WeekendgidsFrank Boeijen

Frank Boeijen wilde het wat rustiger aan doen. Maar niet zó rustig

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Heel leuk hoor, die intieme optredens voor dertig man. Het moet alleen niet te lang duren voor Frank Boeijen.

‘Volgens mij heeft Frank er geen moment van genoten’, zei vriend Fons de Poel in een tv-programma over de hoogtijdagen van de Frank Boeijen Groep. Het avond aan avond optreden in de jaren tachtig, de stampvolle zalen, de grote hits als Zwart-Wit, Linda en Kronenburgpark, de media-aandacht. ‘Achttien tv-interviews bij het uitbrengen van een nieuwe single’, herinnert Boeijen (63) zich aan de telefoon. ‘Dat was niet normaal meer, en Fons heeft wel gelijk dat me dat te veel werd, zeker in de tweede helft van de jaren tachtig. Man, o man, het was rock-’n-roll, drank en drugs. Ik dacht: als ik zo doorga, word ik niet oud. Coke en blowen, dat deed iedereen openlijk in de jaren tachtig, bij platenmaatschappijen, in de studio, bij de radio. Nu hou ik het op een beetje blowen. Er bestaat trouwens ook geen goeie coke meer, het is allemaal versneden troep.’

Al 33 jaar treedt Boeijen nu op volgens de formule waarmee hij wél oud kan worden: als singer-songwriter, in theaters, ‘gewoon om acht uur beginnen in plaats van om één uur ’s nachts als je moet schreeuwen om boven de lui aan de bar uit te komen’, en bij voorkeur alleen de eerste helft van het jaar. Om vanaf augustus rustig nieuwe nummers te schrijven, te reizen en in Frankrijk te zitten, waar hij twaalf jaar lang een huis had – hij heeft het net verkocht. Maar nu, door corona, stond hij opeens weer in de grote poppodia; in een zaal als 013 in Tilburg, waar normaal drieduizend mensen in kunnen, kun je er op anderhalve meter van elkaar altijd nog 450 kwijt. Toen ook dat niet meer kon, trad hij twee keer per avond op voor dertig man. ‘Daar maken ze dan iets leuks van, hoor, in die zalen, dat is goed geregeld. Het publiek zit per twee aan tafeltjes met een drankje erbij, het is wel sfeervol, wel intiem. En iedereen is blij dat er überhaupt iets kan, hè, alles wat altijd vanzelfsprekend was, is nu heel bijzonder. Ik heb in Maastricht in een kerk opgetreden met 25 mensen in een kring om me heen. Eigenlijk zoals het ooit begon in een café, akoestisch, met alleen een gitaar. Het rare is dat het heel leuk is. Het moet alleen niet te lang gaan duren. Als dit nog een jaar zo doorgaat, is dat voor niemand goed.’

En tja, nu ligt alles plat, en hoewel het voor Boeijen financieel niet de grootste ramp is – ‘Ik leef hoofdzakelijk van auteursrechten, dat gaat altijd door’ – is het emotioneel wel een strop. ‘We willen gewoon spelen, je wordt gek als je niks kunt. Normaal gesproken ga ik op reis in de maanden dat ik niet optreed, maar ja, dat kan nu ook niet. Dat vind ik wel beklemmend; ik hou van Nederland, maar niet te lang. Ik zeg altijd: Nederland is het mooiste land om naar terug te keren.’ Er zit niks anders op dan er even het beste van te maken, en wat zal het geweldig zijn als alles straks weer opengaat. Hoewel: ‘Terug naar zalen met duizend man, dat zie ik zo gauw niet gebeuren’, zegt Boeijen. Hij is blij dat hij het wel heeft meegemaakt, die afgeladen zalen vol zwetende lijven, dringend voor het podium. ‘Natúúrlijk heb ik er op momenten ook wél van genoten. Daar droom je als jongen van.’

Boek

HhhH (Himmlers hersens heten Heydrich)

null Beeld

Himmlers hersens heten Heydrich van de Franse schrijver Laurent Binet is toevallig een van de laatste boeken die ik heb gelezen. Ik had wel duizend mooie boeken kunnen noemen, waar moet je beginnen? Het knappe van dit boek vind ik dat het niet alleen over Heydrich gaat, een hoge nazi op wie een aanslag werd gepleegd, maar ook over het schrijfproces, over het schrijven van het boek zelf. Dat Droste-effect, daar hou ik van in boeken.

Ik lees veel over de Tweede Wereldoorlog. Nijmegen is gebombardeerd door de geallieerden die dachten dat het Duitsland was, hè, dat zie je in de stad nog overal. Mijn vader woonde in Oss tijdens de oorlog. Hij vertrok naar Noord-Holland om daar te werken en toen hij terugkwam in Oss waren zijn Joodse vriendjes weg. Dat heeft op hem een verpletterende indruk gemaakt. Wij zijn daardoor heel erg anti-racistisch opgevoed.

Die Heydrich kende ik nog niet. Hij was verantwoordelijk voor het vermoorden van 1,5 miljoen Joodse mensen in Oost-Europa. Als je leest in wat voor ambtelijke taal zulke plannen werden besproken – het is nog steeds niet te bevatten dat het is gebeurd.’

Artiest

Bob Dylan

‘Bob Dylan, ja, by far. Je komt altijd weer bij Bob Dylan uit, zeker als singer-songwriter, want wat hij gedaan heeft voor de muziek is geniaal. Als kind had ik overigens de pest aan hem. Ik ben de jongste van tien kinderen en mijn broers, die al op de hbs zaten, bleven zijn muziek maar draaien, al wat ik door de muren heen hoorde was die stem. Toen ik later zelf gitaar ging spelen, kende ik al zijn liedjes al uit mijn hoofd.

Vóór Bob Dylan ging popmuziek van whop bop-a-lu-a, Dylan heeft er een intelligente kunstvorm van gemaakt. Blowing in the wind, je kunt het op honderd manieren interpreteren, maar duidelijk is wel dat hij vragen stelde over de Koude Oorlog, over oorlog in het algemeen. Zijn teksten zijn briljant. Het is niet voor niets dat hij de Nobelprijs voor de Literatuur heeft gekregen.’

Zelf besteedt Boeijen ook veel aandacht aan zijn teksten; zijn mooiste prijs vindt hij de Lennaert Nijgh-prijs voor beste tekstdichter die hij in 2015 ontving. ‘Met de meest eenvoudige middelen over de meest verschrikkelijke dingen schrijven’, dat is wat hij wil. Waarom? ‘Omdat er verschrikkelijke dingen gebeuren in het leven. Dat mensen doodgaan. Dat kinderen doodgaan – ik heb vrienden die een kind hebben verloren, ik durf er nog steeds geen nummer over te schrijven, het voelt oneigenlijk omdat ik zelf geen kinderen heb. Maar ook de liefde kan verschrikkelijk zijn, toch?

‘Er zijn periodes geweest dat ik erg somber was. Schrijf er maar een liedje over, zei mijn vader altijd. Dat vond ik zo’n dooddoener dat ik er alleen maar kwaad om werd. Maar achteraf had hij natuurlijk gelijk.’

Stad

Tokio

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘Wij komen heel graag in het Verre Oosten. Wie ‘wij’ zijn? Ha! Ík kom heel graag in het Verre Oosten. Ik was al in Indonesië, Thailand, Vietnam, Laos, Cambodja, Birma, nou ja, overal geweest, behalve in Japan. Pas vorig jaar kwam het er eindelijk van. En daar kwam alles samen. Heel raar, maar in Tokio, toch een stad met dertig miljoen mensen, voelde ik me meteen op mijn gemak. De mensen zijn er superbeleefd, het openbaar vervoer is er perfect geregeld en het eten is voor mij heel goed daar; ik eet al dertig jaar geen vlees meer, maar ik eet wel vis. De service is overal fantastisch en iedereen houdt afstand. In feite is het een anderhalvemetersamenleving van dertig miljoen mensen met een mondkapje op.

