Fotografe wilde het liefst Française worden

Fotografe Gisèle Freund overleed vrijdagochtend op 91-jarige leeftijd aan een hartstilstand in een ziekenhuis in Parijs. Ze maakte naam met portretten van schrijvers....

HET duurde lang voordat Freund rust vond in haar leven. Ze werd in 1908 in Berlijn geboren en studeerde in Frankfurt. Ze vluchtte in 1933 als anti-fascistische actievoerster naar Parijs. Daar liet ze zich opzuigen in het artistieke leven waarin James Joyce, Ernest Hemingway, Colette, Jean Cocteau, André Malraux en vele anderen rondwaarden. Ze studeerde af aan de Sorbonne in sociologie.

De Duitse verovering van Parijs wachtte ze niet af. Ze vluchtte via Zuid-Frankrijk naar Argentinië. De vrijpostige manier waarop ze in 1950 voor het blad Life Evita Perón portretteerde, leidde tot een diplomatieke rel tussen Argentinië en de Verenigde Staten.

Ze keerde terug naar Frankrijk waar ze pas in 1981 een Frans paspoort kreeg - en een staatsieportret mocht maken van president Mitterrand. Freund: 'Mijn hele leven is het mijn grootste probleem geweest om geaccepteerd te worden als Française. Een ware tragedie, een obsessie. Ik heb er vreselijk onder geleden. Ik had zo graag helemaal Frans willen zijn. Maar hoe vaak vroegen ze niet aan me: dus u bent de kleindochter van Sigmund Freud?'

Freund liep voorop in de kleurenfotografie. Al in 1938 maakte ze portretten in kleur, waaronder beroemde van Virginia Woolf en James Joyce. Omdat ze het zelf interessant vond, want bladen konden de foto's nog niet afdrukken.

Ze was goed als fotografe, maar niet bijzonder goed. Ze was belangrijk als portrettiste van schrijvers. En ze was belangrijk als theoretica. In 1974 publiceerde ze Photographie et société, een van de eerste boeken met beschouwingen over fotografie, kunst, samenleving en fotojournalistiek.

Gezien het milieu waarin ze verkeerde was het niet gek dat ze na de oorlog voor Life ging werken en aan het fotobureau Magnum verbonden raakte. Echt deel van de familie werd ze bij die laatste groep niet. De contacten bleven beperkt tot een kort zakelijk verband. De vereiste persoonlijke, politieke en professionele band met Magnum-oprichters Robert Capa, Henri Cartier-Bresson, Chim en George Rodger bloeide daarvoor te weinig op.

Zeker in twee gevallen kregen schrijvers de van hen gemaakte portretten niet onder ogen. Een kleurenfoto uit 1939 van James Joyce, mager en ziek. Freund: 'Het portret was te onthullend en te tragisch, ik wilde hem niet van streek brengen.'

Dat jaar fotografeerde Freund in Londen het profetische gelaat van George Bernard Shaw. Aldoor benadrukte hij dat zijn baard goed in beeld moest. Helaas viel de stroom uit en kon ze slechts gebruik maken van het licht van de volle maan. Ze vertelde dat het portret wel kon lukken als Shaw maar drie minuten kon blijven stilzitten.

'Niets is onmogelijk voor me, jongedame. Maak uw foto', zei Shaw. Die was na tien tellen al gemaakt maar Freund bleef drie minuten stil. 'Ik hoop maar dat u mijn baard er niet van heeft afgesneden.' Na het ontwikkelen van de film bleek dat wel het geval, de baard was er voor de helft af. Freund durfde Shaw nooit een afdruk te sturen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden