Beschouwing Fotografie

Fotografen vinden de karakters achter het kind-zijn in wonderschone portretten Futures Past & Present

Zira Berg, Document Nederland: Kinderen van Zeven, Portraits of Seven-year-olds, 1997–1999. Beeld Celine van Balen

Een kind door de ogen van Céline van Balen of Esther Kroon is geen onbeschreven blad waarop je van alles en nog wat kunt projecteren. Het is een mens. In Huis Marseille is te zien dat het portretteren van kinderen een bijzonder talent vereist.

Niet alleen foto’s kunnen de blik doen draaien; ook dat wat eraan voorafgaat, het fotograferen zelf dus, kan een openbaring bewerkstelligen. In 1999 hield de destijds 33-jarige fotograaf Céline van Balen een ‘Hollands Dagboek’ bij voor NRC Handelsblad. ‘Ik ben tot de ontdekking gekomen dat kinderen wel degelijk een eigen karakter hebben’, schreef ze aan het eind van dat dagboek. ‘Het zit alleen verstopt onder het kind-zijn.’ En dat terwijl ze twee jaar eerder nog noteerde: ‘Ik heb nooit eerder kinderen gefotografeerd. Ik zag ze niet, ik keek niet naar ze. Ik vond ze eigenlijk niet interessant.’ Wat was er in de tussentijd gebeurd?

Smog en verpaupering

Op de tentoonstelling Futures Past & Present in Huis Marseille in Amsterdam is ook het werk van de Duitse fotograaf Helga Paris (1938) te zien, die in West-Europa lang onbekend bleef. In de jaren zeventig en tachtig bracht zij het dagelijks leven in Oost-Duitsland in beeld: vervallen winkels, verpauperde straten, vergezichten in de smog, getekende voorbijgangers. Haar mooiste foto? Zonder twijfel het kraakheldere portret van Ramona, een ouderwets ogend meisje uit Berlijn, 1982. Ze zag eruit ‘als een kind van direct na de oorlog,’ vertelt Paris in een interview voor De Groene Amsterdammer, ‘zo eerlijk en bescheiden’.

De tussentijd – die hangt nu aan een muur in fotografiemuseum Huis Marseille in Amsterdam: zestien wonderschone portretten, in kleur en zwart-wit, van Nederlandse kinderen die in 1999 7 jaar oud waren. In totaal maakte Van Balen er 28, voor Document Nederland, een foto-opdracht van het Amsterdamse Rijksmuseum en NRC.

Portret van / Portrait of Chima Ekeocha, 1997-1999. Beeld Celine van Balen

De serie is onderdeel van de tentoonstelling Futures Past & Present, een presentatie van het werk van Céline van Balen, Julie Greve, Esther Kroon en Helga Paris (zie boven). Deze vier fotografen werden om ietwat onduidelijke redenen samengebracht (vanwege hun geslacht, hun empathische manier van werken, hun levensloop? De begeleidende teksten zijn vaag), maar daar ga ik even aan voorbij. De kinderportretten van Céline van Balen uit het eind van de jaren negentig en die van Esther Kroon van een decennium daarvoor: wat was het fijn om díé weer eens te zien - en je er opnieuw door te laten omverblazen.

Het integer vastleggen van jonge kinderen is een talent dat niet iedere fotograaf is gegeven. Kinderen op foto’s dienen vaak als metaforen. Ze zijn slachtoffer van door volwassenen gecreëerde chaos, ze symboliseren onschuld (opvallende ogen, anachronistische kleding, bloemen en dieren op de achtergrond) of ze zijn juist de boodschappers van onheil. Of ze zijn gewoon totaal onbelangrijk. Op de foto’s van Van Balen en Kroon, beiden met een bescheiden oeuvre (Van Balen stopte in 2004 op haar 37ste met fotograferen, Kroon werd in 1992 op 25-jarige leeftijd bij een roofoveral in Guatemala vermoord), is dat anders.

Gaasperplas, Amsterdam, 1989. Beeld Esther Kroon

Hoewel ze op verschillende manieren te werk gingen, namen de twee jonge fotografen hun modelletjes uiterst serieus. Voor haar serie Kinderen in de grote stad zakte Kroon letterlijk door haar knieën om spelende kinderen vast te leggen die ze vond in de minder gefortuneerde buurten van Amsterdam. Op haar zwart-witfoto’s baden ze als kleine reuzen in haar felle flitslicht. Kwetsbaar zijn ze, maar dápper kwetsbaar. Ze ogen onbevreesd, niet omdat ze geen angst zouden kennen, maar omdat ze de schijn niet lijken op te houden. Deze kinderen zijn personen, geen onbeschreven blad waarop je van alles en nog wat kunt projecteren. Om dat voor elkaar te krijgen, moet je als fotograaf van goeden huize komen.

Cruquiusweg, Amsterdam, 1989. Beeld Esther Kroon

Van Balen vond haar kinderen eveneens op straat, maar ook op scholen en in asielzoekerscentra. Sommigen van hen kende ze, zoals haar 7-jarige buurjongetje Oswald dat op de foto staat met een accordeon, maar de meesten waren haar onbekend. En terwijl ze urenlang bezig was, eerst met de voorbereidingen (het zoeken naar het juiste gezichtje, het praten en de ander op zijn of haar gemak stellen) en daarna met het geconcentreerd fotograferen (met een grote technische camera die al bijna een halve minuut deed over scherpstellen en afdrukken), veranderde haar blik.

De foto’s die Van Balen toen maakte, zijn de producten van aandacht en toewijding. Via de lens van haar camera kreeg ze oog voor kinderen en ontdekte ze wie ze eigenlijk waren: volwaardige, serieuze, gevoelige mensen. Alleen wat kleiner dan volwassenen.

Futures Past & Present – Céline van Balen, Julie Greve, Esther Kroon, Helga Paris. T/m 2/6 in Huis Marseille, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.