Fotograaf Hans Eijkelboom legt tijdgenoten vast - zonder oordeel

Fotograaf Hans Eijkelboom ziet zichzelf als ambtenaar. Met zijn foto's van mensen op straat legt hij zijn tijdgenoten enkel vast, duiden wil hij niet. Maar de beeldverslagen die hij creëert zijn onthullend genoeg.

Hans Eijkelboom

In november 1992 nam Hans Eijkelboom zich iets voor dat zijn leven veranderde. Het luidde als volgt: vijftien jaar lang, van 8 november 1992 tot 8 november 2007, zou hij dagelijks tussen de één en tachtig foto's maken, zes dagen per week, twaalf maanden per jaar. De weerslag van wat zijn oog trof, een leven in foto's. Het voornemen werd ingegeven doordat Eijkelboom als kunstenaar een doodlopende weg was ingeslagen. En door de behoefte zijn tijd in kaart te brengen: 'Iedereen maakte zich indertijd erg druk over het nieuwe millennium. Geïnspireerd door de Duitse portretfotograaf August Sander dacht ik: laat ik mijn tijdgenoten vastleggen.'

Dat deed hij, elke dag opnieuw, weer of geen weer, met ijzeren discipline. Eijkelboom (68) fotografeerde elkaar omarmende stelletjes, oude vrouwen in vale regenjassen, puntige houten tuinhekjes, metropassagiers, oude mannen in kaki jasjes, vrouwen met buggy's, zakenmannen in zeiljassen, zakenmannen in zeiljassen met vloekende stropdassen, zakenmannen zonder zeiljassen en stropdassen; thema's die hij bijeen bracht in rasters van negen, twaalf of zestien afbeeldingen, voorzien van een datum, locatie en tijdsaanduiding. Het resultaat was een onthullend beeldverslag van het leven op het breukvlak van twee eeuwen, een verslag dat na 2007 werd voortgezet, zij het in lossere vorm en uitgebreid naar wereldsteden als New York, Moskou, Parijs, Tokio, Shanghai, Mumbai en Nairobi. 'Typologieën van de vrije wil', zo karakteriseert Eijkelboom deze series van bijna identiek geklede en uitgedoste mensen met gevoel voor ironie. Enkele ervan zijn te zien op zijn aanstaande overzichtsexpositie in het Fotomuseum Den Haag.

Ideeënman

De tentoonstelling omspant Eijkelbooms hele carrière. De oudste projecten, waaronder de pastiches van drank- en sigarettenreclames, dateren uit de vroege jaren zeventig. De recentste, een Fotonotitie gemaakt in Den Haag ('Ik schiet altijd ter plaatse een reeks. Dat trekt mensen de expositie in') is van een paar weken terug. Die brede greep werkt goed. Het maakt aanschouwelijk dat Eijkelbooms recente Fotonotities, waaronder beeld uit Birmingham, verwant zijn aan zijn vroegere conceptuele werk en hoezeer dat werk weer leunt op dat van contemporaine conceptuele fotografen en kunstenaars als Jan Dibbets, Ger van Elk en Bernd en Hilla Becher. Eijkelboom blijkt een ideeënman. Een kunstenaar met een fototoestel, geen fotograaf met een concept.

De kunstenaar, een aimabele eind-zestiger met brilletje en een stem die nauwelijks te onderscheiden valt van die van de voetbalcommentator Johan Derksen, vertelt in het museumrestaurant hoe hij als jongen uit de Arnhemse Berenklauwstraat conceptueel kunstenaar werd - een geschiedenis die van het toeval aan elkaar lijkt te hangen. Hij zat in Arnhem op de Kunstacademie, afdeling monumentale vormgeving. Hij was 'een sociale academie-achtig type' dat van plan was de wereld te verbeteren of op z'n minst de Arnhemse speelpleintjes wat op te leuken. Totdat hij voor een project moest verbeelden hoe de rode muur van een huis bij regenval donkerder werd. Om dit te visualiseren maakte hij een reeks foto's van zichzelf in roze, rib-fluwelen bloes in voortschrijdende stadia van doorweektheid. Dat zag er niet gek uit. Het zag er zelfs behoorlijk goed uit. Eijkelboom: 'De herhaling, mijn theatrale gezicht: ik dacht: hier moet ik op doorgaan.'

Er volgde een reeks seriematige projecten met Eijkelboom in de hoofdrol, grappige, spitsvondige en ook goed gemaakte werken. Het overkoepelende thema: identiteit en het fluïde karakter ervan. De foto's laten zien hoezeer identiteit wordt bepaald door context, al klinkt dat allemaal wat zwaar. Een project (De ideale man) bestaat bijvoorbeeld uit omschrijvingen van ideale mannen, opgetekend uit de mond van Eijkelbooms vrouwelijke kennissen, waarbij de kunstenaar met hulp van een kapper en een grimeur zichzelf omvormde tot het beschreven ideaal. Een ander project is een serie familiefoto's waarin Eijkelbooms besnorde verschijning steeds figureert tussen andere vrouwen en kinderen. Weer een ander project bestaat uit de indrukken van Eijkelbooms vroegere buurt- en klasgenoten ('hij was nogal een onduidelijk iemand', 'een echte boef die altijd bereid was het uit te praten maar dan met de handen'), en hun idee van wat voor werk hij zou doen ('hulpverlening in een drugsopvangcentrum', 'iemand die nooit geld heeft en zorgeloos leeft') met een foto erbij van Eijkelboom die dat werk daadwerkelijk doet.

Beeld Hans Eijkelboom
Beeld Hans Eijkelboom
Allen die willen gaan kaap'ren varen. Beeld Hans Eijkelboom

Deze projecten lijken bestudeerd, maar vaak waren ze een uitvloeisel van Eijkelbooms persoonlijke leven, van de fundamentele twijfel waarmee hij als twintiger zogezegd kampte. 'Ik was een kind van de wederopbouw. Op een gegeven moment leer je over de oorlog. Je leert over de Holocaust. Je vraagt je af waarom je ouders zich niet hebben doodgevochten om de Joden te beschermen. Je vraagt je vervolgens af wat jíj in zo'n situatie zou hebben gedaan. Wie ben je, wat wil je, wat kan je? Mijn werk onderzocht die vragen.'

Hoe reageerde de academie op uw conceptuele werk?

'Ik werd weggestuurd. Aan het eind van het vierde jaar was er een klassikale evaluatie. Daar zei de docent, beeldend kunstenaar Peter Struycken: 'Hans, jouw werk wordt niet becijferd, jij wordt namelijk per direct van de opleiding verwijderd.' Struycken, die altijd het beste met me voor had, zag eerder dan ik dat ik gemaakt was voor het autonome kunstenaarschap. Zonder me te informeren had hij me daarom ingeschreven bij het progressieve Ateliers '63 in Haarlem. Daar keek ik van op. Ik had nog nooit van Ateliers '63 gehoord.'

Wat direct opvalt aan uw vroege series is de instrumentele benadering van fotografie. Er spreekt geen enkele behoefte uit om te laten zien dat u een mooie foto kon maken.

'Ik heb zulke foto's wel gemaakt, maar al heel vroeg heb ik voor mezelf bepaald: ik zoek iets anders. Esthetisch kundige fotografie leunt vaak op schilderkunst, haar problematiek is die van het schilderen, met als summum van treurigheid de kunstenaar die gaat uitleggen dat er aan die ene foto tachtig voorstudies voorafgingen. Maar fotografie is niet uitgevonden om uniek te zijn. Het is een bij uitstek seriematig medium. Fotografie is uniek omdat ze grote verbanden en patronen in de wereld kan blootleggen. In mijn series wilde ik die mogelijkheden verkennen, ongepolijst.'

In de jaren tachtig verdween u als model en sturende kracht uit uw projecten.

'Het afhankelijk zijn van anderen begon me tegen te staan. Ik had de energie niet meer om steeds weer nieuwe mensen te benaderen met de vraag of ze aan mijn project wilden meewerken. Wat ook meespeelde: het soort conceptuele kunst dat ik maakte, vond steeds minder weerklank. Niemand wilde het meer exposeren. Ik dreigde een alien te worden, wat versterkt werd doordat men mij moeilijk kon plaatsen. Voor fotografen was ik die kunstenaar. Voor kunstenaars die fotograaf.'

Hij maakte een tijdje foto's van zelfgemaakte sculpturen gevuld met opgespoten gips, een dood spoor dat hij later altijd een beetje heeft weggemoffeld, tot hij zijn levensproject vond in het Fotodagboek en opvolger de Fotonotities. Zijn thema's vindt hij op drukke plekken met veel doorstroom. In Parijs: de uitgang van metrohalte Châtelet richting Centre Pompidou. In Amsterdam: de plek waar de Kalverstraat uitmondt op de Dam. De eerste tien à vijftien minuten wacht hij op een thema. Heeft dat zich aangediend, dan begint het schieten. Vanaf de borst. Met een ontspanner in z'n broekzak. Twee uur duurt het, dit manische fotograferen dat doet denken aan het vangen van vlinders, een heel eenvoudige activiteit zegt hij, een robot met een camera zou het kunnen, daarvan is hij overtuigd - twee uur en nooit langer. Op een later tijdstip foto's bijschieten heeft Eijkelboom zichzelf verboden. De fotonotities moeten zich natuurlijk aandienen.

Beeld Hans Eijkelboom

Merkt hij verschil tussen schieten in de ene en de andere stad?

Amper.

Heeft hij weleens mot met voorbijgangers?

Zelden. Hooguit wordt hij soms aangezien voor een belastingcontroleur. Of, vervelender, voor een stille agent. Hé stille, rot op, sissen ze dan tegen hem.

Vervelend vindt hij dat.

Al meer dan twintig jaar staat u in koopgoten en op marktpleinen. Blijft dat leuk?

'Niet altijd. Er is een periode geweest dat ik me een slaaf voelde van mijn concept. Ook nu nog moet ik als ik weer op weg ben naar de Dam of Almere Centrum vaak iets overwinnen. Het wonderlijke is: de tegenzin verdwijnt direct wanneer ik begin te fotograferen. Al die indrukken maken zo veel associaties en gedachten los.'

Voelt u zich weleens bezwaard dat u mensen stiekem fotografeert?

'Vroeger wel, ja. Toen had ik echt het gevoel dat ik ze iets had afgenomen. Om dat gevoel te bestrijden wilde ik dan iets teruggeven, wat in de praktijk neerkwam op een expositie organiseren. Wanneer ik in januari had gefotografeerd dan moest ik in februari tentoonstellen, bij wijze van wisselgeld. En dan het liefst op een toegankelijke plek. Mijn werk heeft zo'n beetje alle buurtcentra en bejaardentehuizen van Arnhem gesierd. Naïef, natuurlijk. De mensen die ik fotografeerde kwamen daar helemaal niet.'

Heeft u de manier waarop we ons uitdrukken met kleding zien veranderen?

'Het is directer geworden. Staat meer in het teken van zelfexpressie. Ook buiten subculturen als de punk hebben het agressieve T-shirt en het shirt met de scabreuze tekst terrein gewonnen. Volgens mij hangt dat samen met de opkomst van het internet. Naast hun analoge hebben mensen nu ook een digitale identiteit, een meer vrije en vaak ook ongeremde versie van zichzelf. Die digitale persona's vertalen zich in de kleding. In de jaren tachtig droomde men van een vakantie naar Malibu, maar liep men in een groene loden jas. Nu droomt men van die vakantie naar Malibu en draagt men die vakantie tegelijk op zijn shirt. Vroeger dachten mensen: hé, ik heb zin om te neuken. Nu trekken ze een shirt aan met de tekst: 'Ik heb zin om te neuken.' De digitale identiteit sijpelt door in de openbare ruimte.'

Hij beaamt dat zijn series als vliegenpapier zijn; vele interpretaties blijven eraan plakken. Je kunt er een bewijs van de betrekkelijkheid van het individu in zien (iedereen ziet er op zijn hoogst-individuele manier hetzelfde uit als de buurman), of een belichaming van de eeuwige wederkeer van de geschiedenis ('kijk, het bomberjack is terug'). Zelf kijkt Eijkelboom niet zo duidend. 'Ik ben een ambtenaar van de geschiedenis. Ik verzamel. Wat de gegevens betekenen mogen anderen vertellen. Over vijftig jaar is er vast een historicus die al die reusachtige doodshoofden op T-shirts in 2017 kan duiden.'

Hij is nog lang niet uitgefotografeerd. Het stroompje dat begon als Fotodagboek is uitgegroeid tot een de aarde doorkruisende rivier, een brede stroom compleet met vertakkingen, delta's en stille watertjes. Met reeksen van cijfers en Minnie Mouse-truien en houthakkeroverhemden en luipaardprint, waarin een stelletje steeds fungeert als schakel tussen twee reeksen, als de sluiting in een ketting. Er zijn reeksen toegespitst op woorden en reeksen waarin de mens plaats maakte voor architecturale elementen: bloembakken, plantsoenen, voortuintjes. Er zijn reeksen die letterlijk bewegen en reeksen waarin Eijkelboom zelf weer opduikt: 10-euro outfits. Een kleurrijke fotorivier van trends, modes en transformaties, klaar voor ons om in te springen. Plons.

Beeld Hans Eijkelboom

Fotonotities

Wilt u meer zien van het werk van Hans Eijkelboom? Ga dan naar de tentoonstelling of laat u overtuigen door deze fotoreeks.

Té geloofwaardige affiches

Een van de leukste series van Eijkelboom is Reclameaffiches. Het zijn affiches op ware grootte van indertijd bekende drank (Cokcburn's Port, Heineken, Jägermeister, Melk) en tabak (Denver sigaretten, Hofnar sigaren). Op deze posters is de visser/avonturier/man van de wereld die de producten aanprees steeds Hans Eijkelboom. De affiches waren een succes, of eigenlijk niet. Ze waren té geloofwaardig. Toen ze op het station van Arnhem werden geëxposeerd had slechts een enkele reiziger door dat het model steeds dezelfde figuur was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden