Beschouwing Tentoonstelling Welkom Today

Fotograaf Ad van Denderen keert na 27 jaar terug naar Zuid-Afrika: ‘Bizar dat je daar aan een klas moet gaan uitleggen wat apartheid is’

Leerling van Teto High School studeert voor haar eindexamen in een lokaal beschikbaar gesteld door de Brand 6-goudmijn, 2018. Beeld Ad van Denderen

Als tiener bladerde Lebo Tlali in een fotoboek van Ad van Denderen uit 1990 en herkende zijn geboorteplaats: de township bij mijnstad Welkom. In 2017 vroeg Tlali, inmiddels ook fotograaf, van Denderen samen terug te keren, om te onderzoeken welke sporen de apartheid heeft nagelaten.

We kunnen dit verhaal laten beginnen in 1990, als fotograaf Ad van Denderen met vriendin en Vrij Nederland-journalist Margalith Kleijwegt naar Zuid-Afrika reist om het grote kantelmoment in de geschiedenis van het land mee te maken. Nelson Mandela is na 25 jaar gevangenschap vrijgelaten, de dagen van apartheid zijn geteld. Maar het gaat niet zonder slag of stoot, er zijn demonstraties en opstanden, politieoptredens en knokploegen. Er vallen doden terwijl de hele wereld meekijkt.

In Johannesburg horen ze over rellen in Welkom, een goudmijnstad in Oranje Vrijstaat. Het is een stad die op de tekentafel is ontstaan, met brede lanen en mooie huizen en rotondes, zodat niemand ooit voor een stoplicht hoeft stil te staan. Twaalf mijnen zorgen voor werkgelegenheid – het is een rijke stad voor wie zich aan de goede kant van de lijn bevindt. Buiten Welkom ligt township Thabong. Daar woont de zwarte bevolking. De mannen werken in de mijnen, de vrouwen zijn hulp in de huishouding bij witte gezinnen in Welkom. Na zonsondergang moeten ze de stad hebben verlaten. Als Van Denderen in 1991 nog een keer terugkeert, is de avondklok officieel afgeschaft, maar de mannen van de paramilitaire Afrikaner Weerstandsbeweging rijden ’s avonds rond in open pick-ups, met honkbalknuppels in de hand. Lopen er nog zwarten op straat, dan knuppelen ze die bij wijze van spreken zo het township in.

Schooljongens op de fiets passeren werksters, Mooi West, Welkom centrum, 1990. Beeld Ad van Denderen

Start dit verhaal in 1990, dan zien we een fotograaf aan het werk die verontwaardigd is over hoe de zwarte bevolking leeft. Dan zijn we erbij als Van Denderen de foto maakt van 14-jarige jongens die schietles krijgen op het witte Afrikaner Gimnasium, of als de 16-jarige Frances Mosimane wordt begraven – hij werd bij een opstand doodgeschoten. Dan moeten we ook inzoomen op het moment dat het Van Denderen, door zich voor te doen als Duitse mijningenieur, voor het eerst lukt om te fotograferen in een mijn. Officiële toestemming heeft hij niet, de enige beelden die de stad naar buiten wil brengen zijn de onschuldige beelden, waarop mijnwerkers elkaar goudstaven aanreiken. Maar hij heeft een opzichter ontmoet, Mr. Jones, die snapt wat Van Denderen wil laten zien. Dat is namelijk dit beeld: tientallen mannen op een rij, aangevoerd uit de thuislanden, op zoek naar een baan voor twee, drie euro per dag. Om erachter te komen of ze het zware werk op 2500 meter diepte kunnen volhouden, moeten ze in een ruimte waar het 35 graden is, en vochtig, anderhalf tot twee uur trapje op trapje af stappen, er loopt iemand rond die een thermometer in hun mond steekt en als die te hoog uitslaat, kunnen ze meteen vertrekken.

Bij mijnwerkers wordt getest of ze hittebestendig zijn onder de grond, acclimatisatieruimte in de Steyn-goudmijn, 1991. Beeld Ad van Denderen
Schietles in het Afrikaner Gimnasium, nu Welkom Gimnasium, 1991. Beeld Ad van Denderen
Muurtekst in de Steyn-goudmijn, 1991. Beeld Ad van Denderen

‘Ik had het idee dat ik op een slavenmarkt terecht was gekomen’, zegt Van Denderen nu. ‘Het is uiteindelijk wel te begrijpen – je wilt geen gedonder op twee kilometer diepte. Mijnwerkers zijn op elkaar aangewezen, een fout kan catastrofaal zijn.’ In 2004 heeft hij op dezelfde plek hetzelfde beeld gemaakt. ‘Die foto heeft niet meer dezelfde lading. De apartheid bestond niet meer, er stonden twee witte mannen tussen. Het was niet: je bent zwart en daarom doe je klotewerk waarvoor je amper wordt betaald. De verhoudingen waren anders.’

We kunnen voor dit verhaal ook doorspoelen naar een ander jaar en een andere hoofdpersoon. Dan beginnen we bij Lebo Tlali (40), op het moment dat hij, in 1997, in de bibliotheek van de Michaelis School of Art in Kaapstad het fotoboek Welkom in Suid-Afrika ziet staan. Tlali, geboren en getogen in township Thabong, begint te bladeren en na een paar pagina’s denkt hij: dit gaat over mijn stad. Een stad die vergeleken met Kaapstad behoorlijk onbeduidend is – en iemand heeft de moeite genomen om er foto’s te maken.

Beginnen we daar, dan zien we misschien aan zijn reactie hoe het beeld van de vrouw die het overhemd strijkt van haar baas, lid van de Afrikaner Weerstandsbeweging, hem als een mokerslag raakt. Dit is mijn moeder, denkt hij. Dit zijn de moeders van mijn buurjongens, dit zijn alle moeders uit Thabong. Zo ziet onderdrukking eruit. Hij leest aan de gezichtsuitdrukking van de vrouw af hoe vanzelfsprekend het voor haar is dat ze het hemd strijkt van de vijand. Ze staat er niet eens meer bij stil. Met dat idee groeide hij ook op, als jonge jongen: dit is mijn leven en het wordt nooit anders. Als we het systeem uitdagen, als we in opstand komen, dan worden we gestraft, gearresteerd, vermoord.

Dienstmeisje van Blikkies Blignaut, leider van de AWB (Afrikaner Weerstand Beweging), Welkom, 1991. Beeld Ad van Denderen

Tlali was 12 jaar oud toen Van Denderen voor het eerst Welkom en Thabong bezocht. Ze hebben elkaar destijds nooit ontmoet, al had dat best gekund. Tlali liep in die tijd al rond met een camera die hij had geleend van zijn oudere zus, zo’n klein automaatje. Dan ging hij de straat op en fotografeerde op zondag de mensen die in hun beste kleren op weg waren naar de kerk. Je zag dat wel meer: families die een beetje geld hadden huurden een amateurfotograaf in om foto’s te maken op feestjes. Over zijn toekomst dacht hij op die leeftijd niet na. Je hoopte op een baan, welke baan dan ook, als je er je gezin maar mee kon onderhouden.

Als puber zit hij een keer in de bibliotheek in Welkom als tot hem doordringt dat witte jongens en meisjes meer kansen hebben dan hij – met hun sportvelden, hun grote schoolgebouwen, hun goed geoutilleerde bibliotheken. Dat wakkert het vuur in hem aan. Dat, en een betrokken tekenleraar op Teto Highschool, de enige school in Thabong met beeldende vorming in het vakkenpakket. Dankzij heel hard werken krijgt hij een studiebeurs, en vertrekt hij op zijn 18de naar Kaapstad. Na zijn studie bouwt hij aan een carrière als fotograaf, maar verlegt zijn aandacht steeds meer naar cultuureducatie.

Met een e-mail komen de twee verhalen in 2015 samen. Tlali, die dan in Zwitserland woont, schrijft Van Denderen over de ontdekking van diens boek, en vraagt hem waarom de foto’s nooit in Welkom te zien zijn geweest. Voelt hij ervoor om samen terug te gaan, de foto’s tentoon te stellen, en leerlingen die na de apartheid zijn geboren iets te leren over hun geschiedenis?

Het antwoord is ja.

In 2017 reizen ze voor het eerst samen naar Welkom. Daar is niets meer zoals het was. Er zijn nog paar een paar mijnen operationeel, de werkloosheid is hoog, de criminaliteit ook. Om met Van Denderen te spreken: ‘Afrika is de stad in gekomen, je ziet er amper witte mensen meer.’ Er zitten gaten in de weg, in het township Bronville zijn de vijvers een open riool, in een deel van het stadspark in Welkom komt de politie niet meer, zo gevaarlijk is het er. Op een avond, bij ondergaande zon, fotografeert Van Denderen de ‘Brand 6’-mijn. Je ziet een desolaat landschap, het ligt er vol chemisch afval. In dit spookgebied woont tegenwoordig een maffia-achtige bende gelukzoekers uit omringende landen die illegaal in de mijnschachten afdaalt en goud steelt. Er zijn al doden bij gevallen. Het stadsbestuur staat erbij en kijkt ernaar. ‘De corruptie’, zegt Van Denderen, ‘is niet te geloven, je zou willen dat iemand in Welkom kloten had en alles op zou schonen. Dan was er hoop.’

Bakstenen huis met auto, Thabong, 2017. Beeld Ad van Denderen

Een half jaar na het eerste bezoek beginnen ze met fotografieworkshops aan drie middelbare scholen. De foto’s van Van Denderen hebben de leerlingen uit de voorlaatste klas dan al bekeken. Het gesprek aangaan over verleden, heden en toekomst, elkaars levens leren kennen – dat is de bedoeling. Maar wat opvalt: dat de kinderen, wit en zwart, heel weinig van het verleden weten. ‘Het is toch bizar dat je voor een klas in Zuid-Afrika staat en moet gaan uitleggen wat apartheid is’, zegt Van Denderen.