‘Ik rook, en wat zo grappig is: je mag er buiten niet roken, maar binnen wel. Zit je in een heel chic hotel, het Marriott, in het restaurant op de 52ste verdieping en daar mag je dan gewoon een sigaret opsteken. Ook bijzonder is dat je overal jazzcafés hebt. In Japan, dat verwacht je niet. Het is een wonderlijke wereld. De esthetiek ook, alles is zo mooi eenvoudig, Rietveld heeft het gewoon van die schuifpanelen afgekeken. En de mensen zijn ontzettend vriendelijk. Een beetje Engels – ik ben met een Engelse vrouw getrouwd geweest, dus ik ken dat beleefde van eilandbewoners heel goed.’ Boeijen is alweer jaren samen met zijn vriendin Agnes. ‘Ja, tuurlijk, dat is de wij.’

Film

Apocalypse Now

‘Alles is goed aan die film. Het boek dat eraan ten grondslag ligt, Heart of Darkness van Joseph Conrad, is om te beginnen al indrukwekkend. Dan regisseur Coppola, die het verhaal naar de Vietnamoorlog verplaatst; alles wat die man doet is geniaal. Zijn The Godfather-films behoren ook tot de beste die ik ooit gezien heb. Nou ja, en dan Marlon Brando, toch al een van mijn favoriete acteurs en in Apocalypse Now helemaal. Hij speelt een kolonel die zich verschanst heeft in het oerwoud en daar krankzinnig wordt. Die film is een soort slechte droom, een bad trip, ik weet nog dat mijn vrienden en ik volkomen verpletterd de bioscoop uit kwamen. Aan de ene kant ben je totaal geschokt door de zinloosheid en de wreedheid van het geweld en tegelijkertijd is het fascinerend, want dat is oorlog óók.’

Documentaireserie

The Vietnam War

null Beeld Netflix
Beeld Netflix

‘Fons de Poel, een vriend van me, zei: The Vietnam War, dat is wat voor jou. Hij had gelijk. Het is een documentaireserie over de Vietnamoorlog en zo goed, ik heb soms op één avond vier afleveringen achter elkaar gekeken.’

In de serie laten makers Ken Burns en Lynn Novick alle mogelijke betrokkenen hun verhaal over de oorlog vertellen, van Amerikaanse militairen en hun familie tot Vietcongstrijders en Vietnamese burgers. ‘Iedereen komt aan het woord, alle partijen die recht tegenover elkaar stonden. Heel boeiend, en je leert weer dat oorlog totaal zinloos is. Ze hebben gewoon verloren, de Amerikanen, en daarna steeds weer dezelfde fouten gemaakt: in Afghanistan, in Irak, het maakt geen verschil. Sterker: het heeft die landen alleen maar ontwricht. Als je met al het geld dat zo’n oorlog kost zo’n land nou eens niet verwoest, maar opbouwt, dan hadden we een totaal andere wereld gehad.’

Museum

Het Rodin-museum in Parijs

null Beeld

‘Elke keer als ik in Parijs ben, ga ik even naar het Rodin-museum. Het Louvre en het Musée d’Orsay zijn ook fantastisch, maar daar kun je verdwalen. Het Rodin-museum is niet zo groot, dat vind ik wel prettig, het is oorspronkelijk gebouwd als herenhuis waar Rodin zelf ook nog heeft gewoond. Het heeft een mooie tuin, je kunt er wat eten, het is gewoon een fijne, rustige plek in de stad. En hoewel ik eigenlijk niks had met bronzen beelden, vind ik die van Rodin elke keer weer interessant.

Rodin maakte in feite één groot kunstwerk. Hij heeft een toegangspoort ontworpen, de Hellepoort, en daar zaten al zijn beelden al in. De denker bijvoorbeeld, zat boven in die toegangspoort waaraan Rodin tot aan zijn dood heeft gewerkt.

Ik ga mezelf niet met Rodin vergelijken, maar dat je aan een oeuvre werkt dat in feite één groot ding is, vind ik een mooi gegeven. Ik heb ook het idee dat ik één groot lied schrijf waaraan ik steeds een stukje toevoeg. En het is nooit af – die Hellepoort is ook nooit afgekomen.’

Restaurant

Gio’s in Maastricht

null Beeld Alamy Stock Photo
Beeld Alamy Stock Photo

‘Ik hou van Maastricht, ik ken er veel mensen. En ik eet er graag bij Gio’s aan het Vrijthof. Het Vrijthof ken je wel, een groot plein met een basiliek, de Sint-Servaasbasiliek, aan een kant allemaal terrassen. Aan de overkant is het rustig en daar zit Gio’s Cucina, een Italiaan. Een menukaart hebben ze er niet. Giovanni komt aan je tafel en vraagt: wat wil je eten, of eigenlijk: wat wil je niet? Nou, in mijn geval geen vlees dus, en dan komt er altijd iets fantastisch op tafel. De ober schept het voor je op uit een schaal, dat vind ik ook mooi, met een grote, zilveren lepel; het is best een chic restaurant.

Giovanni is goud waard. Hij is al in de 70, maar hij werkt nog elke dag, een interessante man. Mensen die in een ander land een bestaan opbouwen, hebben altijd een verhaal. Het is vaak via eten, sport of kunst dat een immigrant zijn plek weet te vinden, en in Giovanni’s geval dus inderdaad gastronomie. Er is niks zo verbindend als samen eten. Zo moeten de mensen bij elkaar komen, aan tafel, dan komt het goed.’

Kleding

Een pak

Juliette Gréco Beeld  Getty Images
Juliette GrécoBeeld Getty Images

‘Ik draag altijd een pak. Donkerblauw of donkergrijs, want in het zwart ben je zo’n ober. Ze komen meestal van Agnès B op het Rokin in Amsterdam, en als ik in Parijs ben, ga ik daar naar de Agnes B-winkel om een zootje pakken te kopen, dan is het weer klaar voor een hele tijd. Die pakken zijn altijd hetzelfde, dat vind ik er zo goed aan. Tijdloos, niet té chic. Ik heb ook wel een paar chiquere pakken, van, even naar het label kijken, Corneliani, die zijn behoorlijk duur. Handgemaakt, Italiaans, dat is meer upmarket.

Op het podium moet het niet afleiden wat je draagt. Ik heb eens Juliette Gréco zien optreden in theater Odéon in Parijs; ze was in het zwart, je zag alleen haar gezicht en haar handen. Dat vond ik schitterend, ik dacht: dat wil ik ook. Sindsdien heb ik alleen nog maar pakken gedragen. Ja, ook op zaterdagochtend thuis en ook als ik door Japan reis. Ik héb niet eens een spijkerbroek.’

CV Frank Boeijen

27 november 1957 Geboren in Nijmegen

1975 Begint na het halen van zijn middebareschooldiploma meteen in de muziek

1977 Brengt samen met gitarist Wout Pennings in eigen beheer eerste album uit

1979 Richt de band Frank Boeijen Groep op

1979–1991 Brengt met de band in totaal elf albums uit; grote hits als LindaZwart-Wit en Zeg me dat het niet zo is

1990 Wint Gouden Harp

1991 Wilde bloemen, eerste album als soloartiest

2004 Edison Award (oeuvreprijs)

2015 Lennaert Nijgh-prijs voor beste tekstdichter

2018 Palermo, meest recente album als soloartiest

2020/2021 Clubtour die ook te volgen is via livestream

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden