Frans Lommerse, Directeur Toneelschuur.

Reportage Frans Lommerse stopt

Frans Lommerse, gastheer – ‘Zijn we uit?’ – en spil van De Toneelschuur, vertrekt

Frans Lommerse, Directeur Toneelschuur. Beeld Pauline Niks

Het tijdperk-Frans Lommerse in De Toneelschuur in Haarlem is voorbij. Eergisteren was de laatste werkdag vande directeur, die er vijftig jaar geleden binnenliep en een thuis creëerde voor acteurs én publiek.

De verhuisdozen staan al klaar. Althans zo lijkt het, maar ze staan er al vanaf de vorige verhuizing, in 2003, van de oude Toneelschuur in de Smedestraat naar het nieuwe theater aan Lange Begijnestraat in Haarlem. Het is half november en Frans Lommerse (69) heeft kennelijk nog geen tijd gehad ze uit te pakken, druk als hij altijd is. Maar nu moet het er toch van komen: uitpakken, sorteren, weggooien en sommige dingen bewaren. Want het tijdperk Frans Lommerse in De Toneelschuur is voorbij. Eergisteren was de laatste werkdag van de directeur, hem wacht nu het zwarte gat van de pensionado.

Lommerse: ‘Iedereen vraagt wat ik nu ga doen, maar ik heb geen idee. Ik ben vijftig jaar geleden De Toneelschuur binnengelopen en er nooit meer weggegaan. Dit was zo’n beetje mijn thuis. Dus ik ben benieuwd wat er verder nog gaat komen.’
Vraag aan willekeurig welke acteur of theatermaker wat het beste, leukste en fijnste theater van Nederland is en het antwoord luidt: De Toneelschuur. Vraag nog even door over het hoe en waarom en de sleutelwoorden zijn vakmanschap, gastheerschap, verrassende programmering, ondersteuning van jong talent, koesteren van de gevestigde orde. En er altijd zijn, zowel voor de kunstenaars als voor het publiek. Hoewel Lommerse voortdurend verwijst naar zijn hardwerkende, enthousiaste team – van de technici tot de kokkin – is hij toch de spil van alles. Als je de Schuur binnenkomt, staat hij vrijwel altijd op zijn vaste plek: in een hoekje in de foyer, schuin voor de bar, zodat hij zicht heeft op de ingang van de grote zaal, de trap naar boven waar de kleine theaterzaal en twee filmzalen zijn gevestigd, en het binnenkomende publiek. Altijd gekleed in zijn gebruikelijke outfit: houthakkershemd, bodywarmer, stevige schoenen – Frans Lommerse houdt niet van opsmuk.
‘Zijn we uit?’, luidt steevast zijn begroeting.

Feiten en cijfers

Even wat feiten: De Toneelschuur Haarlem is een middelgroot theater, voor theater- en dansgroepen als Orkater, Mugmetdegoudentand, Maatschappij Discordia, Dood Paard, en veel meer. In de kleine zaal vinden beginnende groepjes hun weg. Heel belangrijk ook: Toneelschuur Producties. Ieder seizoen produceert de Schuur zelf voorstellingen waarin jongere regisseurs worden gekoppeld aan ervaren acteurs. Zoals in Kras van Judith Herzberg, dat in regie van Paul Knieriem nu op tournee is, met onder anderen Marlies Heuer (twee Theo d’Ors op de schouw) en Malou Gorter (speelde de hoofdrol in Borgen). Regisseurs als Thibaud Delpeut, Nina Spijkers en Maren Bjørseth hebben er praktijkervaring op kunnen doen. Delpeut is nu artistiek leider van Theater Utrecht, Bjørseth heeft intussen een internationale carrière en Spijkers geldt als groot aanstormend talent.

De cijfers: in 2017 telde de Schuur 200 duizend bezoekers. Dat is meer dan de Stadsschouwburg Haarlem en het Concertgebouw samen. En ook meer dan andere Haarlemse cultuurtempels als het Frans Hals Museum, Teylers Museum en popcentrum Het Patronaat. Tweederde daarvan ging naar de film, eenderde naar het theater. De twee zalen van de Filmschuur zitten bijna altijd vol, vanaf 12 uur ’s middags kun je er twaalf films per dag zien. De omzet bedraagt 4,5 miljoen per jaar, de eigen inkomsten zijn 71 procent, en dat is hoog voor een culturele instelling. De nieuwbouw in 2003 heeft 13 miljoen gekost; 8 miljoen kwam van de gemeente Haarlem, de rest heeft de Schuur zelf binnen weten te halen middels fondsen en particulier geld.

Toen ook Lommerse te maken kreeg met de economische crisis en vervolgens met de rigoureuze bezuinigingen van staatssecretaris Halbe Zijlstra, heeft hij alle zeilen moeten bijzetten om de boel overeind te houden.  Het Rijk bracht de subsidie van 9,5 miljoen terug tot 0. Maar op dat soort momenten is hij het sterkst: artistiek beleid combineren met zakelijk inzicht, geen concessies doen aan de kwaliteit. Theatermakers zijn voor hem geen hobbyisten, maar mensen met een baan. Daarom betaalt hij iedereen goed. In die benarde tijd programmeerde en produceerde de Schuur minder, maar het publiek bleef komen, dus de recettes bleven op peil. 

Lommerse: ‘Na die klap van Zijlstra zijn we begonnen met een doorstartscenario. Dat is gelukt doordat we voor vier jaar geld kregen van het Fonds voor de Podiumkunsten, maar ook veel private partners en middelen hebben binnengehaald. Zo kregen wij uit de nalatenschap van acteur Joop Admiraal en zijn partner Jaap Jansen 3 ton. De rest hadden de jongens gelukkig zelf opgemaakt. Overheden laten je in de steek, maar de echte theaterliefhebbers niet.’

Het gebouw van De Toneelschuur is eigendom van de gemeente Haarlem, de huur is om niet. Ook de kosten voor het groot onderhoud zijn voor de gemeente. Daarvoor is door Lommerse een speciale constructie bedacht: samen met de andere grote podia in Haarlem werd het onderhoudsbudget bij de afdeling Vastgoed van de gemeente weggehaald en bij de podia zelf ondergebracht. Ook werd op zijn initiatief de Stichting BACH opgericht, vanwaaruit alle ict-activiteiten voor alle Haarlemse culturele instellingen worden uitgevoerd. Dat vindt hij leuk, dat soort zakelijk-organisatorische dingen regelen, want het is efficiënt, kostenbesparend en daardoor kan er meer geld in de kunst zelf worden gestopt. ‘Mijn functie is een stapelfunctie: net als iedereen ben ik als vrijwilliger in de Schuur begonnen, ik kon verder niets. Ik was gestopt met mijn studie geschiedenis, daarna werd ik etaleur bij Peek & Cloppenburg op de Dam in Amsterdam. De rest heb ik allemaal in de praktijk geleerd – beetje groepjes boeken, beetje produceren, beetje leuke gastheer zijn, alles stap voor stap. En als je dan vijftig jaar blijft dooroefenen, gebeurt er wel eens wat.’

Hij vertelt hoe dat ging, in die beginjaren. Hij meldde zich in 1968 als vrijwilliger aan bij de ‘Aktiegroep Toneelschuur‘ die toen net was opgericht door Hans Man in ’t Veld (later vooral bekend van Het Werkteater) en diens partner Jan van Galen. Het was een collectief van jonge honden, die een ander soort theater wilde dan alleen het nette toneel in de schouwburg. Daarnaast bleef hij gewoon werken: in zijn lunchpauze liep hij van Peek & Cloppenburg naar het postkantoor achter het Paleis op de Dam (tegenwoordig winkelcentrum Magna Plaza). Boterhammen mee, en dan in zo’n houten telefooncel bellen met theatergroepen om voorstellingen te boeken. Als hij ’s avonds laat vanuit de Schuur naar huis liep, nam hij vaak een afzakkertje in café De Ark. Dan vroeg hij aan de cafégasten of ze de komende week nog naar een voorstelling wilden, noteerde dat in zijn opschrijfboekje en gaf het aantal aldus gereserveerde kaarten de volgende dag aan de kassa door.

Schietvereniging

De Toneelschuur is vijftig jaar geleden begonnen in de Haarlemse Smedestraat, in een gebouw waarin ook de schietvereniging, de biljartclub en het zangkoor van Bep Ogterop zat. Intussen is het een professionele organisatie met zestig mensen in dienst. Het gebouw is zeven dagen per week, twaalf maanden per jaar open. Vanuit zijn werkkamer kijkt Lommerse uit op een oud Haarlems steegje. Aan de ene kant van de straat begint de rosse buurt van Haarlem, aan de andere kant zit de Grote Markt met de Sint Bavo-kathedraal en het stadhuis.

‘Het voelt hier als thuiskomen, hoor ik vaak van de acteurs. Dat vind ik het mooiste compliment. Een acteur op tournee door het land kan zich behoorlijk anoniem en eenzaam voelen. Soms bellen ze bij een theater aan en wordt ze gevraagd wat ze komen doen. Niemand ontvangt ze, geen directie te zien. Dat zal je bij ons niet meemaken. Wij hebben de artiesten uitgenodigd, dus dan moet je er ook zijn. Datzelfde geldt voor het publiek. Als het publiek de heerlijkheid heeft genoten een kaartje te kopen, vind ik gewoon dat ik ze welkom moet heten.’

Gastheerschap dus. Met als centrale plek de keuken, die intussen legendarisch is. Daar wordt niet alleen goed gekookt, daar vinden ook de ontmoetingen plaats. Geen magnetronmaaltijden dus, niet nog even snel iets halen bij de Chinees of met je tupperwarebakje op schoot. In de tijd dat choreograaf Anne Teresa De Keersmaeker net vegetariër was geworden, heeft Lommerse voor haar dansers snel wat biefstukjes gebakken omdat ze anders van hun graat vielen.

Vanzelfsprekend is de programmering ook voor Lommerse de corebusiness, daarmee valt of staat een theater. Zijn motto: onderweg naar morgen. Natuurlijk haalt hij bekende namen en bewezen successen naar Haarlem, maar hij durft ook risico’s te nemen. ‘In de beginjaren van De Keersmaeker zaten hier twaalf mensen in deze zaal. Dat betekent dus dat je in zo iemand moet investeren en moet blijven geloven. Nu verkoopt ze Carré uit. We scouten op de theaterscholen en zien zoveel mogelijk eindexamenproducties. We treffen het natuurlijk dat Haarlem een echte theaterstad is, met een prima Stadsschouwburg waar ooit Toneelgroep Centrum het huisgezelschap was. Dit publiek begint niet op nul, het heeft zich met het aanbod mee kunnen ontwikkelen.’

Eigenlijk heeft hij nooit de aandrang gevoeld Haarlem te verlaten, ondanks diverse aanbiedingen. ‘Om de zoveel jaar gebeurde er wel weer wat om het spannend te houden: de nieuwbouw en verhuizing, de bezuinigingen, de crisis, het starten van het productiehuis, nieuw publiek zien te vinden – never a dull moment. Dat ik hier vijftig jaar ben blijven hangen, heb ik nooit een bezwaar gevonden. De Toneelschuur betekent ook iets voor de ontwikkeling van de stad, wij hebben bijgedragen aan het rijker worden van de stad. Dat gaat verder dan: hallo mensen, het doek gaat weer open vanavond.’

Première Kras

Half november, première Kras van Judith Herzberg. Lommerse staat op zijn vaste plek, de gastheer in optima forma. Publiek en premièregasten komen opgetogen binnen, een combinatie van oud en jong – gerenommeerde actrices als Petra Laseur en Catherine ten Bruggencate naast toneelschoolstudenten. Lommerse: ‘Je bent nooit te jong voor een stuk van Judith Herzberg.’ Bijna alle Nederlandse theaterjournalisten zijn er, al snel gaan de gesprekken over wie destijds de oerversie van Kras nog heeft gezien, met Viviane De Muynck. Na afloop is er prosecco en gaan schalen worstenbroodjes rond, ook in vegetarische variant. ‘O jongens, wat een feest!’, roept de directeur, als altijd met een tikkeltje ironie daaronder.
‘Zijn we uit?’
Ja, we zijn uit.

 Toneelschuur 50

‘Ik heb spelers wel eens zien huilen vlak voordat ze op moesten. Soms schijten ze echt peulen en dan zie je zo veel onzekerheid. Dan moet je ze geen andijviestamppot geven.’ Aldus kok Marijt Schaab, die 18 was toen zij voor het eerst ging koken in de (oude) Toneelschuur. Ze doet dat nog steeds, veelal met lichte groenten en moderne recepten. Zij komt aan het woord in het boek Toneelschuur 50 dat onlangs werd uitgebracht onder redactie van Jos Schuring, Rieks Swarte en Loek Zonneveld. Die laatste heeft de boekpresentatie onlangs in Haarlem niet kunnen meemaken; begin zomer is hij overleden. In het boek schrijft hij een hoofdstuk onder titel ‘Zeven stijlkenmerken van De Toneelschuur’. Daarin onderzoekt hij op basis van een serie gesprekken met Frans Lommerse het dna van het Haarlemse theater. ‘Uiteindelijk is iedereen in de Toneelschuur begonnen’, is de sleutelzin in dit hoofdstuk. ‘Dat is natuurlijk absoluut niet waar. Maar het vóélt wel zo’, aldus Zonneveld. In het hoofdstuk ‘The place to be’ haalt Ivo van Hove herinneringen op aan zijn producties in Haarlem, waaronder het destijds controversiële, darkroomervaringstheater Splendid’s naar een tekst van Jean Genet. Aan het woord komen ook Gerardjan Rijnders die dertien jaar artistiek leider was van Toneelgroep Amsterdam, en Carel Alphenaar, destijds werkzaam bij Toneelgroep Centrum die de Stadsschouwburg Haarlem bespeelde. Fotograaf Bert Nienhuis maakte een beeldverhaal over Maatschappij Discordia. Toneelschuur 50, fraai vormgegeven en met prachtige foto’s, is een eigenzinnige geschiedschrijving van vijftig jaar Nederlandse theaterhistorie in Haarlem. 

Opvolger Marelie van Rongen

Frans Lommerse is per 1 januari opgevolgd door Marelie van Rongen, van 2010 tot eergisteren algemeen directeur van Oerol, het theater- en muziekfestival dat jaarlijks in juni op Terschelling plaats heeft. Daarvoor werkte ze bij jeugdtheatergroepen Het Syndicaat, DOX en De Toneelmakerij. Loesje Roethof, nu al artistiek leider van Toneelschuurproducties, wordt adjunct-directeur. Op 10 februari wordt met een speciaal programma afscheid van Frans Lommerse genomen, uiteraard in De Toneelschuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.