Het Afrikaner Gimnasium, tegenwoordig Welkom Gimnasium, waar vroeger schietles werd gegeven, is inmiddels gemengd. Verschil in perspectief: voor Lebo Tlali is dit zoals het overal zou moeten zijn. Van Denderen ziet op het schoolplein dat wit nog steeds bij wit staat, en zwart bij zwart. Maar: ‘Ze accepteren elkaar, dat is al heel wat.’

Martinique van Zyl, 2018. Beeld Lebohang Tiali
Lerato Motsatse, 2018. Beeld Lebohang Tiali
Joyce Mosimane, 2018. Beeld Lebohang Tiali

Op een van die dagen staat Lebo Tlali ook voor de Goudveld Hoërschool. Stel je voor: op zijn 38ste stapt hij voor het eerst in zijn leven over de drempel van een witte school. Hij is zenuwachtig, bang eigenlijk, hij denkt: ik ben verdomme een volwassen man, ik woon in Europa, ik heb succes, het zijn maar kinderen. Het gevoel blijft tot halverwege de presentatie, als hij een foto laat zien die Van Denderen maakte op een school in Thabong, begin jaren negentig. De klassen waren bomvol, de kinderen zaten met zijn vijven op een bankje. Zo zou geen enkel kind naar school mogen gaan, zeggen de leerlingen, en dan is het ijs gebroken. Hij ziet nu in hoe belangrijk het ook voor die jongeren is dat ze hem hebben leren kennen. De ander. ‘Ik had nog nooit zo veel met witte mensen gepraat. We zijn vrienden geworden’, zegt hij. ‘Dat was nooit gebeurd als we dit project niet hadden gedaan.’

Het project blijft niet beperkt tot praten. Alle leerlingen – gemiddeld 16 jaar oud – krijgen camera’s. ‘Leg je eigen leven vast’, is de opdracht. De kinderen van de Goudveld Hoërschool komen met foto’s van zonsondergangen en landschappen – op zijn best met een foto van hun hond. Van Denderen vermoedt angst bij de witte kinderen. ‘Zuid-Afrika zit in een overgangsfase, ze weten niet welke kant het opgaat, witte mensen worden bedreigd en verlaten het land. Misschien durfden die kinderen niet te veel van zichzelf te laten zien.’ Die van de Teto Highschool, de school waar Tlali zelf zat, durven dat wel. Ze maken zelfportretten, gaan de straat op, fotograferen hun vriendengroep. Ze waren hongerig, zegt Tlali. 

Schooljongen in Thabong, 2018. Beeld Nthoto Monokoane (leerling van de Teto High School)

Hebben ze het beter gekregen dan hij, heeft hij zich de afgelopen drie jaar vaak afgevraagd. Het antwoord stemt hem droevig. In zijn tijd was er nog lesmateriaal in het tekenlokaal. Nu is er niks meer. Magere vooruitgang: dat de leerlingen een gratis lunch krijgen. ‘Maar de kinderen dromen, die willen vooruit, ze willen niet stilstaan bij het verleden. Dat zie je aan hun foto’s.’

Loop straks door de zalen van het Stedelijk Museum, waar oude en nieuwe beelden van Ad van Denderen, portretten van Lebo Tlali, foto’s uit familiealbums en foto’s van de leerlingen een nieuw verhaal van Welkom vertellen. Voor de selectie ging Van Denderen alle zevenduizend beelden die hij in de jaren negentig had gemaakt nog een keer door. Hij koos er andere uit dan toen. Natuurlijk, hij is ouder, en de tijden zijn veranderd. Maar toen hij in Thabong door oude familiealbums bladerde, en zag hoe de mensen hun eigen leven vastlegden, realiseerde hij zich: zij hadden een andere werkelijkheid dan ik. ‘Ik zag strijd en ongelijkheid en onderdrukking. Voor hen was het hun leven, een leven waar ze iets van wilden maken, en dat ze zo pontificaal mooi en aangenaam mogelijk wilden vastleggen. Dat is een grote verrijking.’

Welkom Today,  geproduceerd door Paradox, is tot 13/10  te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Eén gelukkige leerling

In samenwerking met Market Photo, de fotografieopleiding in Johannesburg waar ook de carrière van jonge Zuid-Afrikaanse fotograaf Zanele Muholi (in 2017 in het Stedelijk Museum) is begonnen, zal uit de groep leerlingen die aan de workshops van Ad van Denderen en Leo Tlali hebben meegedaan, één leerling worden gekozen die de opleiding mag gaan volgen.

Tijdsdocument 

Voor Welkom Today reisde journalist Margalith Kleijwegt mee naar Welkom en Thabong. Ze voerde gesprekken met oude bekenden, maar vroeg ook de nieuwe generatie naar hun levens. Samen met de beelden van Van Denderen, Tlali, de leerlingen, met archieffoto’s en kiekjes uit familiealbums is het een prachtig document geworden van een stad tijdens en na apartheid. 

Ad van Denderen, Margalith Kleijwegt, Lebohang Tlali: Welkom Today!, Nederlandstalige editie.

 Paradox en Atlas Contact: 288 pagina’s; € 39,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden