Kunstwerk van de week

Fotograaf Roger Ballen weet hoe je een gecalculeerd schokeffect krijgt

Wekelijks bespreken we een kunstwerk dat nú om aandacht vraagt. Deze week: Eugene on the Phone van Roger Ballen.

Roger Ballen, Eugene on the Phone (2000). Beeld Natascha Libbert
Roger Ballen, Eugene on the Phone (2000).Beeld Natascha Libbert

Er is weer geen normaal mens op te bekennen, zou Gerard Reve zeggen over het foto-oeuvre van Roger Ballen. De geboren Amerikaan die al bijna veertig jaar in Zuid-Afrika woont, fotografeert al decennia het rauwe leven van drop-outs. In een herkenbare stijl die door hemzelf graag als ‘Ballenesque’ wordt aangehaald. Want ja, je moet je eigen handelswaarde wel kennen, niet?

Nu weet Ballen inderdaad goed hoe je een gecalculeerd ‘shock and awe’-effect moet krijgen. Vaste ingrediënten: ratten, slangen, wilde katten, fladderende vogels, outcasts met rotte tanden en grimmige koppen, kapot speelgoed, vuile muren. Succes gegarandeerd. Hij doet het al jaren.

Ballens aandacht voor deze community van financieel en mentaal gehavende, grotendeels witte personages hangt samen met de machtsomwenteling in Zuid-Afrika na de vrijlating van Nelson Mandela. Een vergeten groep ‘blanken’ die Ballen juist op het platteland aantrof en die, net als zo veel miljoenen zwarten, slachtoffer zijn van economische malaise, criminaliteit en politieke onmacht.

Intrigerende kop

In het oog springend portret op de tentoonstellingin Fotomuseum Den Haag: Eugene on the Phone. Geen echte freak, deze Eugene, wel omringd door dezelfde rommeligheid en achteloze verwaarlozing. Intrigerende kop ook, met loenzende ogen die je net niet, net wel aankijken.

En toch klopt er iets niet aan deze foto. Eugenes voetzolen mogen dan vies zijn, er zit geen grammetje eelt op. Hij draagt een stropdas en een goed gesneden pantalon. Het shirt komt zo uit de wasserette. Als een odalisk (een dienaar van de sultan) ligt de jongeling op de bank. Soeverein. Nonchalant houdt hij in zijn rechterhand de staart van een zwerfkat vast en in zijn linker een telefoonhoorn: ‘Niet zeuren, ik heb alles onder controle.’ De kans dat hij precies op dat moment werd gebeld, is klein.

Blijkt Eugene op deze foto, net als Roger Ballen, eigenlijk alles in bedwang te houden. Blijft de vraag: hoe doe je dat, chaos ensceneren? Lastig.

Dalí Atomicus (1948) Beeld Philippe Halsman
Dalí Atomicus (1948)Beeld Philippe Halsman

Ballens collega-fotograaf Philippe Halsman deed er in elk geval zes uur over toen hij in 1948 de beroemde foto Dalí Atomicus maakte. Maar daarna had hij ook wat: drie katten die door de ruimte springen, net als Salvador Dalí zelf achter zijn schildersezel, terwijl er ook nog een stoel door de kamer zweeft en iemand een emmer water leeg kiepert.

Chaotischer krijg je het niet. Geënsceneerder ook niet, blijkt uit de contactafdrukken waarop duidelijk wordt dat Dalí maar liefst 28 keer voor de juiste prent heeft moeten opspringen en er flink werd gegooid met katten en water. Na elke opname moest de vloer worden gedweild en moesten de katten netjes met de handdoek gedroogd, waarna ze, volgens Halsmans dochter, Portugese sardientjes kregen gevoerd.

Chaotische foto’s

Hoewel het resultaat van Halsman een stuk artificiëler oogt dan dat van Ballen, ligt de manier van fotograferen dichter bij elkaar dan gedacht. Het is een beeld dat ook in de begeleidende films op de Haagse expositie naar voren komt, over hoe Ballen al die ‘chaotische’ foto’s maakt. Dat de Amerikaan al tijden op bezoek gaat bij zwervers en psychische gevallen, in hun Zuid-Afrikaanse onderkomen vol beschimmelde muren en kapot huisraad. Dat hij al die gasten al jaren kent. Maar ook: hoe hij de situatie voor een geslaagde foto naar zijn hand zet. De kin een beetje hoger, graag. Nee, de blik naar mij. Maak jij nog even een tekening op de achtergrond? Super. Dank.

Ballen, de controlfreak die ooit zei: ‘Als ik iets moest zeggen over de belangrijkste aspecten van mijn werk, dan om in het reine te komen met pure chaos.’

Het kan dus ook zomaar zijn dat de keurig geklede, zogenaamd telefonerende Eugene, die alles onder controle lijkt te hebben, net zo’n witte loser is als al die anderen in Ballens werk. Maar dat de fotograaf hem een waardig voorkomen heeft gegeven. Ook dat is ensceneren.

Kunstenaar: Roger Ballen (71)

Titel: Eugene on the Phone (2000)

Waar: Fotomuseum Den Haag, tot en met 6 maart

Bijzonder: Kijk in het Fotomuseum ook in de kelder: geen foto’s, wel een ‘Ballenesque’ poppenwereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden