorme massa pinguïns!'

Beeld Singel Uitgeverijen

Gepieker

Daar was er zowaar nog één, een lach, en de schrijver kijkt er zelf ook van op. Voor het overige zijn de laatste berichten van Pointl, gebundeld door zijn aanstaande biograaf David de Poel in Zonder rampspoed valt er niets te melden, niet zozeer tekenen van leven als wel aankondigingen van de dood. Te midden van wrakken sombert Pointl wat af, of denkt terug aan moeders jeugdvriendin Stella Hamburger die tandarts was en moeders gebit er in 1953 zo hardhandig uittrok dat de patiënte een hartaanval kreeg.

Met mooi weer zat Pointl in zijn rolstoel voor de deur van het verpleeghuis. Alles observeerde hij: 'Zo zijn er vogels die trippelen, maar ook vogels die kleine sprongetjes maken.' Als een majeure passage in een klaagzang geven zulke woorden even wat verlichting.

Als al zijn gepieker op papier zou staan, had hij een roman, en de titel wist hij al: Verdriet in het bezemhok. De dood zou hem op 1 oktober 2015 wegbezemen, daarmee Pointls diepe wens inwilligend om 'verlost te worden van mensen'. Dat er ook gevoelens van aanhankelijkheid huisden in de man voor wie 'de kwaaltjes in de rij stonden', bewijst het verzoek uit een van zijn gedichten:

Fictie

Frans Pointl

Zonder rampspoed valt er niets te melden

Nijgh & Van Ditmar; 103 pagina's; €16,50.

DOOD

ben ik dood

mijn rigor mortis

verslapt

behandel me als een

vroeg gestorven kind

met eerbied

en enigszins gepast verdriet

was me voorzichtig

strijk over mijn haar

als leefde ik nog

zijn mijn oogleden toe?

stink ik nergens?

zie me als een soort van Jezus

omwikkel me

met een laken

in mijn lievelingskleur geel

leg me behoedzaam

in een kartonnen kist

misschien huilt iemand

boven de mij zo vertrouwde stilte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden