Foute types die hun slag slaan

Wie Anna Politkovskaja's Poetins Rusland uit heeft, weet zeker dat het op geen enkele andere manier gegaan is.

Een boek dat aankomt als een klap in het gezicht, schreef The Independent over de Engelse versie ervan: Putin's Russia. Het is het verslag van het eindstadium van een mislukt democratisch experiment, waarin de macht in handen is gevallen van een zowel van scrupules als visie gespeend KGB-segment - geschreven door een van de laatste Russische journalisten die bereid zijn alles te riskeren om smerigheden wereldkundig te maken.

Dat haar het werken in Rusland thans onmogelijk wordt gemaakt en een poging is gedaan ook haar te vergiftigen - Politkovskaja was toen op weg naar het gijzeldrama in Beslan -, wekt na lezing geen verbazing.

Politkovskaja schrijft over een medewerker van de tot 1999 legale Tsjetsjeense regering die zwaar wordt gemarteld ondanks het ontbreken van ieder bewijs tegen hem, over een Russische kolonel die ondanks het verkrachten en vermoorden van een minderjarige Tsjetsjeense vrijuit gaat, over een rijk geworden zakenvrouw die Poetin en het steekpenningen verslindende bureaucratische apparaat naar de mond praat om haar hachje te redden, over een half-ondervoede officier die ondanks zijn miserabele bestaan uit vaderlandsliefde de nucleaire onderzeeërvloot in het Russische Verre Oosten blijft bewaken, over een criminele Oeral-oligarch die bijna in de gevangenis belandt maar dankzij Poetins mannen vrijuit gaat, over nabestaanden van in Tsjetsjenië omgekomen soldaten die door het regime worden vernederd en beledigd. Kortom: hoe steeds weer de verkeerde lieden hun slag slaan en de rest kan barsten.

Politkovskaja vervloekt het gebrek aan westerse kritiek op Poetin en het klimaat na 11 september 2001 waar deze zo sterk van profiteert. 'En jullie maar Al-Qa'ida voor en Al-Qa'ida na. . . Een vervloekte slogan, als het allergemakkelijkste waarop je de verantwoordelijkheid voor een reeks bloedige tragedies kunt afschuiven.'

Wat aan Poetin voorafging, valt te lezen bij de Nederlandse historicus Elbert Toonen in De Russische tragedie onder Gorbatsjov en Jeltsin. Dit boek bevat weinig nieuws en is stilistisch niet volmaakt, maar biedt een compleet, redelijk doorwrocht en goed gedocumenteerd overzicht. Wat in retrospectief opvalt bij Gorbatsjov, is zijn gebrek aan een coherente visie. Toonen tekent hem als een politiek en intellectueel lichtgewicht, die nu eens dit en dan weer dat oppert, en steeds verrast wordt door de gevolgen.

De enige vorm van coherentie die in Gorbatsjovs gedachtegoed viel aan te treffen, althans dat tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991, was zijn weigering de marxistisch-leninistische basisprincipes ter discussie te stellen.

Gorbatsjovs wantrouwen tegen privé-bezit en het terugdraaien van de door Stalin gecollectiviseerde landbouw, wreekte zich toen onder Jeltsin jonge neo-liberale economen nogal roekeloos gingen hervormen. Vernieuwingen werden veel te snel en bovendien in de verkeerde volgorde doorgevoerd. Prijsliberaliseringen kwamen in de praktijk voor de boeren eigen grond hadden en eigendomsrechten wettelijk afdwingbaar waren. Toonen: '(Jeltsin) zette een stel jonge economen aan het werk die veel Amerikaanse boeken gelezen hadden. Ze gingen economisch-liberale ideeën toepassen op een post-communistische samenleving waar geen wetten bestonden over privé-bezit en faillissementen en waar geen werkloosheid heerste.' Het liberaliseren begon voor het privatiseren en het afbreken van monopolies. Aldus kwam het staatsbezit in handen van nomenklatoeristen en oligarchen tegen een paar procent van de werkelijke waarde.

Het resultaat was een sociale tragedie waarin lonen niet meer werden uitbetaald en particulieren al hun spaargeld verloren. Jeltsin ontdeed zich van de liberale economen, zocht zijn toevlucht tot de oligarchen (die hem in 1996 aan zijn herverkiezing hielpen) en hevelde eind jaren negentig vermoeid en uitgeblust zijn macht over aan KGB'ers: Primakov, Stepasjin en ten slotte Poetin.

Jeltsin draagt behalve de directe verantwoordelijk voor de komst van Poetin ook de indirecte voor wat deze vandaag de dag allemaal durft te doen. Jeltsin genoot in de jaren negentig krediet in het Westen vanwege zijn strijd tegen de communisten van Zjoeganov, maar bestreed die op een lompe, ondemocratische 'communistische manier' - pragmatische, in harde valuta geïnteresseerde nomenklatoeristen werden niet bestreden. Een daadwerkelijke toewijding aan de democratische rechtsstaat ontbrak, met als gevolg dat de aanzetten daartoe gemakkelijk door Poetin konden worden tenietgedaan.

'In de duizendjarige geschiedenis van Rusland hebben weinig bestuurders zoveel schade aan het land in zo'n korte tijd toegebracht als Boris Jeltsin', citeert Toonen de Russische schrijver Boris Kagarlitsky, zonder deze gelukkig gelijk te geven.

De grootste schade werd uiteraard toegebracht door Vladimir Ilitsj Lenin, bijna negentig jaar geleden de vernietiger van de imperfecte, maar niet geheel onbestaande tsaristische rechtsorde en de aanstichter van de massa-terreur, en zijn logische opvolger, Josef Stalin. Over het land waar Poetin's Rusland uit voorkomt, bericht Sergej Dovlatov (1941-1990) in zijn in 1995 postuum uitgekomen roman Het kamp - herinneringen van een bewaarder, thans bij M Bondi/Pegasus in het Nederlands verschenen.

In dit boek zijn ironische, absurdistische sketches van het kampleven verweven met brieven aan de Amerikaans-Russische uitgever Igor Markovitsj (Dovlatov emigreerde naar in 1978 naar de VS). Markovitsj publiceerde het manuscript, dat eerder door een reeks Amerikaanse uitgevers was afgewezen. Argumentatie: gevangenismemoires hebben we na Solzjenitsyn wel gehad. 'Solzjenitzyn was een gevangene, ik een bewaker', werpt Dovlatov tegen, die zijn dienstplicht vervulde als bewaker in een Sovjet-kamp. 'Volgens Solzjenitsyn is het kamp de hel. Ik daarentegen denk dat wijzelf de hel zijn. . .'

'De wereld was verschrikkelijk. Maar het leven ging door. Sterker nog, de gewone proporties van het leven waren er bewaard gebleven. De verhouding tussen goed en kwaad, verdriet en vreugde was onveranderd. (. . .) Er was een volkomen nieuwe schaal van in dit leven na te streven zegeningen ontstaan. Op deze schaal stonden extreem hoog aangeschreven: eten, warmte, de mogelijkheid werk te ontduiken. Het alledaagse werd waardevol. Het waardevolle irreëel.'

Bovenstaand citaat had een onderschrift kunnen zijn bij de foto's van Oleg Klimov (1964) in het prachtige Erfenis van een wereldrijk - Ondergang van de Sovjet-Unie, opkomst van Rusland. Het werd van een voorwoord voorzien door Hubert Smeets, die er tijdens zijn correspondentschap in Moskou in de vroege jaren negentig zorg voor droeg dat Klimov de vaste Rusland-fotograaf werd van NRC Handelsblad.

Erfenis van een wereldrijk bevat een selectie van de vreemdste, extreemste en ontroerendste foto's uit Klimovs oeuvre van 1988 tot het begin van de 21ste eeuw. De wrede, wonderlijke wereld van de post-communistische transitie is hier door een natuurtalent in beeld gebracht - voor liefhebbers van het gebied een verplichte aanschaf.

Anna Politkovskaja: Poetins Rusland. Vertaald uit het Engels en Russisch door Arie van der Ent. De Geus; 320 pagina's; ¿ 15,90. ISBN 90 445 0748 6.

Elbert Toonen: De Russische tragedie onder Gorbatsjov en Jeltsin. Aspekt; 180 pagina's; ¿ 16,95. ISBN 90 5911 320 9.

Sergej Dovlatov: Het kamp - herinneringen van een bewaarder. Vertaald uit het Russisch door Aai Prins. M Bondi/Pegasus; 164 pagina's; ¿ 16,80. ISBN 90 6143 303 7.

Oleg Klimov (fotografie), Hubert Smeets (tekst): Erfenis van een wereldrijk - Ondergang van de Sovjet-Unie, opkomst van Rusland. Mets en Schilt; 160 pagina's; ¿ 50,-. ISBN 90 5330 421 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden