Beschouwing Johan van der Keuken

Fotoarchief van dubbeltalent Johan van der Keuken geschonken aan Nederlands Fotomuseum

Waarom het zo ontzettend goed nieuws is dat het fotoarchief van Johan van der Keuken eindelijk onder dak is bij het Nederlands Fotomuseum.

Johan van der Keuken, Quatorze Juillet Beeld Nederlands Fotomuseum/Noshka van der Lely

Zij: ‘Het is natuurlijk een heel grappig toeval. Ik heb daar niet echt een man op uitgezocht.’

Hij schiet in de lach.

Zij, giechelend: ‘Maar het was wel leuke, eh, zeg maar collateral damage.’

Zij is Noshka van der Lely (79), de weduwe van filmmaker en fotograaf Johan van der Keuken, die in 2001 na een ziekte overleed. Diens fotoarchief bleef bij haar. Hij is de fotografie-expert Willem van Zoetendaal (69), de man met wie ze jaren later een relatie kreeg en die daarna vijf fotoboeken publiceerde op basis van dat archief. Een soort van driehoeksverhouding, beaamt ze. ‘Postuum is dat rustiger.’

Het archief ligt nog steeds in het huis aan een rustige gracht in Amsterdam waarin Van der Lely met Van der Keuken woonde en werkte, en nu met Van Zoetendaal. In de voormalige montagekamer van de filmmaker spitte Van Zoetendaal jarenlang diens fotoarchief door. Zij, nu serieus: ‘Het is ontzettend leuk voor mij, maar ook voor Johan, dat er met zo’n frisse en zeer deskundige blik naar is gekeken.’

Binnenkort verhuist een belangrijk deel van dat archief naar het Nederlands Fotomuseum. De negatieven, naar schatting 15- tot 20 duizend, alsmede Van der Keukens teksten en aantekeningen worden door Van der Lely aan de kunstinstelling in Rotterdam geschonken. De afdrukken die de fotograaf tijdens zijn leven maakte, blijven in de familie. Naar aanleiding van deze overdracht komt er over 2,5 jaar een grote tentoonstelling in het museum met Van der Keukens foto’s.

‘Het werd tijd, zo jong zijn we niet meer’, verklaart zij. ‘Ik word volgend jaar 80 en de negatieven liggen hier niet zo fijn. Bij het Nederlands Fotomuseum gaan ze goed verzorgd worden.’ Het hele archief wordt gescand. ‘Beter kan het niet worden geconserveerd’, zegt hij. De keuze voor Rotterdam lag volgens hem voor de hand. ‘Van der Keuken kom er terecht in de canon van fotografisch Nederland. Het museum heeft de uitgebreidste collectie, met nog vele andere belangrijke fotografen.’

Museum is verguld met schenking

Het Nederlands Fotomuseum noemt de schenking van Van der Keukens archief een enorme verrijking van de verzameling. ‘Johan van der Keuken hoort zonder meer thuis in onze collectie’, stelt Birgit Donker, sinds november directeur van het museum. ‘Hij heeft een ware pioniersrol vervuld. Als een van de eersten ondervroeg hij het medium fotografie door ook met film te werken. En de discussie over de dunne scheidslijn tussen fotografie en film is uiterst actueel in het huidige multimediale tijdperk.’

Van der Keuken is in binnen- en buitenland vooral beroemd vanwege de films en documentaires die hij maakte in een vrije, dichterlijke stijl. Hij schoot er meer dan vijftig, vrijwel zijn hele filmoeuvre is eerder naar Filmmuseum Eye in Amsterdam gegaan.

Johan van der Keuken, Amsterdam 1960-1965. Beeld Nederlands Fotomuseum / Noshka van der Lely

Van der Lely was de geluidsvrouw bij het merendeel van die films. Na Van der Keukens dood – hij overleed op zijn 62ste, ze waren 34 jaar samen – heeft zij met anderen gefilmd, maar dat werkte niet. ‘Het was niet zo opwindend als met hem. Het is misschien wel het meest intieme dat je kan doen, met een partner samenwerken. Na zijn dood heb ik dat lang gemist, ook al was Johan een dwingende, aanwezige persoon, waardoor je niet helemaal aan jezelf toekwam.’

Ed van der Elsken

Hij was een dubbeltalent. Al voor hij met filmen begon, bracht hij drie fotoboeken uit. Zijn talent was opgemerkt door de fotograaf Ed van der Elsken, die door het Montessori Lyceum in Amsterdam was gevraagd opnamen van leerlingen te beoordelen. Van der Keuken wist daarna verrassend snel (een zwager van zijn vader had een drukkerij) een boek uit te brengen. Nog maar 17 jaar was hij toen Wij zijn 17 verscheen, met portretten van schoolgenoten en vrienden en een inleiding van de toen al bekende journalist en schrijver Simon Carmiggelt.

Pas een jaar later zou Van der Elsken zijn eerste fotoboek het licht doen zien, zijn beroemd geworden Een liefdesgeschiedenis in Saint-Germain-des-Prés. Van Zoetendaal: ‘Van der Elsken had de dertien jaar jongere Van der Keuken aangeraden een boek te maken. Dat die vervolgens als eerste wist te publiceren, daar moest Ed wel even van knarsetanden.’

Wij zijn 17 kreeg een ongelooflijke respons. De foto’s van drinkende en rokende jongeren, vaak enigszins melancholiek kijkend, werden in 1955 als gewaagd beschouwd en lokten veel kritiek uit. Er kwam zelfs een tegenhanger, Wij zijn ook 17, met portretten van optimistische, vrolijke tieners. Onzin, aldus Van Zoetendaal: ‘Ze dronken nauwelijks wijn, weet ik van Van der Keukens beste vriend. Het was gewoon stoerdoenerij van 17-jarigen.’

Johan van der Keuken uit Wij zijn 17, 1955: Johan en IJsbrandt. Beeld Nederlands Fotomuseum/Noshka van der Lely

In 1957 volgde Achter glas, een ‘beeldroman’ over de mijmeringen van tweelingzussen die Van der Keuken kende – met een van hen zou hij later trouwen, een huwelijk dat geen stand hield. Ook die vernieuwende publicatie viel op, mede dankzij de teksten van de dichter en schrijver Remco Campert.

De Mens in de Metropolis

Het derde boek verscheen pas zes jaar later, doordat Joan van der Keuken, zoals hij toen nog heette (hij voegde later een h aan zijn voornaam toe om verwarring in het buitenland te voorkomen,) lang geen uitgever kon vinden. Van 1956 tot 1958 had hij op de Parijse filmacademie IDHEC gezeten. Hij was vaak met zijn Leica de straat opgegaan, met maar één doel: het vangen van ‘dat grote thema, de Mens in de Metropolis’.

Een inspiratiebron vormde het baanbrekende New York dat de Amerikaanse fotograaf William Klein kort daarvoor had uitgebracht bij een Parijse uitgever. Van der Keuken knutselde met zijn foto’s niet minder dan drie dummy’s (proefboeken) in elkaar, maar Nederlandse uitgevers zagen niets in de nogal donkere beelden van de lichtstad, gepresenteerd in een voor die tijd wilde vormgeving. Paris mortel verscheen uiteindelijk als relatiegeschenk in een veel minder uitgesproken versie.

Een aanvechtbare beslissing, bewees Van Zoetendaal een halve eeuw later. In Paris mortel retouché (2013) drukte hij zowel het boek als de derde dummy af. In die bundel staan tevens foto’s die niet eerder waren gepubliceerd. Dat had Van Zoetendaal eerder ook al aangedurfd in Quatorze Juillet (2010), waarin hij de beroemde foto van een dansend stel uit Paris mortel toonde, samen met 32 andere opnamen die Van der Keuken die dag op datzelfde pleintje in Parijs maakte.

Paris mortel (1963). Beeld Johan van der Keuken

Door die boeken is de fotografie van Van der Keuken telkens ‘nieuw leven ingeblazen’, zoals Van Zoetendaal het noemt. Maar de hernieuwde populariteit van de foto’s begon volgens hem met een publicatie in 2004. Toen brachten Martin Parr en Gerry Badger het eerste deel uit van The Photobook: A History, hun overzicht dat tegenwoordig als een standaardwerk wordt beschouwd. Zowel Wij zijn 17 als Achter glas en Paris mortel is daarin opgenomen. ‘Een deel daarvan was indertijd in de ramsj beland, maar dankzij Parr en Badger werden zijn boeken  toen weer gezocht. Tot op de dag van vandaag zijn er veel aanvragen van foto’s voor tentoonstellingen.’

Johan van der Keuken, Parijs 1957 Beeld Nederlands Fotomuseum/Noshka van der Lely

Van Zoetendaal verklapt dat hij nog een boek over Van der Keuken gaat samenstellen, ter gelegenheid van het retrospectief in 2021 in het Nederlands Fotomuseum. ‘Het moet iets nieuws worden, dat op zichzelf staat. Er komen bijvoorbeeld de experimentele dingen in die hij heeft gedaan. Als hij een afdruk maakte, wilde hij het ook nog op een andere manier proberen. Zo is een prachtige reeks afdrukken ontstaan van een foto van een Afrikaanse vrouw.’

Van der Lely: ‘Familie en vrienden vroeg hij steeds te keuren. Als er iemand binnenwipte, zei hij: ‘Wat goed dat je langskomt, dan kun je meteen even kijken. Wat vind jij de beste druk?’ Dan staarden ze naar vijf afdrukken op de vloer en fluisterden ze tegen mij: ‘Wat moet ik zeggen? Ik zie geen verschil.’ Dat was altijd heel grappig altijd.’

Frankrijk

De twee zullen samen met het Nederlands Fotomuseum de tentoonstelling inrichten, onder meer met de vintage foto’s waarover ze zelf beschikken. De expositie reist daarna door naar Parijs en andere steden, hopen ze. In Frankrijk is Van der Keuken misschien wel bekender dan hier. Hij verkocht een paar jaar voor zijn dood afdrukken van zijn belangrijkste werk aan het  Maison Européenne de la Photographie, een belangrijk fotografiemuseum in de Franse hoofdstad.

Het retrospectief en het boek bieden ook de kans later werk van Van der Keuken te tonen. Tot aan zijn dood is hij blijven fotograferen, zegt Van der Lely. Op zijn sterfbed moest zijn familie foto’s aandragen, die hij signeerde. ‘Wij vonden dat vervelend omdat het zo vermoeiend voor hem was. Hij deed het omdat het een waardevolle inkomstenbron voor de toekomst zou kunnen zijn. Maar ook omdat hij ontzettend leefde in zijn werk. Hij wilde dat het bleef bestaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.