Foto Instituut wil meer doen dan alleen foto's ophangen

Het verkommerde Nederlands Foto Instituut in Rotterdam zal worden verbouwd. Het gaat een fotobiënnale organiseren. En de contacten met de buitenwereld zullen worden aangehaald door middel van actuele exposities die het debat over de fotografie moeten prikkelen....

Van onze verslaggever

Arno Haijtema

ROTTERDAM

Behoedzaam, maar niet afwachtend. Mild over het beleid onder zijn voorganger, maar niet zonder kritiek. Loek van der Molen, de nieuwe directeur van het veelgeplaagde Nederlands Foto Instituut (NFI) in Rotterdam, logenstraft de indruk dat hij als niet-ingewijde zijn positie in de fotografiewereld stilletjes en onopvallend wil innemen.

Die indruk had kunnen ontstaan, nadat de voormalige cultuurambtenaar bij zijn aantreden in januari meteen aankondigde de eerste maanden niet voor interviews beschikbaar te zullen zijn.

Van der Molen (51): 'Ik wilde niet teveel poeha. Niet meteen roepen wat allemaal anders zou moeten en wat er in het verleden bij het NFI is foutgegaan. In mijn sollicitatiegesprekken met het bestuur ging het daar ook niet over, dat waren geen evaluaties over de afgelopen jaren. We praatten over de toekomst: wat ik wil, hoe en met wie.'

Hij is, zegt hij, zo'n beetje gewend aan zijn nieuwe werkplek, het riante gebouw met hoge zalen aan de Witte de Withstraat. De overgang van ambtenaar naar directeur bij het NFI was groot. Opgeleid in de fotografie op de Academie St. Joost in Breda (zonder het vak daarna te hebben uitgeoefend), werkte Van der Molen eerst bij de Culturele Raad van Noord-Holland, daarna als hoofd van de sector kunst en cultuur van Gelderland. En nu bevindt hij zich in een op het eerste gezicht weinig aanlokkelijke leidende functie van een instituut dat sinds zijn opening in maart 1994 tegenvaller op tegenvaller kreeg te verwerken.

'Huis van de fotografie' staat op de plaquette bij de ingang die toenmalig minister d'Ancona van Cultuur bij de opening onthulde. Maar die eretitel heeft het NFI nog geen inhoud kunnen geven. Er kwamen jaarlijks veel minder bezoekers dan de vele duizenden op wie de eerste directeur Adriaan Monshouwer had gerekend. De Nederlandse fotografiewereld bleef Amsterdam als haar hoofdstad beschouwen, ook al zou het NFI in Rotterdam dé plek moeten worden waar het discours over het vak zou plaatsvinden. Het door het NFI uitgegeven blad Fotonet werd, bij gebrek aan belangstelling van lezers, eind 1996 opgeheven. En Monshouwer stapte eind vorig jaar op, nadat hij al in het voorjaar had geconcludeerd dat hij het instituut niet uit het moeras zou kunnen trekken.

En Van der Molen, waarom zou hij wél een einde kunnen maken aan de crisis? 'Een belangrijk voordeel ten opzichte van mijn voorganger is dat mijn budget 3,5 ton groter is. Gelukkig heeft het rijk ons die extra subsidie tot 2001 toegekend. Op een totaal budget van twee miljoen is het een forse verhoging.'

Hij wil het extra geld onder meer gebruiken om publicaties door het NFI te realiseren. Niet op de manier waarop Fotonet werd uitgegeven, maar in chique vierkleurendruk, met essays die de discussie over de fotografie stimuleren. Wijst op de eerste NFI-publicatie bij de expositie (Un)common places, die pas onlangs, mét een voorwoord van zijn hand, verscheen. 'Kijk, die foto is misschien wat te geel, en die kan misschien wat beter afgedrukt, maar dit is wel de kant die we opmoeten.' Met enig afgrijzen slaat hij een oude Fotonet open, waarin smoezelig gedrukte zwartwitfoto's overheersen. 'Op die manier kun je de beroepsgroep niet tegemoet treden.'

Nadrukkelijker dan voorheen moet het NFI 'het hele terrein van de fotografie' gaan bestrijken. 'De indruk is niet geheel ten onrechte ontstaan dat wij ons vooral richten op de documentaire fotografie. Maar ook aan de ontwikkelingen in de productfotografie, de reclame-, mode- en architectuurfotografie behoren wij aandacht te besteden.'

Hij zoekt samenwerking met instellingen die op die terreinen gespecialiseerd zijn, als het Textiel Instituut en het Nederlands Architectuur Instituut. 'De ene keer zal die samenwerking blijken bij de organisatie van een symposium, de andere keer in een publicatie of tentoonstelling. Exposities hoeven niet per se in het NFI te worden gehouden, het kan ook heel goed elders. Als het maar gebeurt. '

De directeur neemt de expositie (vanaf 12 mei) van drie in Afrika werkzame fotografen ten voorbeeld. 'Ze signaleren dat ze steeds grotere ellende moeten laten zien, willen ze hun werk nog gepubliceerd krijgen. Wij geven ze de gelegenheid om de foto's te tonen die zíí graag maken; minder schreeuwerig. Er was te weinig tijd om nog een publicatie te verzorgen, maar het zou wel moeten. We moeten meer doen dan foto's aan onze muren hangen, anders doen we de fotografen onrecht aan.'

Het NFI opent op 12 juli een grote tentoonstelling naar aanleiding van het verschijnen van Ed van der Elskens laatste fotoboek over Hongkong. Dezelfde expositie, met vintage prints van de in 1990 overleden fotograaf, zal het NFI later in Hongkong presenteren. Het is voor Van der Molen tevens een aanleiding om een essay te laten schrijven over de betekenis van Van der Elskens werk. 'Opmerkelijk genoeg is er nog nooit een diepgravend essay aan hem gewijd.'

Met dergelijke publicaties, actuelere tentoonstellingen en nauwe samenwerking met andere culturele instellingen 'moet het NFI in de fotografiewereld een vanzelfsprekende autoriteit worden, zonder dat wij aan alle activiteiten onderdak verschaffen', zegt Van der Molen. Mede om die autoriteit te verwerven, heeft het NFI het initiatief genomen om volgend jaar mei of oktober een fotobiënnale in Rotterdam te organiseren. Van der Molen onderhandelt nog met instellingen in de buurt van het NFI, zoals kunstcentrum Witte de With en het Architectuur Instituut over de manier waarop de tweejaarlijkse manifestatie vorm moet krijgen. Maar dát de biënnale er komt is zeker. 'Het budget, zo'n vier, vijf ton, hebben we.' En het thema is ook al vastgesteld: het nieuwe engagement in de fotografie.

Om sneller te kunnen inspelen op actuele kwesties wil van der Molen de tentoonstellingsruimten van het NFI laten aanpassen. 'Nu hebben we drie zalen, maar omdat die niet nadrukkelijk van elkaar gescheiden zijn, ervaren bezoekers ze als één ruimte. De architectuur van het gebouw is nu te dwingend.' De lang van te voren geplande, grote exposities maken het nu nog onmogelijk om er een kleine, 'snelle' expositie bij te doen. Straks, na de verbouwing, moet dat wel kunnen. Bij die verbouwing, die van der Molen hoopt te realiseren direct na de biënnale, zal de bibliotheek drastisch worden uitgebreid, zodat tegemoet kan worden gekomen aan de nu al sterk toenemende vraag om informatie door studenten, journalisten en fotografen.

Van der Molen heeft tal van plannen, 'ambities', zoals hij ze zelf noemt. Blijft de vraag of hem wel zal lukken wat zijn voorganger niet is gelukt: de Nederlandse fotografen, van wie het overgrote deel in Amsterdam woont, naar het NFI in Rotterdam lokken. 'Ik wil de komende maanden gebruiken om met de fotografiewereld en de vakorganisaties te overleggen over mijn plannen. Het kan dus best zijn dat zij mij ervan weten te overtuigen dat er accentverschuivingen in de plannen moeten plaatsvinden.' Rond augustus zal Van der Molen zijn beleidsplan voor de komende vier jaar opstellen.

Voorstellen om de fotografiewereld letterlijk tegemoet te komen door naar Amsterdam te verkassen, zullen bij Van der Molen zeker geen gehoor vinden. 'Het is niet realistisch om te denken dat Amsterdam ons, net als Rotterdam nu, zeven ton per jaar subsidie zou geven. Bovendien hoeven wij geen clublokaal van de Nederlandse fotografie te worden.'

'Als het nuttig is plannen te realiseren in gebouwen van andere musea en instellingen, moeten we dat doen. Die hele discussie over Amsterdam of Rotterdam, die heeft iets dorps. Over welke afstanden hébben we het nou helemaal?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden