Beeldende KunstWright Morris – The Home Place

Fotograaf Wright Morris wist op nauwgezette wijze een verdwijnende wereld in beeld te brengen

Het Amsterdamse fotomuseum Foam toont Morris’ kleine fotografische oeuvre over het Amerikaanse platteland in de crisisjaren. 

The Home Place, Norfolk, Nebraska (1947).Beeld Estate of Wright Morris

De bezoeker die zich in het Amsterdamse fotomuseum Foam langs de foto’s van Wright Morris beweegt, neemt al snel de stilte van de beelden over. Morris fotografeerde met een zorgvuldigheid die aan catalogiseren doet denken; het zijn verweerde, versleten – tot op de draad soms – interieurs en huiselijke stillevens. En als hij buiten was, ging zijn voorkeur uit naar façades, het liefst recht van voren vastgelegd. We zien alle sporen van de mensen die hier wonen, behalve de mensen zelf. Morris werd weleens aangesproken over de leegte van zijn beelden. Hij zag het zo, in zijn eigen woorden: ‘De aanwezigheid van mensen in de huizen en schuren werd versterkt door hun afwezigheid op de foto’s’. Dus maakte hij een foto van een kapstok met twee stukgedragen, versleten jasjes en een oude pet, vastgelegd in ‘Ed’s Place’ in Norfolk, Nebraska, in 1947. Beschouw het maar als een portret van Ed, zonder Ed.

De Amerikaan Wright Morris neemt een bijzondere plek in de fotogeschiedenis in, al was het maar omdat hij toch vooral een schrijver was, die in de periode 1938-1947 ook fotografeerde, als onderdeel van een uniek literair-fotografisch experiment waarin hij de literatuur wilde vernieuwen door er foto’s aan toe te voegen. Het leverde binnen een oeuvre van ruim dertig boeken twee beeldromans op: The Inhabitants (1946) en The Home Place (1948). De boeken verkochten slecht en Morris ging zich volledig aan de literatuur wijden, mogelijk op aandringen van zijn uitgever.

De schrijver Morris heeft genoeg prijzen gewonnen in zijn tijd, maar hij is in het verhaal van de Amerikaanse letteren een beetje aan de schaduwkant terechtgekomen. The New York Times publiceerde vorig jaar nog een groot stuk met de titel ‘In Praise of Wright Morris’, dat vooral was bedoeld om zijn bijzondere literaire nalatenschap opnieuw onder de aandacht te brengen. 

Maar dat kleine fotografische oeuvre over het Amerikaanse platteland in de crisisjaren heeft in de fotowereld inmiddels een prominente plaats verworven. De tentoonstelling van Foam is overgenomen van de Franse Fondation Henri Cartier-Bresson, die ook de prachtige catalogus heeft verzorgd. De precieze manier waarop een verdwijnende wereld – de wereld waarin Morris was opgegroeid – in kaart wordt gebracht doet misschien in eerste instantie denken aan het werk van crisisfotografen als Walker Evans, of zelfs, in de manier waarop hij gebouwen frontaal fotografeert, aan de Duitse Nieuwe Zakelijkheid van Bernd en Hilla Becher. 

Maar Morris is geen reportagefotograaf of een formalist – hij legt de wereld vast zoals hij die zich herinnert of wil herinneren. ‘Ik vind het geweldig zoals het voorwerp daar staat, onontkoombaar, onmiskenbaar zichtbaar.’ En dat gold voor de graansilo, een stoel in een slaapkamer, een messenla of een T-Ford geparkeerd voor een schuur.

‘Gano’ Grain Elevator, Kinsley, Kansas (1940).Beeld Estate of Wright Morris

Ergens in 1947 loopt Morris de Cahow Barbershop aan de Main Street in Chapman, Nebraska binnen. Chapman is niet veel meer dan die Main Street, maar voor Morris heeft deze plek een bijzondere betekenis. In de kapperszaak hebben zijn ouders elkaar ontmoet. Zijn vader, William Henry Morris, liep hier in het eerste decennium van de eeuw langs en zag voor het eerst Grace Osborn, zijn moeder. 

Als Morris met zijn camera arriveert, is de zaak al 45 jaar in handen van eigenaar Luther Cahow. De fotograaf zet zijn camera op en begint nauwgezet het interieur, waaraan al die jaren niets is veranderd, vast te leggen. We zien een glimp van hem in de kappersspiegel. De zware leren kappersstoel, van verschillende kanten. De houten banken waar de klanten (en zijn moeder) al die jaren hebben gewacht, de kalenders aan de muur, een kopje waar een scheerkwast uitsteekt. Morris moet hebben gedacht dat hij nog maar even had om de wereld van de hoogbejaarde kapper vast te leggen – en helemaal ongelijk had hij niet. Cahow verkocht de zaak twee jaar later. We hebben de foto’s nog.

Maar dan gebeurt er iets wonderbaarlijks. Ruim een halve eeuw later ontfermt de lokale Lone Tree Literary Society, die het erfgoed van schrijver en fotograaf Wright Morris wil behouden, zich over de kapperszaak – beroemd van de foto’s immers. Het interieur, inclusief de kappersstoel en de houten banken en de wastafel, komt terecht in het Merrick County Museum in het nabije Central City. En het pand uit 1889 wordt opgeknapt en op de National Register of Historic Places gezet, en dat betekent dat het aan Main Street blijft staan als monument.

Maar dat kon Wright Morris allemaal niet weten, toen hij daar in 1947 naar binnen liep om een kapperszaak voor de eeuwigheid vast te leggen.

Wright Morris – The Home Place, t/m 5/4, Foam Amsterdam.

Tombstone, Arizona, (1940).Beeld Estate of Wright Morris

Wright Morris en Nebraska

Wright Morris (1910-1998) werd geboren in Central City, Nebraska. Zijn moeder overleed toen hij 6 jaar oud was. In 1919 verliet de familie Nebraska, hoewel Morris later zou terugkeren voor zomers op een boerderij van een oom in Norfolk, Nebraska. De staat waarin hij zijn jonge jaren doorbracht zou steeds terugkeren in zijn fotografische werk. In 1942 publiceerde hij zijn eerste roman (My Uncle Dudley). Voor twee van zijn romans, The Field of Vision en Plains Song, ontving hij de National Book Award.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden