Interview François Ozon

François Ozon: ‘Politieke films bieden oplossingen; ik wil juist vragen oproepen’

Regisseur François Ozon maakte een verrassend ingetogen en actuele film over seksueel misbruik binnen de katholieke kerk. En dat levert voor de Franse filmmaker die graag prikkelt toch stress op.

Melvil Poupaud als Alexandre (rechts) in Grâce à Dieu (2018)

Natuurlijk wist regisseur François Ozon dat hij met Grâce à Dieu controversieel terrein betrad. Een film, gebaseerd op een waargebeurd verhaal, over de Franse priester Bernard Preynat die binnenkort terechtstaat vanwege het decennialang misbruiken van zo’n zeventig jongens: niet voor niets had hij die in stilte opgenomen, onder de nietszeggende werktitel Alexandre.

Maar toen die priester vlak voor de wereldpremière in Berlijn probeerde om via de rechter de Franse release tegen te houden, was dat toch een onaangename verrassing. ‘Alles in de film is al eens eerder gepubliceerd’, benadrukt Ozon. En: ‘Ik heb vertrouwen in het Franse rechtssysteem.’

Hoor je hier de echo van een roedel advocaten? Ozon is in ieder geval serieuzer dan doorgaans. Een beetje prikkelen: de gesoigneerde Franse cineast met zijn immer plagerige blik doet het graag, in interviews en in zijn films. Hij is een veelfilmer, die moeiteloos tussen genres schakelt. Het ene moment maakt hij een retrokomedie met een vilein randje (8 femmes), het volgende een speels drama in zwart-wit (Frantz) en dan weer een vet aangezette erotische thriller (L’Amant double).

Regisseur Francois Ozon. Beeld Getty

Grâce à Dieu is sober, ingetogen en onsentimenteel voor zijn doen. De regisseur richt zich op drie slachtoffers van misbruik. Alexandre, een gelovige zakenman en vader, komt erachter dat de priester die hem in zijn jeugd heeft misbruikt, nog steeds bijbelles geeft aan minderjarigen. Als hij dit probeert aan te kaarten bij kardinaal Philippe Barbarin, onderneemt deze geen actie. Maar ondertussen heeft hij wél een ander slachtoffer geïnspireerd, François, die uit woede een actiegroep opzet, La Parole Libérée – waar vervolgens Emmanuel zich bij aansluit, wiens leven is verwoest door het misbruik.

Anderhalve maand nadat Ozon tijdens de Berlinale de Grote Juryprijs heeft gewonnen met zijn Grâce à Dieu, is duidelijk dat het juridische systeem heeft gewerkt. Een rechter veegde de klacht van priester Preynat van tafel. Ozons film draait momenteel in de Franse bioscopen en alleen al op de eerste dag werden er vijftigduizend kaartjes verkocht. Belangrijker nog: kardinaal Barbarin is vorige maand veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, omdat hij geen aangifte heeft gedaan tegen de priester. Hij bood daarop zijn ontslag aan aan de paus – die dat weigerde.

De timing maakt uw film extra relevant. Is dat toeval?

‘Relevantie was niet mijn prioriteit. Het was nooit de bedoeling om een actuele of politieke film te maken. Ik wilde vooral een persoonlijk, intiem verhaal vertellen, over het moment dat slachtoffers de moed vinden om hun mond open te trekken. Grace à Dieu draait om de gevolgen daarvan, vooral voor hun persoonlijke leven.

‘Natuurlijk: aan de ene kant ben ik blij dat mijn film extra lading heeft gekregen, maar aan de andere kant brengt het veel druk en stress met zich mee. En het ís geen politieke film. Politieke films bieden oplossingen; ik wil juist vragen oproepen.’

U wilde aanvankelijk een documentaire maken. Waarom werd het toch een speelfilm?

‘Ik heb enorm veel research gedaan naar La Parole Libérée. Ik ontmoette alle slachtoffers, hun familie, hun ouders en kinderen – het was alsof ik een journalistiek onderzoek deed. Maar terwijl ik daarmee bezig was, merkte ik dat de slachtoffers juist met me wilden praten omdat ze ervan uitgingen dat ik een fictiefilm wilde maken. Ze hadden al zo vaak over hun ervaringen verteld in de media. Daarbij waren ze blij dat ze net weer een beetje in de anonimiteit verdwenen.’

Van de slachtoffers hebt u de achternamen ­veranderd, van de priesters niet. Waarom?

‘Dit is een bekend misbruikschandaal in Frankrijk, daarom heb ik besloten de namen van de kardinaal, de priester en de psycholoog van de kerk niet te veranderen. Natuurlijk wist ik wel dat dat een juridisch risico met zich mee bracht, maar ik wilde voor het publiek onderstrepen dat dit een waargebeurd verhaal is. Alles wat die mensen in de film zeggen, haalde ik woordelijk uit boeken, artikelen en televisiereportages die over de zaak zijn verschenen. Van de slachtoffers gebruikte ik juist alleen hun echte voornamen, om hun privacy te waarborgen. En van hun kinderen ook, want die hebben hier niet om gevraagd.’

De film heeft een bijzondere structuur, je volgt de slachtoffers om beurten: eerst is Alexandre de hoofdpersoon, dan François, dan Emmanuel.

‘Het is inderdaad nogal ongebruikelijk om je belangrijkste personage na ongeveer drie kwartier te laten verdwijnen. Naar mijn weten is alleen Hitchcock daarmee weggekomen, met Psycho. De producenten waren daar dus niet al te blij mee. Maar deze constructie hangt samen met de realiteit. Eerst wilde ik een film over Alexandre maken, die een gevecht aanging met de kerk, maar ik realiseerde me dat het verhaal bij hem niet was afgelopen – het estafettestokje werd doorgegeven. Het was François die vervolgens een mediacampagne begon. En Emmanuel speelt een belangrijke rol in het juridische verhaal. Vandaar dit domino-effect: een film die springt van het ene slachtoffer naar het andere.’

Hebt u zelf binnen de kerk slechte ervaringen gehad in uw jeugd? En gelooft u nog?

‘Inmiddels geloof ik niet meer, maar ik ben katholiek opgevoed en ik heb mijn eerste communie gedaan. Het vreemde was dat door het maken van deze film opeens herinneringen terugkwamen. Zo was er in mijn jeugd een priester die altijd verstoppertje speelde met ons. Niet dat hij tijdens een van die gelegenheden iets met me heeft gedaan, maar het had gekúnd, hij had de mogelijkheid. Ik kan er duizelig van worden als ik erover nadenk hoe makkelijk het moet zijn geweest – en nog steeds is – om in die positie kinderen aan te raken. En hoe iemands leven zo compleet kan ontsporen als hem zoiets overkomt.’

Vrouwenregisseur?

Als er dan toch een etiket op veelfilmer François Ozon moet worden geplakt, dan maar dat van ‘vrouwenregisseur’: zijn films hebben vaak sterke vrouwen in de hoofdrol. Juist de wil om nu eens iets anders te doen, bracht hem op het pad van La Parole Libérée, de vereniging van slachtoffers van seksueel misbruik in Lyon. ‘Dit keer wilde ik een film maken over mannen die hun emoties en gevoel uitdrukken’, vertelde Ozon tijdens de persconferentie op het Filmfestival van Berlijn. ‘In films is emotie vaak het terrein van vrouwen en actie dat van mannen. Dat wilde ik nu eens op zijn kop zetten.’

Grâce à Dieu is een rijkgeschakeerd monument voor misbruikslachtoffers ★★★★☆

François Ozon opent met Grâce à Dieu de frontale aanval op de ‘katholieke omerta’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden