Fotograaf Willem Poelstra over het laatste project van zijn leven

Hij zag veel van de wereld voor hij begon met fotograferen. Maar die foto's worden wel Willem Poelstra's nalatenschap - hij heeft niet zo lang meer. Ze verbeelden wat mensen ondanks de felste conflicten bindt.

Willem Poelstra. Beeld Erik Smits

Als documentair fotograaf Willem Poelstra (61) in mei 2015 hoort dat de kanker is teruggekomen, drinkt hij twee maanden lang koffie met vrienden. Dan is hij klaar met nietsdoen. De arts geeft hem nog een jaar en die tijd wil hij goed gebruiken. Drie dingen wil hij nog in gang zetten. Een expositie in Kosovo, het land waar hij vijf jaar lang de gevolgen van de oorlog heeft gefotografeerd voor zijn project For Hanna, Future Stories from the Past. Een boek over hetzelfde project is het tweede. En ten slotte moet er een stichting worden opgericht die niet alleen zijn werk gaat beheren, maar ook zal dienen als een fonds voor documentair fotografen die werken zoals hij: vanuit hun persoonlijke betrokkenheid.

Nu, twee jaar later, zijn alle 'harde deadlines', zoals hij ze noemt, voorbij. De tentoonstelling was in oktober vorig jaar te zien op het plein voor het parlementsgebouw in Pristina, de hoofdstad van Kosovo. Het boek is klaar, de stichting opgericht. Binnenkort stort hij er 'een aanzienlijk bedrag in', zodat het bestuur van start kan. In zijn loft in de Amsterdamse Pijp zegt de tweevoudig Zilveren Camerawinnaar: 'Ja, en nu? Nu zakt de adrenaline weg en komt er weer ruimte voor dat realistische stukje: dat ik ziek ben.'

Hoe gaat het?

'Psychisch is het lastig. Omdat de mensen om me heen zeggen: je ziet er goed uit, en omdat ze zien dat ik actief ben, voel ik een constante druk bezig te blijven. Maar de realiteit is: sinds twee weken is de knobbel, hier achter mijn oksel, weer groter geworden. Mijn laatste chemo, die acht maanden duurde, was in januari voorbij. Ik kijk niet uit naar de volgende.'

Op tafel liggen de drukproeven van het boek For Hanna, Future Stories from the Past. Het is zijn laatste grote project; zijn ziekte is de fase ingegaan van pijnbestrijding.

Hanna is zijn moeder, die in 2003 stierf met een geheim. Maar voor we daarover komen te spreken, vertelt Poelstra over het leven dat hij had voor hij fotograaf werd. Een avonturenroman: drie keer van de middelbare school geschopt, als 18-jarige op de grote vaart mee. Eerst als dekjongen, plees schoonmaken. Daarna als matroos. Via de grote vaart kwam hij als 21-jarige bij Smit Tak terecht, dat wereldwijd scheepswrakken bergt. Hij werd er diepzeeduiker. Spannend leven, harde mannenwereld, zwaar werk, de hele wereld over. Hij maakte carrière, werd als operationeel manager verantwoordelijk voor miljoenenopdrachten. Daarna ging hij de offshore in, waar hij grote projecten begeleidde. 'Het was een wereld van niet lullen, grote collegialiteit en geen rotzooi maken voor een ander. Elke minuut kost een hoop geld. Ik vond het geweldig om te doen, maar ik werd ouder, zat veel in hotels in het buitenland en wilde niet zo'n man worden die op zijn 50ste in de hotelbar naar meisjes van 20 zat te kijken. Dus toen een vriend uit de reclamewereld me vroeg of ik interesse had in een overstap, heb ik ja gezegd.'

In 2000 valt de man die in oceanen tot honderd meter diepte scheepswrakken opblies, bij het ophangen van een plantje, van zijn balkon. Ambulancebroeders rapen hem op in de tuin. Zijn ruggewervel is op drie plekken gebroken. Een jaar lang ligt hij in bed haaienfilms te kijken, hij komt in de WAO terecht. Op een avond ziet hij een documentaire over de Indiase fotograaf Raghu Rai, en zegt daags erna tegen de UWV-ambtenaar: ik wil me laten omscholen tot fotograaf. Vijf jaar later, op zijn 49ste, heeft hij zijn eerste diploma op zak.

CV

1956 Geboren in Nijmegen
1974 Gaat varen
1977 Begint als diepzeeduiker bij bergings maatschappij Smit Tak
1988 Operational manager in de offshore
1993 Overstap naar reclamewereld
2002-2005 Fotoacademie Amsterdam
2006 Zilveren Camera voor serie 112 Ambulance, en serie Streets of Europe, straatcultuur in opdracht van Amsterdamse Streetlab
2010 Zilveren Camera voor serie over Haagse Vogelaarwijk Zuidwest
2012-2017 Future Stories from the Past, tentoongesteld tijdens Breda Photo (2012), in het Nutshuis in Den Haag (2013) en in Pristina, Kosovo (2016).

Waarom koos u voor de documentaire fotografie?

'Omdat je er je eigen onderwerpen in kunt kiezen en niet in opdracht werkt. Ik ben afgestudeerd met een serie over de Amsterdamse ambulance, omdat ik tijdens de opleiding merkte: als ik onderwerpen neem waarbij ik persoonlijk betrokken ben, presteer ik het best. Dan zit er iets van mij in, dan sta ik er achter.'

De ambulance, werkers in de offshore, steden in Europa waar hij ooit was en waar het schuurt: in vijf, zes jaar maakte Poelstra een aantal langdurige fotoprojecten. 'Ik hou ervan in onderwerpen te duiken, dingen uit te zoeken waarvan ik nog niet alles weet.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Beeld Erik Smits

Zijn foto's zijn rauw, eerlijk en direct. Niet sentimenteel en altijd gemaakt vanuit respect voor de gefotografeerde. Trekt een vrouw in Den Haag Zuid-West, met een glaasje op, haar T-shirt omhoog tot haar borst ontbloot is, gaat hij naderhand langs om nog eens extra toestemming te vragen om die foto te plaatsen. Komt hij met de ambulance in een huis waar de sfeer explosief is, fotografeert hij niet, om niemand in gevaar te brengen, maar ook om zijn positie niet kwijt te raken.

'Maak je foto niet groter dan het verhaal dat je wilt vertellen' - nog zo'n typische Poelstranorm. 'In Den Haag moest ik voor de woningcorporatie het leven in Den Haag Zuid-West in beeld brengen. Dan koop ik een kaart, zet met een viltstift een lijn om de wijk en zet er ook geen stap buiten.'

Een nieuwe turbulente periode in zijn leven begint na de dood van zijn vader in 2011. Bij het opruimen van zijn ouderlijk huis vindt hij een doos. 'Voor Willem' staat erop.

In de doos zitten twee stamboomboeken van zijn moeders Joodse familie, wat documenten uit de tijd dat zijn vader als jonge ingenieur in Duitsland werkte en een Nederlandse vertaling van Hitlers Mein Kampf.

Dan kun je een no-nonsense Rotterdammer zijn, die vondst zet zijn leven toch op zijn kop. 'Ik wist dat mijn moeder Joods was en dat mijn vader tijdens de Tweede Wereldoorlog in Berlijn had gewerkt. Dat ze elkaar na de oorlog in Amsterdam hadden ontmoet, verliefd waren geworden en tegen de adviezen van familie en vrienden in waren getrouwd. Ze hadden vijftig jaar een gelukkig huwelijk. Maar toen ik met de stamboomboeken naar Kamp Westerbork ging, bleek daar dat er van de 92 familieleden in de boeken 65 in Auschwitz en Sobibor waren vermoord.'

Dat wist u niet?

'Mijn moeder heeft er nooit over gesproken. Ze heeft verteld dat ze als tiener ondergedoken had gezeten - dat was alles.'

En uw vader?

'Uit de papieren van mijn vader bleek dat hij veel langer in Berlijn had gewerkt dan ik wist. Hij is pas in het voorjaar van '45 voor de Russen gevlucht. Hij werkte bij een bedrijf dat locomotieven bouwde voor de treinen die Joden naar de concentratiekampen vervoerden.'

Kende u hem als iemand die vroeger met de nazi's kon hebben gesympathiseerd?

'Helemaal niet. Zíjn vader was communist, treinmachinist, hij heeft flink moeten sparen om mijn vader te laten studeren. Ik heb het hem niet meer kunnen vragen, maar ik denk dat hij een baan in Duitsland accepteerde, omdat het zijn kans was geld te verdienen en zijn vader moreel terug te betalen.'

Wat doet het met jou, Willem?, vroeg een bevriende psycholoog nadat Poelstra haar over de doos had verteld. 'Ik antwoordde dat ik een beetje teleurgesteld was. In ons gezin was niks taboe, elk onderwerp was bespreekbaar. Maar het belangrijkste wat er in hun leven was gebeurd, hebben ze verzwegen.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Een 'ultra' in Mitrovica, Kosovo, maakt het adelaarsteken tijdens de eerste FIFA-interland in 2014. De rode Albanese vlag met de zwarte adelaar was op dat moment verboden. Beeld Willem Poelstra

U heeft het verhaal van uw ouders gebruikt als uitgangspunt voor een fotoserie in Kosovo. Wat bracht u juist daar?

'We zeggen over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust altijd: dit nooit weer. Maar toen ik het spoor van mijn ouders en van mijn moeders familie terug volgde, naar Berlijn, Auschwitz, Theresienstadt, Mauthausen en al die Holocaustmonumenten zag, dacht ik: dit nooit weer? Het gebeurt nog steeds. Oorlog, etnische zuiveringen. Toevallig kwam ik vlak daarna de curator van Breda Photo tegen, Geert van Eijck. Hij was bezig met het fotofestival van 2012, ze wilden drie fotografen een opdracht geven om nieuw werk te maken en ik was er een van. Ik heb toen gezegd: ik wil iets doen met mijn ouders. Met het feit dat ze scherpe tegenstellingen hebben overwonnen. Maar ik ga niet, wat in die tijd een trend was, oude fotootjes gebruiken. Ik neem het verhaal van mijn ouders als basis, en ga kijken hoe, in een land waar oorlog is geweest, mensen die tegenover elkaar staan omgaan met hun trauma's. Kosovo lag het meest voor de hand: het was de oorlog in voormalig Joegoslavië die ik op televisie het best had gevolgd, ik had er veel met mijn vader over gepraat. De zoon van Geert van Eijck, een historicus, ging net voor een half jaar naar Kosovo. Hij had kennis die ik niet had, ik kon bij hem aanhaken.'

Wat wilde u in Kosovo vastleggen?

'In eerste instantie gemengde koppels als mijn ouders. Kosovo is nu onafhankelijk, maar was tot 1999 een autonome provincie van Servië. 95 procent van de bevolking is Albanees, maar een paar procent is Servisch. Die bevolkingsgroepen staan nog steeds tegenover elkaar. Mijn eerste reis, in januari 2012, had ik toch niet goed genoeg voorbereid. Na drie weken ging ik terug naar huis met één portret, een aantal foto's van kapotgeschoten en verlaten huizen en een paar van een demonstratie waarbij met traangas werd gespoten en met stenen werd gegooid. Het was me nog niet gelukt om bij mensen binnen te komen.'

Hij is nog niet terug in Amsterdam of hij wordt ziek. Na twee maanden hoort hij de diagnose: borstkanker. Aan de arts die hem zal opereren, vraagt hij of hij eerst nog naar Kosovo kan. 'Ik had te weinig foto's voor de tentoonstelling in Breda, die tweede reis van zes weken was al gepland. Vrienden zeiden in die tijd: 'Willem benadert zijn ziekte als een project.' Goed plannen, afmaken waar je aan begonnen bent. Ik kan niet ontkennen dat ik voor een groot deel ben gevormd in de tijd dat ik voor Smit Tak werkte. Daar gold: je komt het water niet uit voor het werk af is. En je gaat niet lopen zeiken. Ik ben afgereisd naar Kosovo, ben in juni 2012 geopereerd en heb daarna, in de weken dat ik werd bestraald, keihard gewerkt om het analoge materiaal klaar te krijgen voor de tentoonstelling.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Jorgovanka Popovic verloor haar kind in 2004, toen het conflict tusen Albanezen en Serviërs in Kosovo weer oplaaide. Beeld Willem Poelstra

Acht keer gaat hij na die eerste reis terug naar Kosovo. Hij fotografeert koppels zoals Bojan en Eda, hij Servisch, zij Albanees, die zeggen: 'Our future is outside the Balkans.' Hij fotografeert slachtoffers als de jonge vrouw Ibadete, 13 jaar oud als ze in juni 1999, net na de NAVO-bombardementen die een einde maken aan de oorlog, in de tuin een emmer wil pakken. Het is een boobytrap, ze verliest beide benen. Hij fotografeert begraafplaatsen, demonstraties, plekken waar massa-executies hebben plaatsgevonden. Drugsverslaafden en prostituees. Jonge mannen en vrouwen die nooit zo gelovig waren, maar nu in de islam de redding voor Kosovo zien. Nog meer verlaten huizen, als karkassen in het landschap. Hij fotografeert voormalig strijders van het Kosovaars Bevrijdingsleger die zeggen: we hebben niet zo hard gevochten om het land te verliezen aan de islam.

In het voorjaar van 2016, na zijn eerste chemokuur, reist hij een laatste keer af, om samen met Guido van Eijck de verhalen van de geportretteerden op te tekenen voor het boek. Zo veel wat indruk op hem heeft gemaakt, zegt Poelstra, maar hij wil hier zijn ontmoeting met Jorgovanka Popovic noemen. Haar zoon Dimitrije werd in 2004 voor een fastfoodrestaurant doodgeschoten door twee Albanese jongens. 'Twaalf jaar later was ze nog steeds in het zwart gekleed. Ik vroeg haar of dat betekende dat ze nog steeds in de rouw was. Ja, zei ze, ze kon niet aan zijn dood ontsnappen. In een prieeltje in het dorp werd nog steeds een kaars voor haar zoon gebrand, elk jaar werd er, ter nagedachtenis, een voetbalwedstrijd voor hem georganiseerd. Maar nu, twaalf jaar later, had ze één ding aangepast in haar kleding. Ze droeg een grijs sjaaltje. Ik vind het zó schrijnend dat dat dan de stap is die je na twaalf jaar zet.'

Heeft het project in Kosovo het beeld dat u van uw ouders had veranderd?

'Ik begrijp hun motivatie om over hun verleden te zwijgen beter. Ik ben naar Kosovo gegaan om gemengde koppels te fotograferen, maar heb er uiteindelijk maar weinig voor de camera gekregen. De meesten durven niet in de openbaarheid te treden. Ik heb een Servische lerares in Noord-Kosovo gesproken, haar dochter had verkering met een Albanees. De omgeving zei tegen haar: je mag geen les meer geven. Want als je zelfs je eigen kind niet in de hand hebt, hoe kunnen we je dan vertrouwen met je leerlingen?

'Kijk, ik vind het jammer dat mijn ouders nooit hebben gesproken over hun verleden. Waarschijnlijk hebben ze gedacht: we gaan niks oprakelen, we veranderen er de geschiedenis toch niet mee. Het is het verschil tussen in je trauma blijven hangen, of verwerken en doorgaan met leven.'

Tekst gaat verder onder de foto.

In Kosovo staan verlaten huizen als monumenten in het land. Beeld Willem Poelstra

Uw boek, las ik, moest ook een boek over hoop worden. Is die er voor Kosovo?

'In de gemengde koppels zie ik hoop. In de gewone mensen, van wie de meesten geen oorlog willen. Nooit hebben gewild. Maar er zijn altijd weer politici en fanatieke idioten die eeuwenoude conflicten levend houden en het vuur van de opstand aanwakkeren. Ik snap daar niks van. Wij zeggen toch ook niet tegen de Belgen: we willen jullie land terug, want vroeger hoorden jullie bij ons?'

Een kleine vijfhonderd pagina's telt For Hanna, Future Stories from the Past. Poelstra heeft het boek met een team gemaakt. 'Ik had nooit gedacht dat ik tot het einde heb kunnen mee beslissen hoe het boek er zou gaan uitzien. Ik plak morfinepleisters tegen de pijn, maar de laatste weken ben ik er zuinig mee geweest. Ik wilde helder blijven, en kritisch.'

Future Stories from the Past

Bij zijn afscheid als bestuurslid van auteursrechtenorganisatie Pictoright kreeg Willem Poelstra een stichting cadeau. Vrienden met wie hij aan het project heeft gewerkt, vormen het bestuur. De stichting beheert Poelstra's werk uit Kosovo en geeft documentair fotografen opdrachten voor projecten die te maken hebben met conflict. Binnenkort zal de stichting om inzendingen vragen. 'Ik weet niet of ik die nog ga beoordelen. Het bestuur moet mijn taken langzamerhand gaan overnemen.'

Heeft u er ook een monument voor uzelf mee willen oprichten?

'Dat was niet de aanleiding voor het boek. Ik had de mensen in Kosovo beloofd hun verhaal te vertellen. En de vrienden met wie ik het boek heb gemaakt, wilde ik iets tastbaars geven.'

Dan zegt Willem Poelstra ineens: 'Heb je het grapje gezien, op de laatste pagina's van het boek?'

Hij pakt het erbij. 'From Willem' staat er op de voorlaatste bladzijde. Daarnaast een foto van een dode zwarte merel, 'de blackbird van Kosovo, een verwijzing naar het Merelveld waar altijd is gevochten'. Hij vond hem in Kosovo toen het 15 graden vroor. 'Ik liep 's nachts naar mijn hotel, flikkerde dat beest uit een boom, zo voor mijn neus. Ik nam hem mee, legde hem in de auto, om hem de dag erna te kunnen fotograferen.'

Natuurlijk is hij die vogel, straks. Het is een cynisch grapje. Regina Geerts, zijn vormgever en ex-vriendin, reageerde er op door op dezelfde plek op de laatste pagina een zwarte rechthoek te plaatsen. Het zwarte gat waarin hij valt als een langdurig project eindelijk af is, is dit keer voor Willem Poelstra zwarter dan ooit.

For Hanna, Future Stories from the Past, euro 59,95, photoq.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden