Review

Fonkelende zinnen in Nachtschrijver zijn geen blingbling

Boek (fictie) - Jannie Regnerus

Regnerus roept prachtige beelden op in zinnen die aan elkaar geregen een veelkleurige ketting vormen. Haar stijl is zintuiglijk maar zonder opsmuk. Ook de symboliek fonkelt van de eenvoud.

Beeld Getty

Zien. Daar gaat het om in Nachtschrijver, de derde roman van Jannie Regnerus (1971). Hoofdpersonage Hannah, restaurator in het Rijksmuseum, ziet door haar loep eeuwenoude penseelstreken als een mikadospel voor zich. Ze moet ze 'een voor een schoonmaken en weer terugleggen zonder het geheel in beroering te brengen'. Of ze kijkt met een telescoop naar een dakloze op een pleintje achter haar huis. Want wat is eigenlijk het verschil tussen een hemellichaam en een kansarme man die al jarenlang in dezelfde baan rond het opvanghuis cirkelt?

Het liefst kijkt Hannah door de ogen van 'Blindman', een Friese, blinde dichter in wie we Tsjêbbe Hettinga (1949-2013) herkennen. De man die regels schreef als: 'En laat de kinderen uit de groene dorpen komen om/ De hazen na te jagen en een eeuwig blauwe wind/ In de grassige geur van hun vrije middagen, en laat/ De naar wad en zee zeilende zon kalmweg zakken in/ De opengesprongen stal van de inkeer' (Uit: Het vaderpaard).

Met zijn gedichten geeft hij haar iets terug wat ze lang geleden kwijtgeraakt is: het Friese platteland. Ooit is Hannah uitgevlogen naar de grote stad, zoals een jonge mees uit een nestkast, wat beschreven wordt in een fijnzinnig hoofdstukje: 'Vanuit de tuin bekeken ziet het ronde gat er donker en onheilspellend uit maar voor de bewoners, een nest jonge mezen, is datzelfde rondje een hemelsblauw oog.' De eerste mees kruipt door het oog, de poort naar nog meer blauw. 'Vliegend boven de rododendron kijkt hij nog eens achterom, zoekt tevergeefs naar het blauwe oog dat zich als een zwart gat heeft gesloten.' Via de blinde ogen van de dichter vindt Hannah haar nest terug.

Jannie Regnerus
Nachtschrijver (fictie)
Atlas Contact: 112 pagina's; euro 21,99.

Zonder opsmuk

Blindman mag dan Hannah de ogen openen, het is Regnerus zelf die bij de lezer de prachtigste beelden oproept. Haar zinnen zijn als stukjes glas, zó geslepen dat ze glinsteren wanneer het licht van je aandacht erop valt. Aan elkaar geregen vormen ze een veelkleurige ketting, maar zonder blingbling; aan klatergouden lyriek doet de schrijfster niet. Haar stijl is zintuiglijk maar zonder opsmuk.

Ook de symboliek fonkelt van eenvoud. Neem de sneeuw in het begin, die de wereld met een kleurloos wit bedekt, tegenover het zeewater van het eind, waarop een 'olieachtig licht' drijft, 'een voorbode van alle kleuren die later op de dag gaan komen'. Of het vernis dat Hannah eerst met een wattenstaafje van een schilderij afpoetst, waardoor de beeltenis flets wordt. Tot ze het er later met een grote kwast weer opsmeert en zo het schilderij weer tot leven wekt.

De lezer voelt: hier gebeurt heel veel, al lijkt dat ogenschijnlijk niet zo. Het is winter, het wordt zomer. Een liefde ontluikt, herinneringen worden opgehaald. Een ochtendje zwemmen in zee met Blindman, samen dobberen op de golven. 'Voor even zijn we elkaars gelijken, met de ogen dicht is er geen hemel, geen strand, alleen maar het water dat ons draagt.' Het grootse van deze kleine roman schitterschuilt tussen de regels, voor wie het wil zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.