Fotofestival trekt de juiste jas aan

Het lijkt wel of de Nederlandse fotografiewereld is bezeten van de ‘gevonden fotografiekoorts’. Wie een overzicht wil krijgen van wat dat precies inhoudt, heeft geluk.

Hier bevindt zich het werk van Monique Scuric en Petra Stavast. Beide fotografen maken gebruik van de Himalaya aan beeldmateriaal die beschikbaar is sinds het ontstaan van de fotografie, en die nog is vermeerderd met de komst van internet.

Het festival in Naarden heeft voor de zoveelste keer een gedaanteverwisseling ondergaan. En het ziet ernaar uit dat het dit keer de juiste jas heeft aangetrokken. Miste het festival steeds een duidelijke profilering, nu is het anders.

Er is gesnoeid en gekapt, minder deelnemers kregen meer ruimte. De nadruk ligt vanaf nu op jonge Nederlandse fotografen die verhalend werk maken. In dat kader kan eigenlijk alles. Er is documentaire fotografie, en er is verrassend autonoom werk, zoals de evoluerende projecttafels van Saskia van Imhoff, die gaan over het verglijden van de tijd en het kadreren van herinneringen.

In de Grote Kerk, een van de hoofdlocaties, gaat het over paparazzifotografie. Hier kom je bosjes BN’ers tegen, gesnapt door de camera’s van Joop van Tellingen en Edwin Smulders. Er is een serie van prinses Máxima, die je van enigszins nukkige, onopvallende vrouw langzaam ziet veranderen in de mediagenieke sprankel die ze nu is. Het gaat hier niet zozeer om de kwaliteit, maar om de meestal gecompliceerde relatie tussen de fotograaf en zijn onderwerp.

Dat laatste komt mooi naar voren in de projecten van de jonge fotografen in de kerk. Karin Krijgsman balanceert met haar gruizige zwart-witfoto’s op het randje van behoorlijkheid. Zij volgde een man die stond te wachten op een vrouw naar aanleiding van een contactadvertentie. De man kreeg door dat hij werd bekeken en er ontstond een vreemd spel.

Die lijn wordt doorgezet in de foto’s van Stefan Ruitenbeek. De relatie is hier ingewikkelder, omdat de geportretteerde man zichzelf in bizarre situaties ensceneert, en hij bovendien – ‘gelukkig’ toeval – als twee druppels water lijkt op gruwelpappie Josef Fritzl.

Deze fotografen maken niet zozeer gebruik van gevonden fotomateriaal, als wel van gevonden mensen en situaties. Vervolgens vermengen ze feit en fictie, zetten het geheel naar hun hand, en stellen in het voorbijgaan vragen over het medium fotografie zelf.

Zo ook Monique Scuric, mét gevonden fotografie. Zij toont een installatie van geprojecteerde foto’s die ze vond op marktplaats.nl. Het gaat om spullen die te koop worden aangeboden nadat iemand is overleden. Op zich levert dat mooie composities op, van foto’s die buiten hun context ineens een ander verhaal vertellen. Het werk had zo opgenomen kunnen worden in Off the Record waar vergelijkbare foto’s hangen.

Het verschil is dat ze daar kans maken om te worden aangekocht door een kunstmuseum, waar nog een wereld te winnen valt op het gebied van amateurfotografie en het kijken daarnaar. Op een fotofestival dat een graadmater wil zijn voor jonge, vernieuwende fotografie, doet het werk van Scuric echter al gedateerd en te eendimensionaal aan.

Het is tijd voor een stapje verder, zoals Petra Stavast laat zien. In het prachtige multimediale project Libero vermengt Stavast haar eigen foto’s met gevonden materiaal. Ze reageert erop, maakt het zich eigen, kneed het in de juiste vorm. Kijk, als we zo gaan beginnen, kan het nog leuk worden.

Epson Fotofestival Naarden, t/m 14 juni

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden