Frans Huneker

Interview Technisch directeur Frans Huneker

Frans Huneker zwaait af bij Nationale Opera met Die Walküre: ‘Of het een goeie opera was, lees ik wel in de krant’

Frans Huneker Beeld Frank Ruiter

Technisch directeur van de Nationale Opera Frans Huneker (66) neemt afscheid, en wel met een artistiek en technisch hoogtepunt uit zijn carrière: Die Walküre uit Wagners Ring des Nibelungen wordt zondag voor het laatst opgevoerd. De wereld van Huneker in vijf opera’s.

Achter de schermen van de opera staat de verbeelding uitgestald in onderdelen. Rotsen van piepschuim die op het podium dreigend zullen oplichten. Een stapel doorzichtig kunststof, drie ton zwaar: het verandert straks in een reusachtig met rook omhuld ‘glazen’ plateau. In een hoek staan een paar sets zilverkleurige vleugels van Walkuren, de noordse strijdgodinnen die van componist Richard Wagner een prominente rol kregen in zijn operavierluik Der Ring des Nibelungen.

De man onder wiens gezag de losse delen transformeren tot een meesterlijke fantasiewereld loopt ertussen als een aannemer op een bouwplaats. Niks verbeelding hier, maar technische hoogstandjes en vaak dito problemen. Technisch directeur Frans Huneker (66) van Nationale Opera & Ballet is een man van de hardware. Als Huneker zegt: ‘Die Walküre staat’, bedoelt hij niet de opera, niet het artistieke meesterwerk, maar het decor.

En Die Walküre staat. Aanstaande zondag voor de allerlaatste keer. De Ring, waarvan Die Walküre deel uitmaakt, is sinds de eerste opvoering in 1997 uitgegroeid tot het internationale vlaggeschip van De Nationale Opera, een tijdloos meesterwerk van regisseur Pierre Audi. Het was voor die eerste Ring dat Huneker in huis werd gehaald door de opera, toen nog als projectmanager, niet lang erna werd hij technisch directeur. De ingenieur uit de bouwwereld, zoon van een timmerman uit Heemskerk, stapte met een broodnodige dosis nuchterheid over naar het artistiek bevlogen theatercircuit. ‘Mijn eerste daad was het regelen van een vangnet boven de orkestbak. Kort voor mijn komst was een danser van het podium in de bak gevallen, met dodelijke afloop – verschrikkelijk. Maar nóg was er geen net. Vonden ze niet mooi. Dan vráág je om moeilijkheden.’ 

Hij moest wheelen en dealen met grote ego’s en onalledaagse problemen. De regisseur die een scène bedacht op een drie meter hoog balkon zonder hekje: ‘Gaan we niet doen, meneer.’ Het ronddraaiende decor van Così fan tutte dat vastliep: ‘Centimeter uit de rails gezaagd. Opgelost.’ De acht meter hoge, stalen ‘letterkast’ uit Lohengrin met in elk vak een koorlid, tot de nok aan toe: ‘Er is altijd thermische trek vanuit een volle zaal naar de toneeltoren. Ik heb vooraf de belasting van die wind laten meten. Je moet er niet aan denken dat zo’n ding, negen ton staal, omdondert met al die mensen erin.’

Voor een man die zegt geen theaterbloed te hebben, heeft Huneker het lang volgehouden. Aan het einde van dit operaseizoen gaat hij met pensioen. Hij is gaan houden van het genre, ‘maar nog mooier dan het artistieke vind ik het vakmanschap, dat ambachtelijke dat in de bouw nagenoeg is verdwenen. Bij elke nieuwe opera moet je bij nul beginnen, alles maatwerk: rekwisieten, kostuums, licht, decor, video, dans, orkest, zang. Als het bij elkaar komt en ik zie na afloop de technici glimmen van trots, ik hoor het applaus, dan ben ik tevreden. Of het een goeie opera was, lees ik wel in de krant.’

Der Ring des Nibelungen: 1997, 2004, 2012, in 2019 los Die Walküre

Letterlijk een hellend vlak, rook en vuur – Die Walküre van regisseur Audi is een zware exercitie voor solisten. Een ronde, schuin geplaatste schijf van 22 meter doorsnee doet dienst als podiumvloer. Huneker: ‘Het is erg steil, zeker als je ziet wat de solisten erop moeten doen: zingen, lopen, kruipen.’ Op de schijf staat een stalen huis dat aan het einde van de eerste akte in een explosie van vuur verdwijnt in het ‘walhalla’.

Huneker wijst op de gasleidingen, onzichtbaar verwerkt in de schijf. ‘We hebben alles opgeknapt en opnieuw geïmpregneerd om het vuurbestendig te maken, maar het raakt onderhand wat versleten.’ De vier spectaculaire Ring-decors van ontwerper George Tsypin uit 1997 vullen samen 120 trailers en staan opgeslagen in Flevoland en Noord-Brabant. Na twee reprises werd dit jaar alleen Die Walküre hernomen, zondag voor de allerlaatste keer. In 2014 gonsde het in operakringen verontrust dat het inmiddels wereldberoemde decor zou worden vernietigd, omdat de opslag – kosten: naar verluidt een ton per jaar – te begrotelijk zou worden. 

‘Het is te groot voor vrijwel alle andere operahuizen’, zegt Huneker. Na de première van de hernomen Walküre vorige maand bedelden zowel publiek als recensenten om behoud van het decor en dus van de productie. Huneker na de voorstelling: ‘We gaan toch nog eens kijken of er elders belangstelling is om het over te nemen, voordat we de zaag erin zetten. Pierre Audi heeft zijn contacten in Amerika aangeboord. Wie weet.’

Het bekende ronde decor van Die Walkure van Nederlandse Opera Beeld Ruth Walz

Writing to Vermeer: 1999, 2004

Het was een natte toestand in Writing to Vermeer, een opera van componist Louis Andriessen en de Britse regisseur Peter Greenaway. Inkt, vernis, melk, bloed en water spelen een rol in de productie, die is gebaseerd op de brieven die drie vrouwen schreven aan de schilder Johannes Vermeer. En als je Greenaway binnenhaalt, (film)regisseur van onder The Cook, the Thief, his Wife and her Lover, haal je spektakel binnen, in dit geval een waterval van negenduizend liter die vanuit de kap 24 meter naar beneden plenst over de breedte van het podium.

Huneker: ‘Er moesten pijpen worden aangelegd, pompen en bassins. In de zaal zie je een groot, enigszins schuin aflopend platform met een gracht ervoor. Aan het einde van de opera hoor je een borrelend geluid en ineens stort er negen kuub water naar beneden waardoor in feite alles op het toneel wordt weggespoeld. Dat water moest via die gracht terechtkomen in bassins onder het toneel. Je moet het orkest droog zien te houden, natuurlijk. Spannend, maar het ging goed. Met een fantastisch effect.’

De waterval in Writing to Vermeer. Beeld Hans van den Bogaard

Het sluwe vosje: 2006, 2011

Mensgrote fantasiekippen, dansende insecten weggelopen uit een schilderij van Salvador Dalí en andere bizarre dieren in een golvend, getimmerd landschap. De fantasie van de ontwerper Antony McDonald benaderde een lsd-trip in Het sluwe vosje van Leos Janácek, in een regie van Richard Jones. ‘Prachtige beesten van de kostuumafdeling. Fantastisch mooie muziek, ook.’

In de editie van 2006 moest Het vosje bijna op zoek naar een nieuwe sopraan. ‘In een van de scènes schiet de boswachter op het vosje, de rol van de sopraan. De boswachter had instructies om te richten op de wand die de zogenaamde kogel, een losse flodder met een plastic dopje, zou opvangen. Die dingen zijn gemaakt voor het theater, maar tijdens een repetitie ging het mis. De boswachter richtte verkeerd en het dopje raakte de sopraan ter hoogte van haar linkerborst. De zangeres had een paar weken daarvoor een borstoperatie ondergaan. Erg pijnlijk voor haar. Ik heb die flodders meteen verboden. We hebben iemand in de coulissen gezet die een knal liet horen op het moment dat de boswachter het schot loste. Geen mens die het verschil merkte.’

Het decor van Het sluwe vosje Beeld Hans van den Bogaard

Benvenuto Cellini: 2015

De productie van Berlioz’ Benvenuto Cellini was volgens sommigen ‘compleet gestoord’. Hangend aan een tokkelbaan vlogen acrobaten over het publiek, eenwielers schoten over het podium, er waren slangenmensen en degenslikkers. Alsof een circusdirecteur al zijn acts tegelijk wilde laten zien. Met het koor, dansers en solisten erbij leek het soms onvermijdelijk dat iemand van het kakelbonte podium over de rand zou kukelen.

‘De productie was aangekocht. De rekwisieten waren overgekomen uit Londen. De regisseur was hoe heet-ie ook alweer, die van Monty Python. Terry Gilliam, ja, een grote naam. In die productie kwam een reusachtige ballon neerdalen uit de toneeltoren met iemand die eronder bungelde. Zo’n man moet aangelijnd zijn, want als hij valt, is hij hartstikke dood. Maar de regisseur zei: ‘In Londen hing die man los, het is de bedoeling dat hij meteen wegloopt als de ballon landt.’ In Engeland kreeg hij dat voor elkaar, waarschijnlijk vanwege zijn grote naam. Ik zei: we zijn hier niet in Londen. Het kostte veel overredingskracht, maar uiteindelijk ging Gilliam overstag. Het is niemand opgevallen dat die man met een tuigje vastzat aan de ballon.’

Benvenuto Cellini. Beeld Clärchen&Matthias Baus

Aus Licht: 2019

‘Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik vond het aanvankelijk he-le-maal niets. Een giga-ontwerp in de Amsterdamse Gashouder (een evenementenlocatie, red.), tribunes, platformen, projectieapparatuur op gekke plekken, bewegende elementen, 180 meter lijn met ledlichten. En dan ook nog muziek maken in een helikopter, wat live geprojecteerd moest worden, een pokkeherrie boven de stad.’

Deze zomer werd met Aus Licht door De Nationale Opera op het Holland Festival onder regie van Pierre Audi een selectie van scènes opgevoerd uit Stockhausens operacyclus LICHT, alleen al qua omvang internationaal een unieke productie. Vijftien uur opera verspreid over drie dagen. Er moest een compleet universum worden gebouwd in een schemerige, cirkelvormige ruimte. ‘Ik zag de samenhang niet. Wat ik wel zag was het budget. Er moest van alles en nog wat komen, monitoren vanuit de hele wereld bijvoorbeeld, veel te duur allemaal.’

De oorspronkelijke plannen werden ingekort en sterk versimpeld. ‘Na elke werkdag reed ik langs de Gashouder naar huis. Ondanks de vermoeidheid van de dag kreeg ik dan enorm veel energie: de samenwerking tussen alle geledingen, techniek, musici, voorstellingsleiding, groeide met de dag. Tijdens de generale zat ik als toeschouwer in de zaal. Via het scherm zag je de cellisten in die helikopter zitten. Iedereen was muisstil. Alles klopte. Geweldig. Het was een van de zeldzame keren dat ik tranen in m’n ogen kreeg.’

Aus Licht. Beeld Ruth & Martin Walz

Ontroerende hond

 A Dog’s Heart, van de Russische componist Alexander Raskatov, werd door pers en publiek omschreven als een van de aangrijpendste opera’s van de afgelopen jaren. De Engelse theaterregisseur Simon McBurney maakte met de opera in 2009 zijn operadebuut. ‘De hond, de hoofdpersoon in het verhaal, werd bewogen door poppenspelers’, zegt Huneker. ‘Hij was gemaakt door onze rekwisietenafdeling en wist iedereen te ontroeren.’ De bejubelde opera wordt waarschijnlijk voor de tweede keer in reprise genomen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden