Frank van Bommel kijkt hoever hij kan gaan

Jazzpianist Frank van Bommel wil alles op zijn eigen manier doen. Zijn kwartet is voor de tweede cd uitgebreid tot een kwintet....

Als kind, toen hij klassiek pianoles kreeg, drukte Frank van Bommel wel eens tien toetsen tegelijk in, om nieuwe samenklanken en niet bestaande akkoorden te produceren, die hij vervolgens vlijtig opschreef. Die eigenzinnigheid en onbevangenheid, maar ook de neiging tot vastleggen en structureren, bepalen nog altijd het werk van een van de interessantste Nederlandse jazzpianisten en componisten.

In 1999 oogstte Van Bommel (42) roem in binnen- en buitenland met zijn cd A Crutch for the Crab, onlangs verscheen zijn tweede plaat als leider, Ore. Beide releases verkennen op fascinerende, ook voor de luisteraar navoelbare wijze 'de spanning tussen abstractie en vorm'.

Omdat hij alles op zijn eigen manier wil doen, verliet Van Bommel al na twee jaar het conservatorium van Amsterdam. 'Ze leerden je pianospelen als Herbie Hancock en de late Bill Evans, met die impressionistische akkoordenwolken. Dat wilde ik niet, en dat leidde tot conflicten. Toen zeiden ze: wat doe je hier dan eigenlijk? Dat vroeg ik me zelf ook af.'

Een pluspunt van de afgebroken opleiding was wel dat hij er Misha Mengelberg ontmoette, die les gaf in contrapunt. 'Eerst zei Misha: er zitten al zo veel spelregels in je muziek, contrapunt heb je eigenlijk niet nodig. Je kunt beter naar mijn compositieklasje komen, 's avonds. Toen ik hem later dingen liet horen, vond hij dat ik misschien toch maar wat spelregels moest uitstuffen, want echt goed vrij spelen kon ik volgens hem niet. Ik ben hem nog altijd dankbaar voor dat advies.'

In een duo met medestudent en drummer Tim Zwemmer ging Van Bommel met een steeds opener geest het muzikale materiaal verkennen, 'gewoon het thema doorvoeren en kijken hoe ver je daarin kunt gaan. Mijn favoriete pianisten zijn Monk, Herbie Nichols en Mal Waldron, die alle drie sober en doelgericht de implicaties van de compositie uitwerken.' Met bassist Carl Beukman maakte hij, al improviserend samen met de acteurs, de muziek voor een toneelvoorstelling van De Appel. Ook in het eigentijds klassieke idioom zocht hij een tijd lang de vrijheid op, in zijn Van Bommel Ensemble. Met dat 'instant composing', zoals Mengelberg het noemt, is het dus wel goed gekomen.

Al die invloeden komen samen in zijn kwartet, dat voor de tweede cd is uitgebreid tot een kwintet. Een ouderwets swingende ritmesectie met Martin van Duynhoven op drums en bassist Arjen Gorter, die Tobias Delius en tegenwoordig ook Michael Moore op tenor, alt en klarinetten steunt en stimuleert in collage-achtige stukken, waarin het soleren op schema's wordt afgewisseld met collectieve improvisaties, die gelukkig buitengewoon coherent zijn. 'Nee, ik geef geen aanwijzingen, geen cues, dat is me te gekunsteld. Alles vloeit natuurlijk voort uit het samenspel.'

Op A Crutch for the Crab gebruikt de groep daarvoor, naast eigen werk van Van Bommel, een aantal bedenksels van Dick Twardzik, een jonggestorven Amerikaanse pianist die onder anderen met Chet Baker heeft gewerkt. 'Hij barstte van de goede ideeën, kon klassiek en virtuoos spelen maar voor de jaren '50 ook heel free, bijna Cecil Taylor-achtig. Weer die spanning.' Ondanks het succes van de cd, dat leidde tot een Noord-Amerikaanse tournee, wil Van Bommel er echter niet eeuwig mee worden geassocieerd. 'We kregen een naam als groep die onderschatte componisten aan de vergetelheid ontrukte, maar het was een eenmalig project.' De opvolger, Ore, is op een spontaan groepswerkje na geheel door hem geschreven.

Wat daarbij opvalt, en charmeert, is een grote gave voor welgevormde melodieën. In avantgardistische kringen wordt daar wel eens op neergekeken, misschien omdat niet iedereen die gave bezit, maar Van Bommel is altijd 'blij als er weer zo'n melodie komt aanwaaien. Onder het spelen, of thuis op de bank; dan denk ik meteen, dit moet ik vasthouden.'

'Omdat we inmiddels vaak hebben samengespeeld wordt het steeds makkelijker om de stukken open te breken, zonder dat de samenhang verloren gaat. Ik ga daar inderdaad niet zo ver in als Michiel Braam of Toby in zijn eigen bands, ik blijf aan het publiek denken, en aan de expressie. Dat komt misschien door mijn klassieke achtergrond, waardoor ik ook dichter bij het thema blijf dan de blazers.'

En expressief klinkt de muziek zeker: het opgewekte, Monk-achtige kuieren in Strolling, de tederheid van Merel, en het bijna euforische effect dat Alkaest opwekt. Gevraagd naar de titels geeft Van Bommel toe dat die zeker betekenis hebben, maar in de eerste plaats voor hemzelf.

'Ik pluis graag de etymologie van woorden na, of associeer ermee. Bij Alkaest dacht ik aan Allgeist, het gaat in dat stuk om het besef dat je iets voor de allereerste keer meemaakt, een gevoel van verwondering.' Geamuseerd verneemt hij dat Libethra ook de naam is van een soort wandelende tak: 'Ik dacht zelf meer aan een bron, aan water. En uiteraard moet je het allemaal niet te letterlijk nemen, ik wil de luisteraar niet in een bepaalde richting dwingen. Het is niet zo dat je de bootjes moet zien dobberen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden