Folkert de Jong hervond zichzelf na wereldfaam

Folkert de Jong ( 45 ) werd een wereldwijde ster met zijn beelden van purschuim. Op de top van zijn succes kwam hij erachter dat hij alle menselijkheid dreigde kwijt te raken. Hoe slaagde hij erin zich als kunstenaar te hervinden?

Folkert de Jong in zijn atelier. Beeld Daniel Cohen

Alsof net een ontploffing heeft plaatsgevonden in de chemische fabriek die het atelier van Folkert de Jong is. De vloer in Krommenie ligt bezaaid met witte plastic bakjes, vloeistoftanks, resten isolatiemateriaal en purschuim, afgietsels van lichamen, tubes kleurstof en maskers. Op de werkbanken eenzelfde chaos. Daartussen doemt Piet Mondriaan op in een mosgroene broek, blauwe zonnebril op de neus en een protestbord voor vrouwenrechten in de hand. Voor hem staat Nelly van Doesburg, de vrouw van Theo van Doesburg, dat andere boegbeeld van De Stijl. Ze is naakt. De Jongs eigen moeder diende hiervoor als model - een paar dagen geleden kwastte hij haar in haar badcel onder met siliconenrubber.

'Je staat hier in mijn brein', zegt De Jong.

Het is de vooravond van de opening van zijn nieuwe tentoonstelling in het GEM in Den Haag en De Jong legt de laatste hand aan de beeldengroep die hij daar, met een knipoog naar 100 jaar De Stijl, zal presenteren. Ook in de woordenstroom waarmee de kunstenaar wil uitleggen wat hij heeft gedaan heerst chaos.

In het in twee helften gezaagde afgietsel van een BMW - 'zo'n gepantserde, waarin Holleeder en Milosevic naar de gevangenis werden vervoerd; het deed me denken aan Mondriaans atelier, waar de wereld ook buiten bleef' - liggen de beelden van Mondriaan en Van Doesburg. Door de ruiten is een glimp van hen zichtbaar. 'Het heeft de sfeer van sf-films waarin de wereld is vergaan en je in de woestijn alleen nog het Vrijheidsbeeld ziet opdoemen, als icoon uit het verleden. De Stijl was honderd jaar geleden een belangrijke kunststroming, maar heeft wat mij betreft, met zijn verlangen bij te dragen aan een betere wereld, niet aan kracht ingeboet.'

Nieuw zijn de fotocollages die De Jong tussen de beelden gaat hangen. Bekende groepsportretten van de leden van De Stijl plukte hij van internet en daartussen photoshopte hij een jonglerende circusartiest. Mondriaan heel stijfjes tegenover Josephine Baker in bananenrokje.

PM (Post Mortem/Piet Mondriaan), 2007. Beeld Studio Folkert de Jong

Researchbeelden noemt hij het. Onbekende selfies die nooit bestonden. 'Ik wil de figuranten van De Stijl uit de statische foto's van die tijd halen en in de levendige context van de tijdgeest van toen plaatsen.'

Folkert de Jong is beeldend kunstenaar - een grote. Hij groeide op in Egmond aan Zee, voelde zich buitenstaander in het vissersmilieu van zijn dorp, ging verpleegkunde studeren, brak de studie af.

In het voetspoor van zijn vader, die docent handenarbeid was op een middelbare school, bezocht hij vervolgens de lerarenopleiding beeldende vorming. Door de wonderlijke assemblages die hij maakte, werd hij door zijn docenten op het spoor van de echte kunst gezet.

Overal tentoongesteld

1972 Geboren in Egmond aan Zee

1994-1996 Hogeschool voor de Kunsten, Amsterdam

1998-2000 Rijksakademie van Beeldende Kunsten

2002 Wint Charlotte Köhlerprijs, aanmoedigingprijs voor jong talent

2004 Thieme Art Award, Amsterdam KunstRAI

De Jongs werk is tentoongesteld van Los Angeles tot Zuid-Korea. O.a. bij Saatchi in Londen, Picasso Museum Barcelona, Mackintosh Museum Glasgow, het Groninger Museum, James Cohan Gallery New York. Kunsthalle Winterthur en Art Basel Miami.

In 1998 belandde hij op de Rijksakademie in Amsterdam. Een paar jaar later ontdekte hij het materiaal waarmee hij begin deze eeuw prijzen won en de wereld begon te veroveren: styrofoam en polyurethaanschuim. Hij maakte er grimmige, felgekleurde, zintuiglijke beelden mee, en installaties bevolkt door historische figuren. Bijna altijd waren daar verwijzingen naar oorlog en naar macht.

Vanaf 2004 ging de carrière van De Jong door het dak. Hij wordt vertegenwoordigd door galeries over de hele wereld. Zijn werk is steevast voor de opening van zijn tentoonstellingen al verkocht, verzamelaars als Charles Saatchi zetten de toon door in een week vier installaties van hem te kopen. Zijn bankrekening groeit en groeit, zijn werk gaat voor 50-, 70-, 100 duizend euro, twee ton weg.

De Jong, nu: 'Ik dacht: ik ben een god. Iedereen wil mij. Ik kan alles.'

Je was een jongen uit een vissersdorp die ineens in Los Angeles op het hoogste podium stond, bij de rijkste verzamelaars. Hoe bewoog je je in die kringen?

Lacht: 'Soepel. Ik zag het als een avontuur waaraan ik mocht meedoen. En tegelijkertijd wist ik dat ik een hype was. En dat het ergens zou eindigen.'

De achterkant van het succes zag er intussen zo uit: dag en nacht werken, geen tijd meer voor vrienden, ruzies, de manager van zijn bedrijf die zakenrelaties schoffeert en op afstand houdt zodat hij kan voortproduceren - in het bedrijf is hij de enige die geld binnenbrengt. Maar de inkomsten werden gelijk verdeeld met zijn partners. 'Ik werd op een gegeven moment elke nacht schreeuwend wakker van de angstdromen: wat als ik ziek word? Wie draagt dan de verantwoordelijkheid van het bedrijf? Ik raakte geprikkeld, agressief. Van de stress kreeg ik een ongeluk met een zaagmachine. De dokter in het ziekenhuis zei: je mag niet meer werken, je hebt het bot geraakt. En ik realiseerde me: één foutje en het bedrijf functioneert niet meer.'

Hij ging documentaires kijken, over artiesten die zelfmoord pleegden. Hij wilde weten: wat drijft mensen om er een einde aan te maken? Eenzaamheid, zegt hij nu. 'Ik zat met mijn hoofd in het schuim en was van iedereen vervreemd.'

Wie wisten van je crisis?

'Niemand. Hoe kun je nou op de top van je succes zeggen: ik ben in paniek?'

Jij zegt: op de top van je succes. Maar ik las in een recensie uit 2009, in The New York Times, dat je werk, hoe goed ook, een beetje sleets begon te worden.

'O. Grappig.'

Liep de verkoop ook terug?

'Die liep bij iedereen terug. We zaten inmiddels midden in de economische crisis.

Op een winterdag in 2010 loopt Folkert de Jong door de sneeuw. Die nacht is zijn eerste kind geboren. Een dochter. De bevalling had dertig uur geduurd, een lijdensweg voor zijn vrouw, die was geëindigd in een operatie. Net tijdens de uren dat hij had gedacht: ik sta er maar bij, ik kijk ernaar en kan niks doen, ging de telefoon. Het was een van de vrienden met wie hij een bedrijf heeft: dat hij onmiddellijk in een taxi naar Schiphol moest stappen. Hij moest zijn vliegtuig naar Mexico halen, daar opende zijn solotentoonstelling.

Er knalde iets open in zijn kop, zegt De Jong. 'Alsof er mist optrok. Ik wist: dit is het moment dat ik een keuze moet maken. Voor het leven, mijn vrouw en mijn dochter. Of voor mijn business.'

Je kunt toch wel één opening missen zonder meteen zo rigoureus te hoeven kiezen?

'Dat vond ik ook. Maar de zogenaamde vrienden met wie ik in het bedrijf zat, zagen dat blijkbaar anders.'

Hij noemt die nacht in de sneeuw de bodem van de put. 'Ik liep van ziekenhuis naar huis en wist: I'm seriously fucked als ik niet voor de business kies. Ik wist waar de vrienden met wie ik het bedrijf had, toe in staat waren: ze konden me volledig ruïneren.'

De Jong praat met schroom over de periode die volgt. Hij neemt een advocaat in de arm. Zijn partners in het bedrijf ook. Onder zijn handen brokkelt af wat hij heeft opgebouwd, schulden stapelen zich op, faillissement dreigt. Zijn partners verdwijnen met de noorderzon. 'Ik heb even gedacht: ik vlucht ook naar het buitenland. Maar met het werk dat nog in het bedrijf zat heb ik de schulden afgelost en ben bij nul begonnen.'

Hoe?

'Het eerste wat ik deed, was een lijst maken van mensen die ik al die jaren had geschoffeerd. Dat kon van alles zijn: eisen dat er een hele entourage mee mocht als ergens in de wereld een tentoonstelling werd geopend. Dreigen met advocaten als iets niet op onze condities gebeurde. Bij elk voorstel van een curator om met me samen te werken met een tegenvoorstel komen. Er was nooit eens een keer iets wat gemakkelijk ging. Ik heb mijn excuses aangeboden voor dat gedrag, dat elke spontaniteit en goeie sfeer verpestte en mij een slechte naam heeft bezorgd. En ik heb gezegd dat ik hun hulp nodig had, ook financieel, om door te starten.'

Zoek het lekker zelf uit, zeiden ze?

'Het is opvallend hoe positief er op je wordt gereageerd als je eerlijk bent en je kwetsbaar opstelt. De meeste mensen, ook mijn galeriehouders, zeiden: hèhè, eindelijk zie je zelf dat het niet goed zat.'

Betekende opnieuw beginnen ook: terug naar de vraag waarom je ooit kunstenaar wilde worden?

'Zeker.'

En het antwoord luidde?

'Dezelfde reden als waarom ik voor de verpleging had gekozen: ik wilde iets doen waardoor mensen zich beter zouden gaan voelen.'

Ben je ander werk gaan maken?

'Niet meteen. Ik had tijd nodig om mezelf opnieuw uit te vinden.'

Hij pakt zijn laptop en opent het mapje met de titel Court of Justice. Daarin zitten foto's van de gelijknamige show uit 2015, bij galerie Fons Welters in Amsterdam.

'Hier', zegt hij, en wijst naar een Joep van Lieshoutachtige installatie van wat lijkt op een gevangeniscel van plexiglas, met daarin een stoel en een wc, verbonden met een biochemische reactor buiten de cel. 'Ik las in die tijd veel boeken, onder andere van Oscar Wilde. Toen hij in de gevangenis zat, kreeg hij een artistieke opleving. Juist door die inperking.'

Het lijkt wel een elektrische stoel daar in die cel.

'Zo kun je het ook interpreteren: de stoel die staat voor het moment dat een dader door de maatschappij wordt veroordeeld voor immoreel gedrag. Maar voor mij is het ook een soort teleporteerstoel. Als je erop gaat zitten, word je misschien bevrijd.'

Verkocht je een beetje bij Fons Welters?

'Ik heb twee beelden verkocht. De kunstmarkt was er nog niet klaar voor. Die is heel conservatief. Als kunstenaar maak je een volgende ontwikkeling door, maar de markt zit nog in de vorige. Ze betalen geen 60 duizend euro voor een beeld dat niet direct herkenbaar is als een Folkert de Jong.'

Dus nu is hij weer terug bij het schuim. Nieuw zijn de experimenten met fotografie. Nieuw is ook de samenwerking met andere kunstenaars. In 2015 verkoos hij al een groepstentoonstelling in Museum Kranenburgh in Bergen boven een solotentoonstelling - samen met onder andere de Woostergroup uit New York en Walter van Beirendonck.

En nu, in GEM, zullen we zijn werk zien in combinatie met dat van kunstenaarscollectief YAE: foto- en filmwerk op het snijvlak van performance art en beeldende kunst. Met de band Upfront Soundlab brengt hij een limited edition lp uit, met nummers en soundscapes over kunstenaarsmanifesten, en bewegingen als De Stijl. Tijdens de opening treden ze op.

'Kunst activeren met performances', noemt De Jong het. 'Als een happening uit de jaren zestig. Weg met de ego's, de tijd is rijp voor samenwerking en menselijkheid.'

Ben je het helemaal kwijt, dat verlangen naar macht, geld, roem?

'Ik betrap mezelf er nog weleens op, maar dan lach ik erom. Maar als ik een kunstwerk verkoop en naar mijn bankrekening kijk, betrap ik me soms nog wel op het voelen van een rush.'

Weird Science, GEM, museum voor actuele kunst in Den Haag, van 22/4 tot 20/8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.