Fotoboek over gitzwarte Amsterdamse oorlogsjaren

Onthutsend portret van een nog niet zo ver verleden

Geschreven boeken over de oorlogsjaren in Amsterdam waren er al ruimschoots, maar nu pas verschijnt er een fotoboek over die dramatische tijd. Een onthutsende ervaring.

Medewerkers van de 'Bagage-afdeling' van de afdeling 'Hulp aan Vertrekenden' van de Joodse Raad. Beeld Joh. de Haas / NIOD

Wie het vandaag verschijnende Stad in oorlog, Amsterdam 1940-1945 in foto's bekijkt, kan bijna niet anders dan zich verbazen over het gegeven dat pas nu, 72 jaar na het einde van de bezetting, een boek verschijnt waarin de oorlogsjaren in de hoofdstad niet met woorden, maar in de eerste plaats door middel van beeld worden opgediend. Het is voor het eerst dat die dramatische geschiedenis aan de hand van foto's wordt verteld. Een methode waarmee de historici René Kok en Erik Somers, sinds jaren verbonden aan NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies), school hebben gemaakt. En net als hun fotoboeken De oorlog in kleur, en hun fameuze Het Grote 40-45 boek (gevolgd door de jaren vijftig, zestig en zeventig) heeft ook Stad in oorlog grote impact.

Nadat je de honderden foto's in Stad in oorlog hebt laten bezinken, realiseer je je eigenlijk pas goed waaraan het in de geschiedschrijving van Amsterdam in bezettingstijd heeft ontbroken. Nee, niet aan woorden, over de Jodenvervolging, de deportaties, het verzet, de executies, de hongerwinter, de bevrijding. Ook niet aan foto's die de geschiedenisverhalen illustreren. Maar zo'n samenhangend geheel aan foto's, die je bijna het gevoel geven terug te reizen in de tijd, naar de actualiteit van de oorlogsjaren, was er domweg niet. Dat is een enigszins onthutsende ervaring. We wisten van de gebeurtenissen. Maar ze kerven zich juist in ons geheugen doordat we ze kunnen waarnemen, niet doordat we erover hoorden vertellen of lazen - de kwaliteiten van een verslaggever met een goddelijke pen daargelaten.

De cover van het boek. Beeld Charles Breijer / NF

Stad in oorlog, Amsterdam

1940-1945 in foto's. Door René Kok en Erik Somers. WBooks, 29,95 euro.
Gelijknamige foto-expositie t/m 14/5 in Stadsarchief Amsterdam.
Zondag 19/2 houden Kok en Somers er een lezing over hun boek.

Joodse verpleegster Eva Granada, die zich bij het Muiderpoortstation vrijwillig voor deportatie heeft aangemeld, om haar patiënten te ondersteunen. Beeld Bart de Kok / NIOD

Kok en Somers hebben de archieven van het NIOD en vooraanstaande instellingen als het Nationaal Archief, het Nederlands Fotomuseum, Stadsarchief Amsterdam en het Maria Austria Instituut doorgeploegd. Hun selectie bevat een aantal bekende, iconische foto's uit de oorlogsjaren, maar onstijgt daaraan ook met gemak. Sommige foto's, van razzia's, hongerende kinderen die de laatste restjes uit de pan van de gaarkeuken schrapen of de met prikkeldraad versperde Jodenbuurt, zijn iconen geworden door de verschrikkingen die ze laten zien. Maar als je een icoon - een ingeprent beeld met een collectieve zeggingskracht - honderd keer hebt gezien, neemt de impact ervan af, en kan het een veelzijdiger beeldvorming zelfs in de weg gaan zitten.

Ingebed in de uit informatief oogpunt grote rijkdom van minder bekende en onbekende beelden, neemt hun zeggingskracht weer toe. Bovendien blijkt ook hoezeer foto's die, om welke reden dan ook, niet eerder bekend of openbaar zijn geworden de individuele beeldvorming over de oorlog diepgaand kunnen beïnvloeden. Dat kan komen door een plek die je herkent - de straat waarin je zelf woont, je eigen school, kerk, park - of een gelijkenis van een persoon, kleding, houding die een onbekende opeens een soort nabijheid verleent. Daaraan is de geschiedenis als het ware vastgekleefd.

De meerwaarde van onbekende foto's ten opzichte van de iconische geldt met name voor die van de Jodenvervolging in de hoofdstad. Ter illustratie van de naziterreur worden vaak de indrukwekkende en weerzinwekkende (door een onbekende Duitser vervaardigde) beelden getoond van de grote razzia op het Jonas Daniël Meijerplein in februari 1941. Daarbij werden 427 Joodse jongens en mannen opgepakt en afgevoerd - slechts één overleefde. Maar minstens zo schrijnend is de mij tot dusver onbekende foto van een jong Joods echtpaar voor de deur van de liefdadigheidsinstelling Joodsch Ons Huis aan de Plantage Parklaan, met de net verplicht geworden davidster op de kleding. Op de voordeur achter hen een bordje: 'Sterren uitverkocht'. Joden moesten die textielen doodvonnissen- op-termijn zelf aanschaffen, voor vier cent per stuk en één textielpunt. De jongeman overleefde de oorlog, de vrouw, naaister, werd op 28 januari 1944 vermoord in Auschwitz.

De veelheid aan foto's van Joden - getreiterd, gekleineerd, bestolen, in groepen bijeengedreven, op de trein gezet richting Westerbork - geeft de tragedie reliëf, maakt de abstractie van meer dan 60 duizend vermoorde Amsterdammers, meer dan 10 procent van de bevolking, concreet. Zie ze staan, de mannen bepakt en bezakt met spullen - kleding, beddengoed, toiletgerei - waarvan ze misschien maar een paar weken hebben gebruikgemaakt, misschien korter. Zie haar zwaaien, de Joodse vriendin van een vrouw wier woning uitkeek op de binnenplaats van de Hollandsche Schouwburg, verzamelplaats voor te deporteren Joden. Een en al uitbundigheid, de vriendin die naar haar camera zwaait. Zie de vastberadenheid van de Joodse verpleegster, die zich vrijwillig voor transport heeft gemeld in Amsterdam-Oost, omdat ze haar patiënten wil steunen. Drie maanden na de opname (gemaakt door nazifotograaf Bart de Kok) vergast in Auschwitz.

In de Uilenburgerstraat wordt ook aan het begin van de bezetting nog de Joodse markt gehouden Beeld Foto Franz Stapf / NIOD

Oorlogsbuit 

De collectie van Stapf Bilderdienst, ruim vertegenwoordigd in Stad in Oorlog, is in 1945 door een Canadese soldaat als oorlogsbuit meegenomen naar huis. Daar hebben de vijfduizend negatieven jarenlang op zolder stof liggen vergaren. Lang na de oorlog werden de opnamen herontdekt en zijn ze overgedragen aan het NIOD, destijds nog geheten het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD), dat onder leiding stond van de vermaarde historicus dr. Loe de Jong (1914 - 2005).

4 oktober 1941, sportfeest in het Olympisch Stadion. Beeld Franz Stapf / NIOD

Amateurfoto's van Nederlanders en in Amsterdam gelegerde Duitse soldaten, foto's van in de illegaliteit werkende fotografen als Ad Windig, Cas Oorthuys, Emmy Andriesse en Charles Breijer, worden afgewisseld door professionele als die van de collaborateur De Kok, die voor een SS-blad werkte, en De Duitser Franz Anton Stapf. Die vestigde zich in 1935 met zijn fotobureau, Stapf Bilderdienst, in Amsterdam.Bij het begin van de bezetting ontpopte hij zich, tot verrassing van zijn Nederlandse collega-fotografen, als vurig nazi en werd al gauw benoemd tot Presseamtsleiter der NSDAP, afdeling Noord-Holland. Bij tal van (in de ogen van de nazi's) belangwekkende gebeurtenissen was hij aanwezig om voor de gelijkgeschakelde pers te fotograferen. In tegenstelling tot veel Nederlandse fotografen, die nog werkten met trage, omslachtig te bedienen plaatcamera's, had Stapf de beschikking over de beste, snel te bedienen (Duitse) camera die toen nog maar kort bestond: de Leica.

De voorsprong in techniek en zijn talent maken Stapfs werk uitzonderlijk. Zo legt hij prachtig de dynamiek vast van een hardloopwedstrijd in het Olympisch Stadion, de atleten in shirts met daarop de Duitse adelaar en het hakenkruis fier op de borst. Wrang is Stapfs werk ook: hij fotografeerde op en rond het Waterlooplein en de 'Jodenhoek', nog vlak voor de Jodendeportaties begonnen. Ze bieden inzicht in een wereld van kleine luiden, die op de zondagsmarkt in de Uilenburgerstraat slenteren langs fietsbanden en schroot. Tussen hen in kuiert een Duitser in uniform, hakenkruisband om de arm.

Niet uit antropologische belangstelling fotografeerde Stapf de Joodse buurt; de foto's konden worden gebruikt bij antisemitische propaganda. Ook de foto van een anti-Joodse knokploeg van de Weerbaarheidsafdeling van de NSB maakt Stapfs loyaliteit duidelijk:stoer en zelfingenomen poseert de groep voor zijn camera, één van de vechtjassen gehavend met een zwarte mitella om zijn arm. Op een andere foto zien we Stapf zelf, terwijl hij tijdens rellen tussen WA en zich tegen de toenemende onderdrukking verzettende Joden poolshoogte neemt in de Nieuwe Kerkstraat. In vol nazi-ornaat, hoge zwarte laarzen, Leicacamera op de buik.

Joodse vrouw zwaait naar haar vriendin op de verzamelplaats voor te deporteren Joden bij de Hollandsche Schouwburg. Beeld Foto: L. van Nobelen-Riezouw / NIOD

Hoe gitzwart de bezetting ook was, er zijn in Stad in oorlog, ook verrassingen van een lichter soort. Een billboard met reclame voor Coca-Cola - op en top Amerikaanse beeldtaal van een typische blanke Amerikaan met ivoren glimlach - met klein verzet erop gekalkt: 'Engeland wint'. De poster stamt uit voorjaar 1941, toen de frisdrank nog gewoon werd verkocht in Nederland - Pearl Harbor en de daaropvolgende Amerikaanse betrokkenheid in de oorlog moesten nog plaatsvinden. Meer klein verzet: een krul (urinoir) waarop staat gekalkt: Hoofdkwartier v/d Führer.

Compleet kan het beeld van Amsterdam in oorlog uiteraard nooit zijn, geschiedschrijving in elke vorm schiet tekort om een catastrofe te omvatten. Maar al die fotografische getuigenissen in dit boek helpen om een wrede periode in de nabije geschiedenis een gezicht én karakter te geven. Daarbij schenkt de wetenschap dat niet alleen amateurs en verzetslieden aan deze fotografische geschiedschrijving hebben bijgedragen, maar, ongetwijfeld onbedoeld, ook nazi's een minuscuul gevoel van zoete wraak.

Een Duitse militair vermaakt zich met een Nederlandse vrouw. Beeld Foto: Kryn Taconis of Carel Blazer / NIOD
Mussert wordt in de Jan Willem Brouwerstraat uitbundig onthaald door meisjes van de Jeugdstorm na door Hitler te zijn erkent als 'Leider van het Nederlandse volk', 13 december 1942. Beeld Foto: NIOD / N.V. Polygoon, M.E.F. Sagers

Franz Anton Stapf

Donderdag publiceerde de Volkskrant het bericht dat Franz Anton Stapf, een van de nazifotografen wiens werk in Stad in oorlog is te zien, ten onrechte prijkt op lijsten van in de oorlog gedeporteerde Joden. Ook op de muurplaten in de Hollandsche Schouwburg wordt hij genoemd. Stapf was niet Joods en leefde tot 1977. Hij maakte foto's voor Duitsgezinde bladen en een antisemitische brochure. De Hollandsche Schouwburg heeft besloten de vermelding te verwijderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.